Vergelijkingstheorie (2)

14 november 2020

[In het eerste deel legde ik uit dat vergelijkingen tussen nu en de Oudheid lastig zijn. Je zult minimaal het comparandum moeten rechtvaardigen.]

Nog een voorbeeld

Hier is nog een voorbeeld van hoe het niet moet: “Immigration: How ancient Rome dealt with the Barbarians at the gate”. Voor een analyse van de redenatiefouten verwijs ik naar een stuk van Jeroen Wijnendaele van de Universiteit in Gent, te vinden op zijn Facebookpagina. U moet het daar maar even lezen; ik citeer alleen de conclusie

The ultimate premise is that Roman society is our logical western antecedent, that “we” are just as Rome, and that the problems of our world mirror theirs et vice versa. It does not. Roman history is best studied for its own sake, not to advise us on contemporary world problems, because the two are manifestly worlds apart.

Het is krek zo. Wie de huidige vluchtelingencrises wil begrijpen, kan met vrucht de hedendaagse werkelijkheid analyseren. Gewoon de statistieken nuchter lezen dus en onderzoek doen naar de oorzaken. Dat is een vruchtbaarder aanpak dan de Oudheid erbij halen. Wie de ondergang van het Romeinse Rijk wil begrijpen en er een vergelijking bij wil halen, kan een vergelijking maken met de ondergang van Achaimenidisch of Sasanidisch Perzië of de periode van de Drie Koninkrijken in China.

Wat kan wel? Ideeën

Ik noemde die migranten niet zonder reden. De vergelijking tussen antieke en moderne migranten wordt vaak gemaakt, met de absurde vergelijking tussen de Muur van Hadrianus en de muur van Donald Trump als voorlopig dieptepunt. Deze vergelijking is, zo moge duidelijk zijn, geen zinvolle exercitie. Wat wel mogelijk is, is ideeën over migratie vergelijken. Die kunnen worden samengevat in twee punten:

  • in onze samenleving heeft iedereen een vaste woon- of verblijfplaats en wij beschouwen degenen die dat niet hebben – of dat nu woonwagenbewoners zijn of immigranten – als afwijkend van de norm.
  • in de antieke samenleving was iedereen vroeg of laat afstammeling van een migrant, waren juist de autochtonen ongebruikelijk en werd migratie niet als probleem ervaren (wat niet wil zeggen dat men niet hard kon optreden tegen immigranten).

Zo’n verschil kun je constateren en gebruiken om verder over na te denken. Als je dat wil althans, want als je voldoende geniet van de verbazing is het ook goed. Een historische belangstelling is haar eigen beloning.

Er zijn diverse verklaringen mogelijk. Eén daarvan is dat onze bronnen (vrijwel zonder uitzondering geschreven door rijke mannen) een blinde vlek hebben voor bepaalde problemen die wij als normaal beschouwen en die ook in de Oudheid kunnen hebben bestaan. Een andere verklaring is dat men werkelijk geen probleem heeft herkend in het verschijnsel migratie, aangezien iedereen afstamde van een volksverhuizer. Weer een andere verklaring is dat we domweg een stuk van onze privacy, namelijk de vrijheid om onvindbaar te zijn, hebben verloren in een samenleving die rijk genoeg is om een sterk overheidsapparaat op te bouwen.

Ik weet niet welke van deze verklaringen de juiste is, maar in alle gevallen wordt duidelijk dat een hedendaagse westerse opvatting precies dat is: een hedendaagse westerse opvatting. We hadden er ook anders over kunnen denken als we rijke Grieken of Romeinen waren geweest, als we leefden in een samenleving met een meer fluïde bevolking of als we onze privacy hoger in het vaandel hadden gehad. Door zo te denken, doorgronden we onze eigen ideeën beter.

Bij wijze van PS: de godwin

De godwin, de vergelijking van een modern verschijnsel met iets uit de Tweede Wereldoorlog, lijkt me aan regels onderworpen die analoog zijn aan het bovenstaande. Zoals je geen agrarische samenleving moet vergelijken met een postindustriële samenleving, zo moet je ook geen samenleving in oorlogstijd vergelijken met een samenleving in vredestijd. Ik deel uw zorgen over veel hedendaagse ontwikkelingen, waarin Nieuw Rechts te vaak ontaardt in Bot Rechts. Maar om bij elk exces – en het zijn er vele – een vergelijking te maken met het Derde Rijk lijkt me een onderschatting van het enorme verschil dat bestaat tussen oorlog en vrede.

Al het bovenstaande wil niet zeggen dat het niet verleidelijk is vergelijkingen te maken tussen nu en toen. Ik maak ze vrijwel dagelijks, denk ik. Het verleden is nu eenmaal de matrix waarin we nieuwe ervaringen ordenen. Daar helpt weinig aan, maar je kunt erop alert zijn.

[Deze blog verscheen oorspronkelijk in de reeks “Methode op Maandag“.]

Deel dit blog:
Prinsjesdag, Plinius, Mill en de vergelijkingstheorie

Morgen is het Prinsjesdag en dat is een mooie gelegenheid om het weer eens over vergelijkingstheorie te hebben. Het demissionaire Read more

Verkeerd geleerde historische lessen

Vorige week overleed Donald Kagan. De in Litouwen geboren Amerikaanse classicus is de auteur van een van de aardigste inleidingen Read more

De Zeevolken: meer problemen

In de vorige vier stukken (één, twee, drie, vier) over de Zeevolken heb ik uitgelegd dat het bewijsmateriaal een consistent Read more

MoM | Rome 455, Washington 2021?

Als mijn uitgever het me vraagt, en als die uitgever ook nog inhoudelijk nadenkt over wat geschiedenis is, kan ik Read more