Was Mohammed een krijgsheer?

27 juli 2021

U hoeft tegenwoordig niet lang te zoeken om mensen te vinden die menen dat de profeet Mohammed een ‘krijgsheer’ was. Het begon niet met een paar zetels in de Tweede Kamer, maar daar vindt u ze inmiddels ook. Waar komt dat verhaal vandaan en wat klopt ervan?

Wie een biografie van de profeet openslaat, komt op enig moment veldslagen en razzia’s tegen (een woord trouwens dat eigenlijk niet past door zijn in moderne tijd verkregen associaties, net als ‘krijgsheer’ trouwens). Komen die razzia’s niet in uw exemplaar voor, dan heeft u per ongeluk een hagiografie op de kop getikt.

We zijn in het westen niet gewend aan religieuze leiders die naar de wapenen grijpen. Wat dat betreft scoort Mohammed al meteen een achterstand en zijn wij geneigd te denken dat zijn leiding aan een geloofsgemeenschap vooral bestond uit militaire bevelvoering. De islam is immers ook in het kielzog van militaire veroveringen verspreid, toch?

Een moslimgeleerde heeft dat ooit eens doorgerekend. Van de 32 jaar dat Mohammed zijn taak als profeet volbracht, wijdde hij 200 dagen aan krijgsverrichtingen. Dat is zo’n 1,7% van zijn tijd. Nu woonde Mohammed de eerste 22 jaar in Mekka en daar bekleedde hij geen bestuursfunctie. Alleen de laatste tien jaar in Medina zat hij in een situatie waarin hij geweld kón gebruiken. Maar dan nog: 200 dagen in tien jaar is zo’n 5,5% van zijn tijd.

Dat past veel beter bij het beeld dat we hebben van een stammensamenleving, waarin iedere leider van een clan, stam of stammenfederatie uit noodzaak ook part time krijgsheer was. Een stammensamenleving kent geen centraal gezag, geen opsporingsapparaat noch een justitieel instituut. Strafrechtpleging in een stammensamenleving is een kwestie van bloedwraak en civiel recht vaak ook. Vrede tussen stammen en federaties bestaat uit het desnoods gewelddadig in stand houden van de machtsbalans. Leiders zijn part time krijgsheren en iedere andere volwassen man is part time dienstplichtig.

Naast kwantitatieve gegevens, kunnen we ook naar kwalitatieve gegevens kijken: hoe goed was Mohammed in die 200 dagen bij de uitvoering van zijn militaire taak? Nou, kort gezegd – en natuurlijk afgaande op de anekdotes die de islamitische traditie voor informatief houdt – dat kon beter, véél beter.

Eerst even de context: Mohammed en zijn volgelingen waren uitgeweken naar wat later Medina heette, omdat hun vaderstad Mekka ze niet meer hebben wilde. Daar hadden ze in hun onderhoud voorzien door handel. Medina was een dorp van dadelboeren, waar de landloos geworden moslims maar moesten zien te overleven. Stammenrecht liet toe dat wie door zijn stamgenoten van zijn levensonderhoud was beroofd, het recht had dat terug te stelen. Vandaar de ‘razzia’s’: een Italiaans woord dat is afgeleid van het Arabische ghazwa, wat het beste vertaald kan worden met het Engelse raid. Mohammed ging dus karavanen uit Mekka overvallen.

De eerste veldslag – eigenlijk niet meer dan een kleine schermutseling – ontstond per ongeluk omdat een Mekkaanse escorte – op zoek naar zijn karavaan – en een Medinese raiding party per ongeluk op elkaar stuitten en min of meer een vechtpartij in struikelden. De intelligence was dus op zijn zachtst gezegd niet op orde en ook de rules of engagement niet. Tot totale verrassing van de Medinezen wonnen zij het gevecht, wat direct leidde tot verhalen over hemelse assistentie.

Onder de verliezers – de Mekkanen – vielen heel wat doden, wat enorm schokkend was, omdat strijdende partijen er altijd de voorkeur aan gaven elkaar krijgsgevangen te nemen en zo losgeld op te strijken (of de prijs van een verkochte slaaf). Dat had als bijkomend voordeel dat er ook in de oorlog niet al te veel doden vielen in het toch al dunbevolkte Arabische schiereiland en – niet onbelangrijk – het voorkwam bloedwraak en eindeloze vetes. De latere islamitische traditie heeft geprobeerd al die gesneuvelden glad te strijken door te beweren dat de islam nu eenmaal alles – loyaliteiten voorop – had veranderd. Het lijkt echter een stuk waarschijnlijker dat de leiding ook niet had voorzien in een duidelijke geweldsinstructie.

De tweede veldslag was een ramp. Hij viel ongeveer een jaar na de eerste veldslag, in het oorlogsseizoen, maar Mohammed had verzuimd om de oogst op tijd binnen te laten halen. Toen er een Mekkaanse ruitertroep voor Medina verscheen, was het te laat. Het krijgsberaad kwam tot de slotsom dat het onverstandig was om de ruiters in het open veld tegemoet te treden met alleen het voetvolk waarover de Medinezen konden beschikken. Dat was een verstandig besluit, want om voetvolk aan een aanval van cavalerie het hoofd te laten bieden heb je professionele soldaten nodig die getraind hebben op hoe je zoiets doet. Een part time dienstplichtige trekt dat niet op alleen dapperheid, moed en doodsverachting.

