Valt te weten waar de Drususgracht lag?

Drusus (Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, Brussel)
4 oktober 2021

In mijn komende boek Hannibal in de Alpen behandel ik een topografisch probleem: hoe bepaal je de locatie van een in de antieke bronnen genoemde plek? Deze problematiek is gangbaar en elke oudheidkundige weet dat atlassen (zoals) veel schijnzekerheid bieden. Waar lag Waššukanni? Waar op de Atheense Akropolis stond het Parthenon? Welke ruïnes zijn die van Ubar? Zulk onderzoek is te reduceren tot vier deelproblemen.

  1. Tekstkritiek: wat staat er precies in de geschreven bronnen?
  2. Bronkritiek: vergelijking van de bronnen om informatie te distilleren
  3. Reconstructie van het antieke landschap
  4. Plaatsing van de informatie (2) in het landschap (3)

In het geval van Hannibals Alpentocht zijn er voldoende tekst- en bronkritische problemen om te weten dat er onvoldoende informatie is om in het landschap te passen. Einde speurtocht. Dat het Alpenlandschap niet noemenswaardig is veranderd zou stap #3 makkelijk hebben kunnen maken, maar zover komen we dus niet eens. Iets dergelijks, bedacht ik onlangs, speelt op onschuldiger niveau bij de zogeheten Drususgracht, een waterbouwkundig werk dat is vernoemd naar de Romeinse veldheer Drusus.

Twee bronnen

Het bewijsmateriaal is nu minder ingewikkeld dan bij Hannibal. Het gaat om precies twee zinnetjes.

  • Suetonius, Claudius 2: Oceanum septemtrionalem primus … navigavit transque Rhenum fossas navi et immensi operis effecit, quae nunc adhuc Drusinae vocantur. “De noordelijke Oceaan bevoer hij als eerste … en voorbij de Rijn bewerkstelligde hij, als een immens karwei, fossas navi die tot op de huidige dag Drusisch genoemd worden”
  • Tacitus, Ann. 2.8: navibus fossam, cui Drusianae nomen, ingressus. “Hij is met schepen de fossa met de naam Drusiaans ingegaan”

Wat is een fossa?

Wat is een fossa? Afgeleid van “het gegravene” zijn de betekenissen:

  • een greppel (bijv. de Fossa Cluilia bij Rome),
  • de greppel rond een fort,
  • een rivierbedding of -monding,
  • een kanaal (zoals de fossa Corbulonis),
  • de geul van een fundering,
  • een riool,
  • een graf,
  • een grens.

Van de vijftien mij bekende topografische namen met het element fossa hebben er zeven betrekking op een riviermonding en drie op een kanaal; ook duikt fossa enkele keren op als naam van een wegstation. Zonder al te stellig te zijn: we mogen ons afvragen of de Drususgracht een kanaal was.

Tacitus over de Drususgracht

Als we alleen Tacitus zouden hebben, zouden we denken dat de Drusiaanse fossa een riviertak was. Vergelijk de mondingen van de Po, die namen hebben als Fossa Clodia en Fossa Flavia. We zouden wellicht hebben gedacht dat Drusus als eerste een bepaalde tak van de Rhenus bicornis had gevolgd.

Zo lezen we de passage van Tacitus echter niet. We lezen die via Suetonius: je leest immers nooit slechts één tekst.

Suetonius over de Drususgrachten

Het is echter de vraag of de twee schrijvers het over dezelfde Drususgracht hebben. Hier is de volledige passage uit Suetonius in de vertaling van Daan den Hengst.

Drusus voerde in zijn functie van quaestor en praetor het bevel in de oorlogen in Raetia en later in Germanië. Hij was de eerste Romeinse legeraanvoerder die de Noordzee bevoer en hij liet aan de overkant van de Rijn ten koste van enorme inspanningen een stelsel van fossae graven dat nog steeds zijn naam draagt. De vijand bracht hij veel nederlagen toe en hij achtervolgde hem tot diep in het onherbergzame achterland. Hij staakte de achtervolging pas toen de verschijning van een Germaanse vrouw van meer dan menselijke grootte in het Latijn een halt toeriep aan zijn zegetocht. Om deze krijgsverrichtingen kreeg hij het recht een kleine triomftocht te houden en de onderscheidingstekens van een triomfator.

