Verliefd, verloren

De Selle
2 augustus 2021

Een noot in een publicatie van vondsten uit Thuin waarvan ik de gegevens momenteel niet bij de hand heb, was de eerste keer dat me opviel dat er weer mensen zijn die denken dat de Sabis de Samber is. Terwijl het gaat om de Selle.

Wellicht verdient dat enige uitleg.

In het jaar 57 v.Chr. viel Julius Caesar de Belgen aan. Even ten noordwesten van het huidige Reims, aan de Aisne, versloeg hij zijn tegenstanders voor de eerste keer. Daarna rukte hij verder op tot hij bij de Nerviërs kwam, die de Romeinse bereden verkenners wisten te verrassen bij de rivier de Sabis. Dankzij de routine waarmee de legionairs reageerden, wonnen de Romeinen het gevecht. Korte tijd later veroverden ze het fort van de Aduatuci, dat is geïdentificeerd bij Thuin. De vraag is nu waar tussen de Aisne en Thuin de Sabis ligt. Het woord is een hapax, dat wil zeggen dat het maar één keer voorkomt in de antieke literatuur, en wel in Caesars eigen verslag.

Waar is die Sabis?

Een oude hypothese is dat de Sabis dezelfde is als de Samber en dat het gevecht plaatsvond bij het huidige Maubeuge. Je vindt het nog weleens in de Engelstalige vakliteratuur, die al een eeuw lang geïsoleerd staat ten opzichte van wat is gepubliceerd in het Duits en Frans. Zulk isolement is doorgaans in het nadeel van onze kennis van het verleden, en dit keer zeker. Het bewijs dat de Sabis de Selle is en dat het gevecht plaatsvond bij Saulzoir, is namelijk al enkele keren geleverd – in Franstalige literatuur.

Hoe bewijs je zoiets? Om te beginnen: niet met archeologische vondsten, want die ontbreken overal en zijn, zoals ik al eens beschreef, aanleiding geweest voor de pertinente vraag of Caesar wel zo noordelijk is geweest. (Het antwoord is inmiddels bekend: ja. Maar de vraag was goed.)

Verder: Caesars tekst is even ambigu als elke andere antieke veldslagbeschrijving. Een typering van een veld als wijd, een helling als steil of een rivier als breed wil alleen maar zeggen dat iemand op een bepaald moment het landschap zo heeft ervaren. Meer valt er niet van te maken. Krijgshistorici zijn vertrouwd met het psychologische verschijnsel dat soldaten tijdens een gevecht, waarin ze zich concentreren op wat hen kan doden en dus beweegt, nauwelijks oog hebben voor het statische landschap, waardoor landschapsbeschrijvingen vaak vol vergissingen zitten (meer).

Los daarvan is het landschap van nu niet dat van vroeger. Het was in de eerste eeuw v.Chr. vochtiger dan tegenwoordig. Elk riviertje in het noorden van Gallië zou een legionair uit Italië hebben getroffen als breed.

Taalkundig bewijs

Nu andere soorten bewijsmateriaal weinig opleveren, resteert vooral de naamkunde. Verschillende Franse geleerden (Maurice Arnould in 1941, Pierre Turquin in 1955, Jules Herbillon in 1977…) hebben met uiteenlopende argumenten erop gewezen dat Sabis onmogelijk kan zijn veranderd in Sambra (Samber), terwijl het woord wél kan veranderen in Selle. Die overgang is ook redelijk gedocumenteerd.  Het woord Sabis kan natuurlijk ook andere kanten op zijn geëvolueerd en er zijn legio rivieren in Noord-Frankrijk waarvan we de antieke naam niet kennen, dus de Selle is een weliswaar zeer plausibele maar niet de enig-denkbare kandidaat. Het woord Sabis kan echter zeker niet zijn veranderd in Sambra.

Ik weet niet waarom de taalkundig onmogelijke identificatie van de Sabis met de Samber nu weer terug is. In elk geval had ik een tijdje geleden mail van iemand die opperde dat de naam Sabis vergeten was geraakt en dat de naam Sambra toen in de Romeinse tijd zou zijn bedacht. Dat roept echter de vraag op waarom in de Romeinse tijd, in een gebied waar men Latijn sprak (en in feite nog steeds spreekt), een naam met een Gallische etymologie zou zijn verzonnen. Sambra is namelijk afgeleid van Samara, wat zoiets betekent als “rustig kabbelend”. Ook de Somme heette Samara, trouwens, maar voor zover ik weet heeft nog niemand geopperd dat de slag aan de Sabis is gestreden aan de Somme.

Een tweede vraag is waarom je, als je een linguïstisch plausibel en een linguïstisch implausibel verhaal hebt, die implausibele theorie oppimpt door een hulphypothese te introduceren. Je snijdt je dan immers aan het scheermes van Ockham.

Voer voor psychologen

Het is psychologisch interessant. Mensen introduceren hulphypothesen als deze vooral als ze verliefd zijn op een idee dat allang is weerlegd, maar dat per se waar dient te zijn. Ik heb er al eens eerder over geschreven, kort nadat het Evangelie van de Vrouw van Jezus was ontmaskerd en ontdekster Karin King desondanks onderzoek wilde laten doen. Het moest voor haar echt zijn.

Toen ik mijn boekje Hannibal in de Alpen aan het schrijven was, stuitte ik om de haverklap op mensen die het Karthaagse leger per se over deze of gene pas wilden hebben en daartoe alle nodige bewijsmateriaal in hun straatje draaiden. We zullen het allemaal weleens doen en ik heb niet de illusie er nooit aan ten prooi te zijn gevallen, maar het blijft een verbluffend verschijnsel – en onthutsend dat het door de peer review kan komen.

Deel dit blog:
Door berg en dal met Hannibal: de Tricastijnen

Even afgezien van het feit dat de vraag waar Hannibal de Alpen overstak totaal irrelevant is en niet beantwoord kan Read more

De Arabisering van de Maghreb

Een tijdje geleden kreeg ik een vraag naar de arabisering van de Maghreb. Anders gezegd: waarom zijn de mensen in Read more

Kikkererwten (2)

Ik had u ook het oude Griekenland beloofd, dus dat komt nu. Want hoe zit het met het woordje erwt? Read more

Kikkererwten (1)

We aten kikkererwten, vandaag. Dat zou het vermelden nauwelijks waard zijn geweest, als het me niet op dit stukje had Read more


Categoriën: Romeinse Republiek