Vulkanen, burgeroorlogen en macht

Augustus
15 november 2020

Misschien heeft u het in De Volkskrant gelezen: een vulkaanuitbarsting kan een factor zijn geweest in de enorme bestuurlijke crisis in het Romeinse Rijk na de dood van Julius Caesar. Het originele artikel vindt u hier. Cor Speksnijder vat samen:

Historici dachten al langer dat een vulkaan de oorzaak was van de ongewone klimatologische omstandigheden die worden vermeld in oude schriftelijke bronnen, maar wisten niet zeker waar of wanneer die uitbarsting zich zou hebben voorgedaan. Een internationaal onderzoeksteam … ziet een verband tussen de klimaatomslag in het Middellandse-Zeegebied en een uitbarsting van de Okmok-vulkaan in Alaska, die zich voordeed in 43 v. Chr. De groep trekt die conclusie na analyse van ijskernen die zijn geboord in Groenland en Rusland.

Er zijn hier diverse problemen. Eén daarvan is dat de overlevering van onze informatie over de Oudheid volslagen willekeurig is. Over de jaren na 44 v.Chr. hebben we veel informatie en dus hebben we ook veel vermeldingen die zijn uit te leggen als aanwijzing voor ongewone klimatologische omstandigheden. De informatie uit de bronnen zegt dus weinig. Ik zou me beperken tot de normale paleoklimatologische data, dus de ijskernen, de stalagmieten en de jaarringen waarover ik onlangs blogde. De bronnen kunnen dienen ter illustratie van wat deze data hebben opgeleverd, maar slechts weinig méér.

Causale verbanden en hun tegendeel

Het tweede probleem is door de onderzoekers onderkend: het is niet zo gemakkelijk om een causaal verband te leggen tussen een vulkaanuitbarsting en de ondergang van de Romeinse Republiek en de opkomst van de monarchie van keizer Augustus. Het is mogelijk dat het door die uitbarsting slecht weer was en het is mogelijk dat hierdoor sociale onrust werd aangewakkerd die weer bijdroeg aan politieke verschuivingen. De onderzoekers zijn genuanceerd genoeg om te erkennen dat het weer hierbij slechts één factor was.

Dat is wat onbevredigend. Je kunt je natuurlijk voorstellen dat de Senaat, geconfronteerd met sociale onrust, eerder berustte in de coup van Octavianus en de machtsgreep van het Tweede Driemanschap. Je kunt echter met evenveel recht het omgekeerde beredeneren: doordat de boeren moesten vechten om hun bestaan, hadden de senatoren een kopzorg minder en konden ze zich concentreren op andere zaken, zoals het verhinderen van een staatsgreep. Ik zou zo snel, schrijvend in de trein naar Maastricht, niet weten hoe ik hier tussen moest kiezen.

Zwarte Dood

Neem, ter vergelijking, de crisis van het midden van de veertiende eeuw: de Zwarte Dood, die een derde van de West-Europese bevolking wegnam. Lange tijd was het standaardverhaal dat dit leidde tot sociale onrust en dat de machtshebbers daarom de horigheid afschaften. Vervolgens bloeiden de steden op. Een eerste nuance was dat de desintegratie van de feodaliteit al eerder was begonnen, maar dat was niet de voornaamste moeilijkheid met deze interpretatie. Dat was dat dezelfde factoren – sterke bevolkingsneergang, sociale onrust – werden gebruikt om voor Oost-Europa te verklaren waarom vrije boeren hun vat op de graanhandel aan de Junkersklasse verloren, hoe de boeren tot horigheid werden gereduceerd en hoe de vrije steden hun rechten verloren.

De cruciale factor lijkt hier, heel simpel, de organisatiegraad van de boeren. De traditionele dorpsgemeenschappen van het westen ontbraken in het ontginningsgebied ten oosten van de Elbe. De boeren in West-Europa hadden daarentegen een zekere macht – dat wil zeggen: het vermogen om anderen tot een bepaalde vorm van gedrag te bewegen – om een verbetering van hun positie af te dwingen, terwijl de boeren in Pruisen, Polen en Litouwen die niet hadden.

Als het spannend wordt…

Ik schreef dat de organisatiegraad van de boeren de cruciale factor lijkt. Er is nogal wat debat over geweest; hoe de bordjes momenteel precies hangen, weet ik niet, maar is voor mijn stukje ook niet zo belangrijk. Het gaat me erom dat klimaatcrises en epidemieën op zich de geschiedenis niet maken. De gevolgen zijn niet onvermijdelijk; cruciaal is de menselijke respons. Daarover doet het team dat nu een vulkaanuitbarsting opvoert als factor bij het ontstaan van de Romeinse monarchie geen al te stellige uitspraken, en ik denk dat het verstandig is je beperkingen te kennen, maar het betekent eigenlijk ook dat ze ophouden op het moment dat het spannend begint te worden.

[Deze blog verscheen oorspronkelijk in de reeks “Methode op Maandag“.]

Deel dit blog:
Waarom braakt de Etna vuur uit?

Het Leven van Apollonios van  Tyana, geschreven door de Atheense auteur Filostratos (derde eeuw n.Chr.) is een boeiende tekst over Read more

De Zeevolken: het bewijsmateriaal

In het eerste stukje over de Zeevolken – dat ook “het einde van de Bronstijd” had kunnen heten, vatte ik Read more

De Zeevolken: het klimaat

In het vorige stuk over de Zeevolken vatte ik samen wat De Blois en Van der Spek erover schreven in Read more

De Zeevolken

In de reeks over het handboek van De Blois en Van der Spek, Een kennismaking met de oude wereld, wil ik Read more