Wat is een grens? (1)

Baktriërs brengen tribuut aan de koning van Perzië (Oostelijke Apadana-trap, Persepolis)
13 november 2020

Ik heb op deze plaats al vaker verteld over Baktrië, een Iraans gebied waar een uitloper van de Grieks-Romeinse wereld in contact stond met de culturen van Centraal-Azië en de Indusvallei. Hier en daar presenteren de bewoners zich onmiskenbaar als Grieks en dat wil zeggen dat de ruïnes van Noord-Afghanistan en Zuid-Oezbekistan illustreren wat de bewoners beschouwden als het voor hun relevantste deel van het Griekse culturele aanbod. Een oudheidkundige die wil begrijpen wat de kern is van de Grieks-Romeinse beschaving, moet niet zijn in centra als Athene en Rome, waar deze cultuur vanzelfsprekend was, maar aan de periferie, waar ze niet vanzelfsprekend was, waar keuzes moesten worden gemaakt en waar we, om zo te zeggen, het klassiekste der klassieken zien.

Een grenszone, maar grappig genoeg zijn er geen aanwijzingen voor een grens. We weten dat dit gebied vanaf de zesde eeuw v.Chr. het uiterste noordoosten was van het Perzische Rijk, van het rijk van Alexander de Grote en van het Seleukidenrijk. De kastelen van de lokale heersers zijn opgegraven, maar je kunt archeologisch niet vaststellen dat dit de grens was van de Perzische of Macedonische heerschappij. Terwijl de kastelen van de plaatselijke heersers bekend zijn, kennen we geen douaneposten, geen grensforten, geen versterkte wegen. Sterker nog: als we het niet uit geschreven bronnen zouden weten, zouden we nooit op het idee zijn gekomen dat dit gebied onderdeel was geweest van het Perzische Rijk. Opvallend is bijvoorbeeld dat de monetaire economie die in de westelijke gebiedsdelen heeft bestaan en die een systeem van belastingheffing documenteert, volledig ontbreekt in Oezbekistan, Afghanistan en Pakistan.

In de eerste hoofdstukken van The Hellenistic Far East (2014) beschrijft de Britse oudheidkundige Rachel Mairs dat de Perzische machtsuitoefening neerkwam op het aansturen van een lokaal netwerk. Pas enige tijd nadat Alexander de macht had overgenomen, zien we veranderingen in dit bestuursmodel en beginnen we te zien dat in sommige deelgebieden sommige transacties worden gemonetariseerd. De Macedonische machtsovername was dus aanvankelijk de overname van een netwerk. Dit werd al veel langer vermoed maar het werd bevestigd door de ontdekking, kort na de bevrijding van Afghanistan, van enkele Aramese teksten.

We hebben hier dus te maken met machtsuitoefening – Perzisch, vroeg-Macedonisch – die  archeologisch niet te vinden is. Anders gezegd: een grensgebied dat we niet kunnen opgraven, een heerschappij die archeologen nooit zouden hebben kunnen bevroeden.

***

Dit probleem kennen we ook uit wat we nu Duitsland noemen. Lange tijd hebben archeologen alle Romeinse vondsten ten oosten van de Rijn vrij gedachteloos gedateerd vóór het jaar 9 n.Chr., toen de Romeinen in het Teutoburgerwoud werden verslagen. Daar is zeker iets gebeurd, want drie legioenen hielden administratief op te bestaan, maar het wil niet zeggen dat de Romeinen hun posities op de oostelijke oever van de Rijn ook ontruimden.

Eén van de aanwijzingen voor voortgezette controle van de gebieden ten oosten van de rivier is de loodbaar die een paar jaar geleden is verworven door het Gallo-Romeinse museum in Tongeren. De inscriptie maakt duidelijk dat de Romeinen tijdens de regering van keizer Tiberius (r.14-37) de Germaanse loodmijnen konden exploiteren. Dat moet haast wel slaan op de oostelijke oever; van de loodmijnen op de westelijke oever is in elk geval hoogst onzeker of het gebied destijds tot Germanië werd gerekend. (De provincies Germania Inferior en Germania Superior hebben die namen pas later gekregen.)

Is het mogelijk dat de gebruikelijke lezing van de gebeurtenissen, dat de Romeinen zich na 9 terugtrokken op de westelijke oever van de Rijn, onjuist is? Daar valt wel iets voor te zeggen. We hebben eigenlijk maar één bron die dit beweert, de Epitome van Florus, waarin we lezen dat een imperium dat niet was tegengehouden door de Oceaan wel werd tegengehouden aan de oevers van de Rijn (meer). Dit is een constatering van ná de verovering van Brittannië, toen de Romeinen zich inderdaad niet lieten tegenhouden door de Oceaan.

Florus biedt dus bepaald geen ooggetuigenverslag en is daarom geen bron die je hoger mag waarderen dan de tekst van iemand die de betrokkenen persoonlijk kende en die het strijdtoneel had bezocht, zoals Velleius Paterculus. En laat die nu beweren dat de Romeinen hun macht na de nederlaag vrij snel herstelden. Misschien is dat propaganda maar laat er nou bovendien, nu archeologen niet langer alle rechtsrheinische Romeinse vondsten automatisch dateren vóór het jaar 9, voldoende bewijs zijn dat een Romeins fort bij Haltern nog enige tijd in gebruik bleef.

Wat er precies is gebeurd, is misschien iets voor een ander stukje. Het gaat me er vandaag om dat dat de mogelijkheid bestaat dat de Romeinen, net als de Perzen en Alexander de Grote in Baktrië, macht konden uitoefenen (d.w.z., mensen konden dwingen dingen te doen die ze anders niet zouden hebben gedaan) over delen van Germanië op een zodanige wijze dat deze archeologisch niet herkenbaar is (al helpt het heronderzoek van Haltern natuurlijk wel). Anders gezegd: je hoeft geen forten te bouwen, geen wegen aan te leggen en geen monumenten op te richten om een gebied te beheersen.

[Wordt vervolgd]

[Deze blog verscheen oorspronkelijk in de reeks “Methode op Maandag“.]

Deel dit blog:
Foto van de dag: Qasr Bshir

Qasr Bshir, het best-bewaarde Romeinse fort ter wereld. [Meer foto’s hier.]

Romeinse wachttoren in het Zaanse veen

In de eerste eeuw na het begin van de jaartelling stond in Krommenie (in de gemeente Zaanstad) naar alle waarschijnlijkheid Read more

Wat is een grens? (2)

[In het eerste deel van dit artikel constateerde ik aan de hand van Baktrië en Germanië dat machtsuitoefening – dat wil zeggen: dat je Read more

Dood paard

Misschien wel de grootste ontdekking van de geesteswetenschappen: eerst ontdekking van de Indo-Europese taalfamilie, vervolgens het proces van reconstructie van Read more