Roofkunst

18 juni 2021

Ruurd Halbertsma is conservator in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden. Ik vermoed – en hieruit mag u afleiden dat ik hem ken – dat zijn hart ligt bij de Griekse collectie, maar ook over Nederland in de Romeinse tijd weet hij van de hoed en de rand. Bij de expositie over Karthago in 2014 vertelde hij enthousiast over de ontdekking van de aloude stad door Jean-Emile Humbert (1771-1839), een Nederlandse ingenieur die voor de bey van Tunis de stadsmuur verbeterde, enkele forten bouwde, de zoetwatervoorziening regelde en de haven bij Karthago aanlegde. Hoewel Tunis in de negentiende eeuw vooral een Franse stad werd, bevolkt door Italiaanse migranten, is de blauwdruk getekend door een Nederlander.

Deel:

Erfgoeddelicten

13 januari 2021

Kijk, het is zo ingewikkeld niet. Mensen willen allemaal verschillende dingen en als ze die dingen ook allemaal gaan doen, dan wordt het een reuze janboel. Om dat te vermijden zijn er wetten. En aangezien je, als je je daar niet aan houdt, de samenleving beschadigt, zijn er ook straffen. Je kunt je dus maar beter aan de wet houden, want niet alleen vermijd je zo een bekeuring, een taakstraf of een verblijf in de gevangenis, je vermijdt ook dat je je medemensen benadeelt.

Zo is het ook met de erfgoedwetgeving. Als je, om eens een niet willekeurig voorbeeld te noemen, erop wordt betrapt met een metaaldetector te zijn wezen zoeken in een gebied waar dat is verboden, kan je erop rekenen dat je je bij de rechter moet verantwoorden. Als dan ook nog blijkt dat je een Keltisch wagengraf hebt gevonden en de vondsten hebt geprobeerd te verkopen, in plaats van ze normaal te melden, dan krijg je straf.

Deel:
Categoriën: Algemeen
Nederlands historicus is niet verder gekomen dan de negentiende eeuw

Vergelijkingen en relevantie

15 november 2020

In mijn vorige stukje vertelde ik dat de Oudheid voor ons relevant kan zijn, maar wees ik er ook op dat als je dit beargumenteert door invloed van de oude samenleving op de onze te claimen, je die invloed zult moeten aantonen. Eén van de dingen die je dient te bewijzen is een continuïteit van dat denkbeeld, van die institutie of van dat gebruik. Dat blijft vaak achterwege. Auteurs als Tom Holland, Paul Cartledge en Anthony Pagden nemen bijvoorbeeld aan wat ze dienen te bewijzen. Klinkklare kwakgeschiedenis.

Ik rondde mijn stukje af met de opmerking dat een andere manier om de Oudheid relevantie toe te kennen het maken van vergelijkingen was. Dit doen we in feite de hele dag door. We schrikken van de gebeurtenissen in Charlottesville omdat we meteen een parallel trekken met de gebeurtenissen in het Derde Rijk. Onze neiging tot het zien van overeenkomsten zit echter nog dieper. Zelfs als we een simpel woord als “stad” gebruiken, is al een vergelijking geïmpliceerd met andere nederzettingen.

Deel:

Continuïteit en relevantie

15 november 2020

Sommige antieke teksten illustreren aspecten van de oude wereld die hun invloed lange tijd, soms zelfs nog steeds, hebben doen voelen. De wetten uit Eshnunna vertegenwoordigen een alternatief voor gewoonterecht, namelijk codificatie, waarop wij voortbouwen. De Ilias documenteert onze norm dat privileges verplichten én onze zin voor het tragische. En zo voort.

Maakt dit alles de bestudering van de Oudheid relevant? Dat is alleen vol te houden, geloof ik, als je aanneemt dat dingen in hun ontstaansfase puur en zuiver zijn en dat je de kern van een verschijnsel het beste begrijpt door de oorsprong te bekijken. Mij lijkt dat baarlijke nonsens. De eerste wetten zijn niet zuiverder dan latere en je begrijpt de aard van wetgeving ook niet beter als je de tabletten uit Eshnunna bekijkt. Hooguit begrijp je beter welke bezorgdheden mensen ertoe brachten informele rechtsvinding te vervangen door een meer geformaliseerde praktijk. Dat is leuk om te weten, maar maakt het niet meteen relevant.

