Vertalen is moeilijk

Twee dromedarissen bekijken een fotograaf
15 november 2020

Een dromedaris heeft één bult en een kameel heeft er twee. Hun Amerikaanse neefje lama heeft er geen. Een kameel komt uit Centraal-Azië, waar de winters koud zijn, en heeft daarom lange haren, dikke vetlagen en zo kort mogelijke poten. Zo bewaart ’ie zijn lichaamswarmte. De dromedaris woont daarentegen in het Nabije Oosten, waar het loeiheet is en daarom heeft het beest korte haren, lange poten en dunne vetlagen. Wat ik maar zeggen wil: het zijn verschillende dieren, levend in tegengestelde ecologische niches.

Het Nederlands maakt onderscheid. We hebben dat ontleend aan de Grieken, die de eenbulter in de zesde eeuw v.Chr. leerden kennen en begrepen dat de dromedarios, “renner”, een snelle loper was. De tweebulter leerden ze ruim twee eeuwen later kennen en daarvoor gebruikten ze kamelos, een Semitisch leenwoord dat voortleeft in het Arabische jamal. De Engelsen, de koloniale macht die ooit heerste over een half dozijn Arabische landen, heeft dit woord eveneens geleend: camel kan zowel slaan op een kameel als op een dromedaris. Zie daar de verklaring voor de dromedaris op het pakje Camel-sigaretten waar u als kind zo verbaasd over was.

Hoe vertaal je een leenwoord?

Ik stip deze onbenullige kwestie aan omdat het NRC Handelsblad onlangs een dromedaris een kameel noemde. Je ziet hier twee verschijnselen tegelijk. Het eerste is dat het Nederlands, wellicht onder invloed van het Engels, een nuance begint te verliezen. Het tweede is het vertaalprobleem. Als een Engelsman camel zegt, moet de vertaler bedenken welke van de twee mogelijke Nederlandse woorden van toepassing is, zoals een vertaler Nederlands-Engels bij neef moet bedenken of het gaat om een nephew of een cousin.

Het bekendste voorbeeld van de vertaalde-kamelen-kwestie is de passage uit het Evangelie van Marcus (10.25) dat nog eerder een kamelos door het oog van een naald zal gaan dan dat een rijke de hemel binnengaat. Omdat tweebulters destijds vooral in Centaal-Azië woonden, kan Marcus’ kamelos niet slaan op een kameel. Het moet een semitisme zijn voor het dier dat wij aanduiden als dromedaris, en dit is de juiste vertaling als je doel is de antieke realia correct weer te geven.

Een leenwoord in de brontekst zou je in het Nederlands het liefst vertalen met een leenwoord. Ik zou niet tegen dromadaire zijn, aangezien de auteur van het Marcus-evangelie met leenwoorden doorgaans een bedoeling heeft. Als hij bijvoorbeeld het Latinisme speculator gebruikt om de beul van Johannes de Doper aan te duiden  (Marcus 6.27), is dat een signaal dat geen Jood de heilige man wilde doden, zodat de klus toeviel aan een Romeinse soldaat met een license to kill.

Nu kan een vertaler het te brutaal vinden leenwoorden in het Nederlands weer te geven met niet-Nederlandse woorden. Hoe vertaal je κάμηλος dan? Voor zover ik weet hebben alle vertalers er kameel van gemaakt. Ik vermoed dat ze de antieke realia ondergeschikt maakten aan een andere afweging: ze wilden niet al te ver afwijken van eerdere vertalingen. In de Statenvertaling stond kemel en sindsdien heeft iedereen dat overgenomen. Waarom de biologische onmogelijkheid is gehandhaafd in de Nieuwe Bijbelvertaling, is een van de mysteriën van dit project. In een parallel geval, het in oudere vertalingen genoemde konijn (Psalmen 104.18Spreuken 30.26), hebben de vertalers correctheid boven traditie laten prevaleren en daar staat nu dus klipdas.

Dienaren, slaven en tot slaaf gemaakten

Het dromedarissenvoorbeeld was onschuldig, maar wat doe je met de mismatch tussen antiek en modern vocabulaire als het gaat om onvrije en halfvrije arbeiders, zoals de dienaar, de dienstknecht en de slaaf? Dit zijn alle drie vertalingen van hetzelfde Griekse woord, doulos. De vertaling van doulos met “slaaf”, hoewel gangbaar, roept een hoop problemen op.

Een onlangs overleden zwarte vriendin, lid van een kerkgenootschap uit de Bijlmer, vertelde me de laatste keer dat ik haar zag van een discussie over de vraag of “tot slaaf gemaakten” in plaats van “slaaf” als vertaling in een Bijbelpassage mogelijk was. Een vertaler zal rekening moeten houden met deze discussie. De vertaling van op zich eenvoudig Grieks wordt hier ineens politiek.

Vertalen is moeilijk

Wat ik maar wil zeggen: vertalen is moeilijk. Mijn voorbeelden waren niet ingewikkeld, maar alleen al om de problemen te herkennen moet de vertaler van zelfs een korte tekst als het Evangelie van Marcus kennis hebben van biologie, van talen die via leenwoorden in de brontaal doorklinken, van geschiedenis, van Romeinse legerterminologie, van antieke sociale verhoudingen en van de receptie van de woorden bij hedendaagse doelgroepen. Puur talige aspecten, zoals de recente inzichten in de partikeltheorie of Marcus’ Semitische zinsconstructies, heb ik niet eens genoemd.

Vertalen is eigenlijk onmogelijk en ik neem mijn hoed af voor degenen die het ’m toch maar flikken. En dan nog kritiek krijgen ook. Weet u, de enigen die écht mogen oordelen, zijn degenen die de brontaal én cultuur volledig beheersen en ook de doeltaal én cultuur volledig doorgronden. Dat is menselijkerwijs niet mogelijk en ik zou degenen die kritiek hebben op vertalingen, uitnodigen gematigd te zijn. Zoals wel vaker ben ik het, ondanks verschil in levensbeschouwing, eens met de christelijke blogger Jan Pieter van de Giessen, die onlangs ook de bestaande vertalingen verdedigde tegen onvoldoende deskundige kritiek.

Maar een dromedaris veranderen in een kameel, dat kan echt niet.

[Deze blog verscheen oorspronkelijk in de reeks “Methode op Maandag“.]

Deel dit blog:
Even voorstellen: Met Andere Woorden

Met Andere Woorden is het vaktijdschrift in Nederland en Vlaanderen over de Bijbel en bijbelvertalen. Het verschijnt sinds 1982 en Read more

Niet alle vertalingen zijn even goed

Het laatste nummer van Met andere woorden, het vriendelijke (en gratis) tijdschrift over de bestudering van de Bijbel, is geheel Read more

Valt te weten waar de Drususgracht lag?

In mijn komende boek Hannibal in de Alpen behandel ik een topografisch probleem: hoe bepaal je de locatie van een Read more

Prinsjesdag, Plinius, Mill en de vergelijkingstheorie

Morgen is het Prinsjesdag en dat is een mooie gelegenheid om het weer eens over vergelijkingstheorie te hebben. Het demissionaire Read more