Testis unus testis nullus

Ptolemaios III Euergetes (Neues Museum, Berlijn)
13 november 2020

Oudheidkundigen hebben veel gemeen met astronomen die naar bijvoorbeeld de Poolster kijken: ze kunnen het object van hun studie niet rechtstreeks observeren. Zoals astronomen alleen kunnen kijken naar licht dat vier eeuwen geleden is uitgezonden, zo hebben oudheidkundigen alleen toegang tot geschreven bronnen en archeologische overblijfselen. Het observeren van historische feiten is even onmogelijk als het rechtstreeks observeren van de Poolster. Dit betekent dat oudheidkundigen nooit zullen behoren tot het slag wetenschappers dat theorieën kan toetsen en opnieuw kan toetsen. Caesar werd slechts één keer vermoord en we hebben als bewijsmateriaal alleen een handvol geschreven bronnen.

Gracchus’ landwet

Dat noopt tot voorzichtigheid maar er zijn wel gradaties van zekerheid. Laten we eens kijken naar de landwet die in 133 v.Chr. werd voorgesteld door de Romeinse politicus Tiberius Gracchus, waarin een maximum werd gesteld aan de hoeveelheid staatsland (meestal het land dat op een vijand was buitgemaakt) die iemand toegewezen kon krijgen. Er zijn slechts drie bewijsstukken:

  • Titus Livius: niemand mocht meer dan 1.000 iugera staatsland bezitten.
  • Ploutarchos: niemand mocht meer dan 500 iugera land bezitten.
  • Appianus: niemand mocht meer dan 500 iugera staatsland bezitten, plus nog 250 voor elk van zijn zonen.

Wat te geloven? Veel historici harmoniseren deze stukjes informatie en zeggen dat de landwet iemand toestond 500 iugera staatsland te bezitten, plus 250 voor zijn twee eerste zonen. Dit kan waar zijn, maar is wel in tegenspraak met elk van de drie bronnen.

Er ligt dus een probleem en er is geen manier om het op te lossen. Van de andere kant: we kunnen nu tenminste een boom opzetten. Moeten we geloof hechten aan Appianus, die goed getraind was in het Romeinse bestuursrecht? Of Ploutarchos, die toegang had tot goede bronnen? Of toch Livius, die tenminste een moedertaalspreker was van de taal waarin de voornaamste documenten waren geschreven? We kunnen een beredeneerde inschatting maken omdat we het probleem herkennen.

Andere voorbeelden

Vergelijk dit nu eens met de situatie waarin we slechts één bron hebben. We hebben dan geen andere keus dan het gebodene te accepteren, aangezien we niet herkennen dat er een probleem is. Vergelijkbare voorbeelden:

  • Slechts één auteur, Herodotos, verklaart dat Cyrus de Grote het koninkrijk Lydië heeft veroverd vóór Babylonië.
  • Alleen de Ptolemaios III Kroniek beweert dat deze Egyptische koning (hierboven afbeeld) de stad Babylon heeft veroverd.
  • Alleen Mattheus schrijft dat de Joden in Jeruzalem schreeuwden dat het bloed van Jezus maar moest neerkomen op hen en op hun kinderen.

De stukjes informatie die in deze kleine lijst worden genoemd, zijn minder “hard” dan de landwet van Tiberius Gracchus, die in elk geval in verschillende, zij het tegenstrijdige bronnen, wordt genoemd. We herkennen tenminste dat er een probleem is. Als we echter slechts één bron hebben, kunnen we niet eens herkennen of er problemen zijn. We hebben dus te maken met ontoetsbare informatie, die we al sinds de dagen van de Wiener Kreis plegen aan te duiden als zinledig. Je kunt ook het oude Latijnse rechtsspreekwoord testis unus testis nullus gebruiken, “één getuige is geen getuige”.

Eén bron is soms wel een bron

Betekent dit dat we alle informatie moeten afwijzen die is gebaseerd op één enkele bron? Dat lijkt onverstandig, al was het maar omdat we al zo weinig bronnen hebben. Veel hangt af van het type bron. De Ptolemaios III Kroniek is bijna contemporain met de daarin beschreven gebeurtenissen en behoort tot een reeks teksten die dikwijls kan worden geverifieerd. We mogen daarom vermoedelijk wel geloof hechten aan de claim dat Ptolemaios III Babylon innam. Een ander criterium is waarschijnlijkheid: Herodotos’ bewering dat Cyrus het verre Lydië heeft veroverd vóór het nabije Babylonië, oogt wel een beetje vreemd.

Dit stukje eindigt zonder oplossing: het probleem bestaat maar er zijn geen eenvoudige regels om ermee om te gaan. Toch doen oudheidkundigen er goed aan in gedachten te houden dat, hoewel er known unknowns zijn (zoals de precieze formulering van Gracchus’ landwet), er ook heel veel unknown unknowns zijn. Waarschijnlijk zijn dat er meer, maar hoe kun je dat weten?

[Deze blog verscheen oorspronkelijk in de reeks “Methode op Maandag“.]

Deel dit blog:
Hypothetische geschiedschrijving

Weinig denkers hebben zo’n grote invloed gehad op het wetenschappelijk denken als Isaac Newton. Zijn tijdgenoten waren danig onder de Read more

Droysen

De bestudering van het verleden lijkt wat op een pakhuis waarin van alles en nog wat ligt, Kreuz und Quer door elkaar. Read more

Topiek

Severus van Antiochië – die overigens niet kwam uit Antiochië maar in 465 werd geboren in Sozopolis in Klein-Azië – was geen Read more

De beslissendheid van Marathon

Eergisteren blogde ik over de slag bij Marathon, waarin de Atheners een Perzisch leger, dat zich al aan het terugtrekken was en zijn dekking door Read more