Wat is de Oudheid?

Forum Romanum, Rome

Een tijd van “eerstes”

Je kunt het de Oudheid noemen. Of de oude wereld. Of de tijd van Egyptenaren, Babyloniërs, Joden, Grieken en Romeinen. En nog een trits volken met bekende en minder bekende namen. In elk geval: we hebben het over de periode waarin de mensheid allerlei dingen voor het eerst deed. De eerste steden, de eerste staten, de eerste geschreven teksten, de eerste literatuur.

Als beginpunt kunnen we de tijd nemen zo rond 3000 v.Chr., toen in het Nabije Oosten de schrijfcultuur ontstond. Een eindpunt is wat lastiger aan te wijzen, maar zoals we nog zullen zien is het jaar 650 n.Chr. verdedigbaar.

In de tussenliggende zesendertig eeuwen zijn wereldrijken ontstaan en vergaan, hebben boeren gezaaid en geoogst, hebben mensen elkaar bemind en gehaat. Ze hebben wetten, gedichten, wetenschappelijke teksten, geschiedenissen en hymnen geschreven. Een intens fascinerende periode.

Byblos, een van de oudste steden ter wereld

Zeer korte samenvatting

Omdat de Oudheid zo lang heeft geduurd, is het handig haar te verdelen in kortere tijdvakken. In de eerste en langste subperiode, de Bronstijd (3000-1200 v.Chr.), waren Egypte, Syrië, het huidige Turkije en Mesopotamië de voornaamste cultuurgebieden. Dit is ook de tijd van de oudste Griekse en Kretenzische culturen.

Hierop volgt de IJzertijd. Ze begint met een alomvattende crisis rond 1200, die pas na zo’n twee tot vier eeuwen werd overwonnen. In Griekenland ontstonden toen stadstaten als Sparta en Athene, in het Nabije Oosten koninkrijkjes als Israël en Juda. Tegelijkertijd groeide het oosterse wereldrijk. Achtereenvolgens waren er Assyrische, Babylonische en Perzische koningen, die het rijk steeds verder uitbreidden. Rond 500 v.Chr. hadden ze het hele Nabije Oosten verenigd.

De resten van de Griekse stad Antigonia

Het cultureel leven van Griekenland, dat buiten het oosterse wereldrijk bleef, is verhoudingsgewijs goed bekend. Eeuwenlang zijn er namelijk mensen geweest die Griekse teksten overschreven, waardoor wij ze nog kunnen lezen. Hierdoor is het idee ontstaan dat de Grieken alles hebben uitgevonden en bedacht. Dit is echter gezichtsbedrog. De andere culturen zijn alleen minder goed bekend.

Het overschrijven vond plaats in steden als Antiochië en Alexandrië, gesticht in het omstreeks 330 v.Chr. door Alexander de Grote vernietigde Perzische Rijk en bevolkt door afstammelingen van Griekse emigranten. Een andere groep die zorg droeg voor de overdracht van de Griekse cultuur, was de elite van de Romeinse Republiek, die rond het midden van de tweede eeuw v.Chr. het Middellandse-Zee-gebied verenigde.

Deze snelle gebiedsuitbreiding leidde tot spanningen binnen de Romeinse elite, die weer leidden tot burgeroorlogen, tot de staatsgrepen van Julius Caesar en Augustus, en uiteindelijk tot de instelling van het Romeinse Keizerrijk. Aan het begin van de derde eeuw n.Chr. bereikte het zijn grootste omvang: vanaf Schotland tot aan de Tigris, vanaf de Karpaten tot de forten langs de Sahara. Ook de Lage Landen hoorden bij het Romeinse Rijk.

Een kleine, puissant rijke, burgerlijke elite deelde dezelfde klassieke cultuur. Die is opvallend rijk en wordt om die reden al vele honderden jaren bestudeerd. Een nadeel is dat het niet zo makkelijk is het hier samen te vatten, maar u verrijkt zichzelf met de lectuur van het Epos van Gilgameš, de heldendichten van Homeros, de Historiën van Herodotos en de keizerbiografieën van Suetonius. Dit zijn toegankelijke teksten waar je zonder vooropleiding plezier aan beleeft.

Wij kunnen allemaal lezen, maar in de Oudheid waren geletterde mensen uitzonderingen. Van de miljoenen ingezetenen was het merendeel straatarm; de gemiddelde levensduurverwachting van een baby was eenentwintig jaar; een groot deel van het werk werd verricht door slaven en dagloners; zo’n negentig procent was boer; hetzelfde percentage was ongeletterd.

De grootste veranderingen in de Late Oudheid zijn de opkomst van het christendom in de vierde eeuw en de militarisering van de elite in de eeuw erna. Het Romeinse staatsapparaat in West-Europa desintegreerde, maar het is mogelijk het belang van deze ontwikkeling te overschatten. Beschaafde heersers met Germaanse voorouders namen de macht over. In onze contreien waren dat de Franken. Zij deden hun best de Grieks-Romeinse cultuur voort te zetten.

Grafschrift van de Bourgondische officier in Romeinse dienst Hariulf (Landesmuseum, Trier)

De oostelijke provincies bleven zelfs ongeschonden en gehoorzaamden nog altijd aan de Romeinse keizer, ook al resideerde die inmiddels in Constantinopel, het huidige Istanbul. Men noemt deze rompstaat wel het Byzantijnse Rijk. Dit keizerrijk kampte met migrerende stammen in het noorden en een hernieuwd Perzisch Rijk in het oosten, maar hield stand.

Het is lastig een jaartal te geven voor het einde van de Late Oudheid, maar 650 n.Chr. is verdedigbaar. In het westen was er bij de Franken een dynastieke crisis, in  het oosten maakte de opkomende islam eerst een einde aan het Perzische Rijk om vervolgens grote gebieden te ontnemen aan de Byzantijnen. De zevende eeuw vormt dus een belangrijke breuk in de geschiedenis.

De aloude Grieks-Romeinse cultuur leefde voort in talloze oude boeken, die in Byzantium en in de kloosters van West-Europa eeuwenlang werden overgeschreven door anonieme kopiisten. Dankzij hen kunnen wij de antieke teksten nog lezen en herkennen dat de grondslagen voor onze cultuur zijn gelegd in het Nabije Oosten, in Griekenland en in Rome en de Late Oudheid.

***

De oudheidkunde kent diverse bloedgroepen van onderzoekers en diverse opleidingen, zoals de archeologie, de bestudering van de Griekse en Latijnse literatuur, de geschiedwetenschap en de Egyptologie. Over die bloedgroepen leest u hier meer.

Mozaïek uit Qasr Libya