Vergelijkingen en relevantie

Nederlands historicus is niet verder gekomen dan de negentiende eeuw
15 november 2020

In mijn vorige stukje vertelde ik dat de Oudheid voor ons relevant kan zijn, maar wees ik er ook op dat als je dit beargumenteert door invloed van de oude samenleving op de onze te claimen, je die invloed zult moeten aantonen. Eén van de dingen die je dient te bewijzen is een continuïteit van dat denkbeeld, van die institutie of van dat gebruik. Dat blijft vaak achterwege. Auteurs als Tom Holland, Paul Cartledge en Anthony Pagden nemen bijvoorbeeld aan wat ze dienen te bewijzen. Klinkklare kwakgeschiedenis.

Ik rondde mijn stukje af met de opmerking dat een andere manier om de Oudheid relevantie toe te kennen het maken van vergelijkingen was. Dit doen we in feite de hele dag door. We schrikken van de gebeurtenissen in Charlottesville omdat we meteen een parallel trekken met de gebeurtenissen in het Derde Rijk. Onze neiging tot het zien van overeenkomsten zit echter nog dieper. Zelfs als we een simpel woord als “stad” gebruiken, is al een vergelijking geïmpliceerd met andere nederzettingen.

Ik laat dit aspect even rusten. Mij gaat het vandaag om het gebruik van vergelijkingen om de Oudheid relevant voor ons te maken. Wil dat soort vergelijkingen zinvol zijn, dan moet je weten welk aspect je aan het vergelijken bent en dat is nu net voor de Oudheid moeilijk. Je hebt een goed-gedefinieerd punt van vergelijking nodig maar als je nauwelijks informatie hebt, valt dat lastig te identificeren. Let wel: ik heb het nu niet over bijvoorbeeld literaire vormen, ik heb het over maatschappelijke processen en structuren. Over het werk van historici en archeologen dus, niet over dat van filologen.

Het idiote is dat je, juist doordat je zo weinig informatie hebt, altijd parallellen ziet tussen de Oudheid en de eigen tijd. Er is namelijk weinig informatie die je meteen doet inzien dat je vergelijking niet klopt. Als u niets weet over de gemiddelde jaarlijkse economische groei van de Romeinse economie, heeft u een blinde vlek voor het belangrijkste verschil tussen de Oudheid en onze tijd met self-sustained economic growth. Wat u wel ziet zijn overeenkomsten, maar zelfs de positief aanwezige informatie is zeer selectief, waardoor de waargenomen overeenkomst vooral projectie is.  Ik heb daar weleens op gewezen toen ik het had over het boek van Maarten van Rossem over de val van het Romeinse Rijk:

Dat de Val van Rome altijd weer de gedaante kan aannemen van een contemporain vraagstuk, komt immers doordat we te weinig informatie hebben. Het is oude geschiedenis, dus de schaarse data kunnen alle kanten op worden gemanipuleerd. Daarbij komt dat de transitie van Oudheid naar Middeleeuwen een complex en lang proces is geweest, waarin economische, demografische, sociaalgeografische, religieuze, militaire en politieke factoren zijn vervlochten. Je hebt de beschikking over ambigue informatie en mag kiezen uit een eeuw of vier: geen wonder dat je altijd je eigentijdse probleem geïllustreerd ziet.

Wil je dus, zoals de Britse parlementariër Edward Gibbon in de achttiende eeuw, waarschuwen tegen autocratie en de rechten verdedigen van het parlement, dan benadruk je de afwezigheid van een écht representatief orgaan in Rome en begin je je analyse in de tweede eeuw, toen goede keizers verzuimden de Senaat bij het bestuur te betrekken. Wil je een sterke eenheidsstaat, dan begint jouw ondergang van het Romeinse Rijk in de derde eeuw. Is pacifisme je bekommernis, dan kies je de vierde eeuw, waarin het christendom doorbrak. Lees je de wereldgeschiedenis als een rassenstrijd, dan benadruk je de Grote Volksverhuizingen tussen ongeveer 375 en 510. Maak je je zorgen over neoliberale terugtredende overheden, dan concentreer je je op het midden van de vijfde eeuw. Ben je bezorgd over klimaatverandering, dan let je op de zesde eeuw. Ben je een hedendaagse islamofoob, dan is de militaire crisis in de vroege zevende eeuw jouw moment. Het kan allemaal. In feite zoekt elke auteur weer een andere ondergang van Rome.

Anders gezegd: je kunt altijd een vergelijking met de Oudheid maken omdat er aan de antieke kant van de vergelijking domweg te weinig gegevens zijn die je tegenspreken. Alleen al om die reden waren de opmerkingen van Mark Rutte over de ondergang van het Romeinse Rijk door Germaanse stammen zo verschrikkelijk dom.

Net als de soortgelijke ideeën van, alweer, Tom Holland. Als die meent parallellen te ontwaren tussen de val van het  Romeinse Rijk en de eigen tijd, past hij een methode die voor de bestudering van klassieke talen zinvol is, toe op de geschiedschrijving, waar ze niet zinvol is. Hij is dan ook geen historicus maar classicus.

Rutte en Holland willen een historische les bieden door een uitspraak te doen waar simpelweg geen betekenisvolle uitspraak mogelijk is. Dat is in feite net zoiets als een omstreden standbeeld weghalen of kennis van de Nederlandse identiteit vergroten door les over het Wilhelmus en een geschiedenisboekje op je achttiende verjaardag: je wil dan niet méér van het verleden dan dat het je bevestigt in je mening over het heden. Dat is een soort intellectuele zelfbevrediging.

Elke eerstejaars-geschiedenisstudent weet dat vergelijkingen tussen het verre verleden en het heden niet zomaar zijn te maken en dat geldt a fortiori voor mensen die na hun eerste jaar verder zijn gegaan. Hier is de uitleg van Jeroen Wijnendaele van de Universiteit van Gent en daar is de uitleg van romanschrijver Jan van Aken. Ik weet dat het aantrekkelijk is analogieën te zien, maar wie oprecht geïnteresseerd is in de oude wereld, moet die verleiding weerstaan. Over datgene waarover men niet zinvol spreken kan, is men gedwongen te zwijgen. Niets maakt ons mooie vak sneller kapot dan op zand gebouwde relevantieclaims.

[Deze blog verscheen oorspronkelijk in de reeks “Methode op Maandag“.]

Deel dit blog:
De beslissendheid van Marathon

Eergisteren blogde ik over de slag bij Marathon, waarin de Atheners een Perzisch leger, dat zich al aan het terugtrekken was en zijn dekking door Read more

Continuïteit en relevantie

Sommige antieke teksten illustreren aspecten van de oude wereld die hun invloed lange tijd, soms zelfs nog steeds, hebben doen Read more

Verhalende geschiedschrijving

Geschiedvorsing wil niet slechts zeggen dat je gebeurtenissen op een rijtje zet maar houdt ook in dat je die probeert Read more

De positivistische misvatting

Wat weten we over de hierboven afgebeelde “dame van Simpelveld”? Je kunt het opsommen. Ze woonde in de buurt van Read more