Enkele jongeren wilden echter – vanwege het risico voor de oogst – toch in de aanval. Mohammed liet zich overtuigen (terwijl iedereen toch weet dat het de ouderen zijn naar wie je luisteren moet, zij hebben de meeste ervaring), liep zijn huis in en kwam in maliënkolder weer naar buiten. Terwijl hij zich had omgekleed, was de stemming echter alweer omgeslagen. Met het argument dat het een profeet die klaar was voor de strijd niet paste om zijn harnas weer uit te trekken, trok hij met zijn getrouwen een verpletterende nederlaag bij de berg Oehoed tegemoet. Een klassieke infanterie tegen cavalerie-nederlaag volgens het boekje. Slag bij Hastings, dat werk.

Dat dit niet het einde van de moslims was, was te danken aan drie dingen: de Medinezen konden de plaatselijke basaltrotsen op vluchten, waar paarden niet uit de voeten konden; de Mekkanen waren alleen maar uit op wraak voor het jaar daarvoor, waarschijnlijk niet op de verovering van Medina; en voor het geval dat ze dat wél waren, zat er in Medina nog een deel van de Medinezen onder leiding van Ibn Ubayy, een stamhoofd dat het niet altijd eens was met Mohammed en die geweigerd had mee te vechten bij deze slag. Hij is de geschiedenis ingegaan als de leider van de factie van de ‘huichelaars’.

De derde veldslag was niet eens een veldslag. Twee jaar later kwamen de Mekkanen terug, met nog meer ruiters en waarschijnlijk nu wel met de bedoeling Medina in te nemen of plat te branden. Wijs geworden van het jaar ervoor had Mohammed er nu wel voor gezorgd dat de oogst binnen was. Volgens de islamitische traditie had een Pers hem aangeraden een gracht te graven om Medina heen, om de ruiterij buiten te houden. Volgens diezelfde verhalen een tactisch novum dat nog nooit eerder was vertoond en waar de Mekkaanse ruiters dus ook niets mee wisten aan te vangen. Volgens archeologen kwamen omgrachte dorpen op het Arabisch schiereiland in de zevende eeuw echter wel degelijk voor.

De ‘slag bij de gracht’ eindigde niet eens in remise, het was een doodordinaire patstelling die ophield toen de Mekkanen besloten om dan maar onverrichterzake naar huis te gaan. Daarna volgde – volgens sommige historici – een mislukte poging van Mohammed om Mekka in te nemen, die werd afgesloten met een zodanig vernederend vredesverdrag dat de profeet gedwongen was eerst onder zijn eigen volgelingen orde op zaken te stellen. Dat lijkt hem gelukt te zijn en de islamitische traditie heeft dit fiasco in ieder geval de geschiedenis in weten te loodsen als een briljante strategische zet.

Vlak daarna neemt Mohammed de oase van Khaybar in, wat je zijn eerste echte grote succes zou kunnen noemen. Een jaar later denkt hij het op te kunnen nemen tegen de Byzantijnen en aanvaarden zijn troepen een spectaculaire tactische terugtocht, zoals dat heet. In en rond deze periode weet de profeet bondgenootschappen te sluiten met andere stammen op het schiereiland en dat stelt hem in staat in 630 om uiteindelijk zonder noemenswaardig bloedvergieten Mekka in te nemen.

Het beleg van Ta’if, een stad bij Mekka, kort daarop mislukt en een tweede expeditie datzelfde jaar naar Taboek in het noorden om de Byzantijnen nog eens te lijf te gaan, eindigt in niets: ze kunnen de vijand niet eens vinden. Het is Mohammeds laatste veldtocht, kort daarna overlijdt hij.

De wijze waarop Mohammed Mekka innam, laat zien waar zijn werkelijke talent lag: in de diplomatie. Het lijkt erop dat hij die vaardigheid bij zichzelf niet zo heel goed herkende, gezien het mislukken van het beleg van Ta’if (belegeren was iets wat Arabieren pas later van de Perzen en de Byzantijnen zouden leren) en de volkomen onnodige en slecht voorbereide expeditie naar Taboek.

Mohammed was dus wel krijgsheer, zoals iedere leider in zijn samenleving wel een beetje krijgsheer in zijn vrije tijd moest zijn, en hij was bepaald geen uitblinker. Dat wordt eigenlijk het beste geïllustreerd met het feit dat één van de succesvolste generaals uit de periode direct na de dood van de profeet, waarin de echt grote Arabische veroveringen plaatsvonden, de man was die hem bij de berg Oehoed in de pan hakte: Khalid Ibn al-Walid.

Deel dit blog:
De Bergrede: christenvervolging

In mijn reeks over de Bergrede nu de laatste van de zaligsprekingen waarmee deze compositie begint. Dit is de tekst Read more

Was Mohammed een massamoordenaar?

Wie niks van hem moet hebben, wil nog wel eens beweren dat de profeet Mohammed een pedofiel, een krijgsheer en Read more

Nieuws of geen nieuws uit Qumran

Eigenlijk had ik vandaag weer eens willen schrijven over het Nieuwe Testament, want ik beleef veel plezier aan het lezen Read more

Kon Jezus lezen en schrijven? (1)

Afgelopen week kreeg ik van collega Marcel Hulspas de vraag voorgelegd of Jezus analfabeet was. Anders gezegd: kon Jezus lezen Read more


Categoriën: Islam