Drusus vocht in 18 v.Chr. als quaestor in Raetia (zeg maar Baden-Württemberg) en bekleedde de praetuur in 11. Cassius Dio beschrijft de campagne van dat jaar (54.33): Drusus sloeg een brug over de Lippe, viel het land van de Sugambriërs binnen (langs de Lippe) en rukte op tot de Cherusken. Slechte voortekens – maar geen Latijnsprekende Germaanse vrouw – verhinderden de verdere opmars. Florus, die op dit punt het verloren geschiedwerk van Titus Livius samenvat, vermeldt de bouw van praesidia atque custodias (garnizoenen en wachtposten) langs de rivieren, alsmede forten, bruggen en wegen (maar geen fossae).

De natuurlijke wijze om Suetonius’ vermelding van Drusinische fossae te interpreteren, is dat we ze moeten zoeken bij de Lippe of, iets algemener, tussen Raetia en de Noordzee. Dat sluit vanzelfsprekend niet uit dat we de Drusinische fossae ook mogen zoeken aan de Beneden-Rijn en de aanleg daarvan in 12 v.Chr., maar in dat jaar was Drusus geen praetor. Hij was legaat. We mogen vanzelfsprekend speculeren dat Suetonius slordig formuleert en ik beweer niet dat een datering in 12 en een locatie in Nederland onzin is. Maar: we zouden het niet hebben verzonnen als we niet ook Tacitus kenden.

Het probleem

Samengevat:

  • Tacitus heeft het over een Tacitus’ Drusiaanse fossa (enkelvoud, in Nederland)
  • Suetonius kent Drusinische fossae (meervoud, tussen Raetië, de Noordzee en de Elbe).
  • Als we niet twee citaten hadden, zouden we Tacitus’ woorden van toepassing verklaren op een natuurlijke Rijnmonding à la Po en zouden we Suetonius’ woorden vermoedelijk betrekken op de Lippe.
  • Om ze op elkaar te betrekken, moeten we de hulphypothese invoeren dat Suetonius Drusus’ precieze titel niet kende.

Hebben ze het over hetzelfde? Een antwoord weet ik niet. Wat ik wel weet: de informatie die we uit de bronnen distilleren, is schaars en inconsistent. We komen niet verder dan stap twee. De Drususgracht is, net als Hannibals pas over de Alpen, niet vindbaar. En dit is niet de radeloze constatering van iemand die weet dat er ergens iets is dat zich aan waarneming onttrekt, maar een epistemologische constatering: we overschrijden de grenzen van het kenbare.

Tot slot

Ik zeg niet dat we die twee teksten niet op elkaar kunnen betrekken. Als de negentiende-eeuwse Duitse Altertumswissenschaftler dachten dat het wel mocht, moeten wij het minimaal overwegen. Die Duitsers hadden weleens ongelijk, natuurlijk, maar ze stelden de principiële oudheidkundige vragen onbevooroordeelder dan wie ook. Tegelijk: de gedachte dat Suetonius en Tacitus het niet hadden over hetzelfde, is niet irrationeler dan de gedachte dat ze hetzelfde bedoelden. Het verdient minimaal overweging.

Deel dit blog:
De Zuilen van Hercules (in Drenthe)

Het zal u niet onbekend zijn dat de Griekse halfgod Herakles nogal een macho was, hoewel hij méér was dan Read more

Wanneer is een historicus een historicus?

Aanstaande woensdagavond is er een online-presentatie van Vincent Huninks nieuwe vertaling van de Annalen van de Romeinse auteur Tacitus. U Read more

De Opstand der Friezen

Het vierde boek van Tacitus' Annalen bestaat uit problemen voor het Romeinse Rijk in alle windstreken. We lezen over gedonder Read more

Corbulo bij de Friezen

Een van de bekendste verhalen over Romeins Nederland: Tacitus' verslag van de campagne van generaal Corbulo tegen de Friezen. U Read more