Von Däniken en waarschijnlijkheid

De ouderdom van de Artemidorospapyrus
12 november 2020

De spreekwoordelijke pseudowetenschapper is Erich von Däniken, die met Waren de goden kosmonauten niet alleen een batterij onzin de wereld inschoot maar ook een model heeft geschapen om aandacht te genereren. Je verdient geld met leuke weetjes, niet door uit te leggen wat wetenschap eigenlijk is. De feitelijke schade is ontstaan toen wetenschappers dit sensationalisme overnamen: we hebben, zoals u weet, wel boeken over gladiatoren maar geen websites met uitleg van hermeneutiek. En uitleg over archeologie gaat altijd over vondsten, nooit over archeologie.

Is Von Däniken dan een wegbereider voor academische miscommunicatie, veel invloed hebben zijn eigenlijke ideeën over ancient astronauts niet. (Wat aan desinformatie circuleert, komt doordat onderzoekers – hyperspecialisten dus – zich bezighouden met een voorlichting, een typische generalistenactiviteit. Eenmaal buiten hun specialisme vallen ze terug op handboekkennis en die is meestal verouderd.) Omdat ancient astronauts dus wat marginaal zijn, was ik verbaasd toen ik een mailtje kreeg waarin iemand me erop wees dat ik genuanceerder moest schrijven over Von Däniken.

Het verwijt is legitiem: we moeten alles overwegen, ook het onwaarschijnlijke. Dat brengt ons op de vraag hoe je het waarschijnlijke bepaalt en als voorbeeld neem ik de Artemidorospapyrus: een beruchte vervalsing. De oplichter had antiek papyrus gebruikt – al sinds de negentiende eeuw gebruiken vervalsers antiek schrijfmateriaal – dus toen onderzoekers er een koolstofdatering op loslieten, waren de resultaten in overeenstemming met wat je verwacht. Zie het plaatje hierboven.

Als een monster “1900 BP ± 45 jaar” wordt gedateerd, is er 68% kans dat het schrijfmateriaal een datering heeft binnen het donkerste deel (eenmaal de onzekerheidsmarge), dus dat het organisme tussen de 1945 en 1855 jaar voor het ijkjaar 1950 (BP) is gestopt met ademen. Er is 95% kans dat het gaat om een moment tussen de 1990 en 1810 jaar voor die datum, ofwel dubbel de marge van vijfenveertig jaar. Er is 99% kans bij een driedubbele marge, en zo voort.

Bij koolstofdateringen is de waarschijnlijkheid dus in een getal uit te drukken. Van de Lijkwade van Turijn weten we dat er 68% kans is dat het doek is vervaardigd tussen 1273 en 1288 en 95% dat het gaat om een wijder interval. Theoretisch is het denkbaar dat de Lijkwade tweeduizend jaar oud is, maar de kans daarop is verwaarloosbaar.

Vaak kan de waarschijnlijkheid echter niet worden uitgedrukt in een percentage. In de jaren tachtig zullen in Amsterdam vast weleens fietsen legaal zijn verkocht voor ƒ25 maar de kans dat een fiets die je voor dat bedrag werd aangeboden gestolen was, zal bijna 100% zijn geweest. Als een papyrussnipper zonder gedocumenteerde provenance opduikt, is de kans bijna 100% dat die óf vals is óf gestolen. Opnieuw geldt: theoretisch is het denkbaar dat die fiets of dat fragment bona fide is, maar de kans daarop is verwaarloosbaar, zelfs als je niet in staat bent die kans in cijfers uit te drukken.

Von Dänikens theorie van de ancient astronauts is een combinatie van deze twee. Voor een deel kunnen we cijfermatig onderbouwen waarom ET geen contact met ons opneemt. Voor een ander deel is het een kwestie van “een fiets van ƒ25 zal wel zijn gestolen”: niet cijfermatig te onderbouwen maar wel een goede inschatting. Geen kansberekening maar kansleer.

Laatste punt: het is pertinent niet waar dat de universiteit nooit slechte onderzoeksresultaten levert. Het is geen toeval dat ik net een voorbeeld aanhaalde uit de papyrologie. De ontdekster van het Evangelie van de Vrouw van Jezus ging, toen eenmaal was bewezen dat het een vervalsing was, op zoek naar argumenten waarom die papyrussnipper toch echt zou kunnen zijn, met argumenten die ze nooit zou hebben overwogen als het niet was om een weerlegde theorie te handhaven. Zo is het ook met de ancient astronauts: om deze of gene beschrijving van een antiek hemelverschijnsel te interpreteren als een bezoek van buitenaardse ruimtevaarders, moeten allerlei hulphypothesen worden ingeroepen die je anders niet zou verzinnen. Dat is meestal een aanwijzing dat je op de verkeerde weg bent.

[Deze blog verscheen oorspronkelijk in de reeks “Methode op Maandag“.]

Deel dit blog:
De beslissendheid van Marathon

Eergisteren blogde ik over de slag bij Marathon, waarin de Atheners een Perzisch leger, dat zich al aan het terugtrekken was en zijn dekking door Read more

Vergelijkingen en relevantie

In mijn vorige stukje vertelde ik dat de Oudheid voor ons relevant kan zijn, maar wees ik er ook op dat als Read more

Continuïteit en relevantie

Sommige antieke teksten illustreren aspecten van de oude wereld die hun invloed lange tijd, soms zelfs nog steeds, hebben doen Read more

Verhalende geschiedschrijving

Geschiedvorsing wil niet slechts zeggen dat je gebeurtenissen op een rijtje zet maar houdt ook in dat je die probeert Read more