The Rise of Civilization (2)

12 november 2020

Als voorbeeld van de op neo-evolutionisme gebaseerde New Archaeology (zie vorige stukje) kan de overgang dienen van een egalitaire, agrarische maatschappij uit de Late Steentijd naar de eerste stadstaten. Anders gezegd: het immer fascinerende Chalcolithicum. Beide samenlevingstypen kunnen worden beschreven als structureel en functioneel samenhangend maar hoe kwam men van het ene type maatschappij naar het andere? Hoe veranderde het ene culturele systeem in het andere?

In de eerste helft van de twintigste eeuw zochten oudheidkundigen het in een keten van opeenvolgende oorzaken en gevolgen: een klimaatverandering had ertoe geleid dat men dijken en kanalen moest gaan aanleggen, dit had coördinatie verondersteld, daardoor was het centraal gezag versterkt, en dus waren paleizen en steden ontstaan. Onderzoekers als Braidwood waren er al van overtuigd geweest dat het zo niet kon zijn en de koolstofdateringen bevestigden in elk geval dat het geen revolutionaire ommekeer was geweest maar een geleidelijke evolutie. (Politiek buskruit, zoals ik al eens schreef.) De nieuwe archeologen conceptualiseerden het daarom als een geleidelijk proces, dat bestond uit allerlei wisselwerkingen, zoals blijkt uit het schema hierboven: de Nederlandse versie van een plaatje uit Redmans The Rise of Civilization.

De situatie links is een egalitaire boerensamenleving die begint met de ontginning van een riviervlakte, en alle pijlen geven bepaalde ontwikkelingen aan, die elkaar weer beïnvloeden en versterken (feedback). De eindsituatie rechts is een klassensamenleving met een administratieve elite. Een stad, met andere woorden. We zijn van het ene naar het andere samenlevingstype gegaan. Je kunt echter niet meteen één oorzaak aanwijzen; de systeemtheorie is veel subtieler en schept de mogelijkheid een verklaring te geven voor de verandering van een cultuur, zonder dat men daarbij hoeft terug te vallen op één oorzaak als klimaatverandering, migratie of diffusie. (Als dit allemaal vrij voor de hand liggend klinkt, is het omdat de systeemtheorie met de opkomst van de computer volledig ingeburgerd is geraakt.)

Kortom, er is sprake van een beschrijfbare dynamiek, die het overbodig maakt een eerste oorzaak te identificeren. Dat neemt niet weg dat de verleiding groot is toch een trigger aan te wijzen. Pessimisten kunnen geloven dat het systeem in beweging is gezet door bevolkingsgroei of oorlog, maar wie een wat minder somber mensbeeld heeft kan geloven in handel of ambachtelijk specialisme.

Wat ik goed vind in Redmans boek is dat hij voortdurend uitlegt hoe oudheidkundigen dit soort processen conceptualiseren. Het klassieke evolutionisme werd ingeruild voor neo-evolutionisme dat weer werd verbeterd door systeemtheorie. Ondertussen werden steeds nieuwe data toegevoegd, verworven dankzij nieuwe opgravingen en van een hogere kwaliteit dankzij de koolstofmethode.

Je kunt nog een stap verder gaan, door het relatieve belang is van de diverse verbanden en feedbackcirkels te kwantificeren. Anders gezegd: hoeveel joules gaan er per pijltje om? Daarbij moet je informatie halen uit andere samenlevingen. Etnografische vergelijkingen dus. De New Archaeologists wezen erop dat de kans op succes groter was wanneer de vergelijking niet bestond uit een enkelvoudige parallel met slechts één andere samenleving maar wanneer gebruik werd gemaakt van algemeen-menselijke patronen. (N>1 is nu eenmaal beter dan N=1.) Daarin hadden ze natuurlijk volkomen gelijk. De wetenschap die het dichtst bij de oudheidkunde stond was, zo meende men destijds, de culturele antropologie.

Daar zijn we later wat van teruggekomen – gebakken lucht uit de jaren negentig: “linguistic turn” – en er zijn bijstellingen geweest, maar het is nog altijd zinvol kennis te nemen van de New Archaeology. Er is niets mis met de ambitie het vak wetenschappelijker aan te pakken en te zoeken naar robuustere (N>1) methoden om je inzichten te onderbouwen. Als Winckelmanns Geschichte der Kunst des Altertums (1763) en Gibbons Decline and Fall of the Roman Empire (1776) permanent in druk blijven, boeken die de hedendaagse lezers nauwelijks werkelijk inzicht bieden, dan zou er toch ook eens een herdruk van Redmans The Rise of Civilization kunnen komen, waar je nog wél met vrucht kennis van kunt nemen. Tot er een herdruk is, koester ik de eerste druk die ik sinds vorige week bezit.

[Deze blog verscheen oorspronkelijk in de reeks “Methode op Maandag“.]

Deel dit blog:
The Rise of Civilization

Nog maar eens een filmpje in de bloedstollende reeks “Zit een oudheidkundige met de rug naar een boekenkast”: Charles Redmans Read more

The Rise of Civilization (1)

Hier ben ik dus echt superblij mee, met het boek dat u hierboven ziet: Charles Redmans The Rise of Civilization. U hoeft Read more

De troonzaal in Babylon

Binnenplaats van het paleis in Babylon, met rechts de doorgang naar de troonzaal Je kunt niet zinvol over de Oudheid Read more

Ktesifon

Een iwan (schaduwboog) van het Parthische/Sasanidische paleis Ik schreef gisteren over de Macedonisch-Grieks-Syrisch-Babylonische stad Seleukeia, die in de tweede eeuw Read more