Deel:

Zijn we te laat?

12 november 2020

Nederland zucht onder extreem hoge temperaturen. Sinds de hittegolven van 1975 en 1976 is het in ons land niet meer zo warm geweest. Eén ding is zeker: wie de zon aanbidt, hoeft dezer dagen geen verre oorden op te zoeken om lui-lurkend aan een zomercocktail een kleurtje op te doen en vitamine-D bij te tanken.

Al dat zonnegenot heeft echter ook keerzijden. De natuur verdroogt en op de Veluwe creperen de zwijnen. De zeugen hebben te weinig melk voor hun biggen en omdat de beuken en eiken geen nootjes en eikels maken, wordt het een slecht “mastjaar” voor de dieren. Ónder de grond – en dus buiten ons blikveld – lijkt zich tevens een ramp van andere aard te voltrekken: door de lage grondwaterstand dreigt ons archeologisch bodemarchief te verdrogen. Water heeft immers een conserverende werking; het voorkomt dat organische resten (zoals hout, dierlijk en menselijk botmateriaal) aan de lucht worden blootgesteld.

Deel:

Academisch aanbod en publieke vraag (2)

12 november 2020

Wetenschappers die hun inzichten willen delen, zo vat ik even het stukje van Ionica Smeets samen waaraan ik mijn vorige blogje wijdde, kunnen het beste kijken naar de bij het publiek bekende grotere thema’s. Dat zijn, zoals Smeets afrondt, “de verzoeknummers die we als wetenschappers best eens wat vaker mogen doen.”

Volgens mij zit er een koe van een probleem in de woorden “we als wetenschappers”. Misschien is het in Smeets’ vakgebied, de wiskunde, anders dan in het mijne, maar geesteswetenschappers worden getraind in allerlei kleine specialismen en precies de eigenschappen die hun het respect opleveren van hun collega-wetenschappers maken het hun onmogelijk zichzelf goed uit te leggen. Natuurlijk zijn er uitzonderingen – ik denk aan een Frits van Oostrom – maar dat zijn bijna altijd mensen die hun wetenschappelijke vorming hebben gehad vóór de kaalslag in de jaren tachtig, toen de opleidingen werden gereduceerd tot vier jaar, ofwel drie jaar minder dan nodig is. De academische reactie was terugtrekking op nóg kleinere specialismen en dus nóg minder kans het grote publiek te bereiken. De humaniora, die ooit de samenleving algemene vorming hadden te bieden, verschraalden tot geesteswetenschappen en specialiseerden zich de irrelevantie in.

Deel:
Het Meisje van Yde (©Drents Museum, Assen)

Academisch aanbod en publieke vraag (1)

12 november 2020

“Wetenschappers”, schrijft hoogleraar wetenschapscommunicatie Ionica Smeets dit weekend in haar wekelijkse column in De Volkskrant, “mogen best wat vaker voldoen aan de vraag om verzoeknummers”. Ze eindigt haar stukje met een kristalhelder, door de Vlaamse filosoof Jean Paul Van Bendegem bedacht voorbeeld: de fictieve discipline “Buitenlandse reizen”. Haar eerste beoefenaren

ontdekken dat reisgidsen een belangrijke factor zijn bij buitenlandse reizen. In de loop der jaren verdiept het onderzoek zich en ontstaan er groepen onderzoekers die zich helemaal specialiseren in de vormgeving van reisgidsen. Eén getalenteerde wetenschapper verdiept zich jarenlang in drukinkten.

Deel:
Nog steeds niet door Trouw gerectificeerde prietpraat.

Patronen van misinformatie (5)

12 november 2020

Ik heb in deze reeks al enkele patronen beschreven waardoor slechte informatie over de Oudheid in omloop komt: verouderde ideeën die blijven circuleren, archeologische aandachttrekkerij die nergens toe wordt getrokken, de echoput van de classici, exacte wetenschappers die het zonder literatuuronderzoek beter denken te weten, de neiging van wetenschappers – niet alleen oudheidkundigen – om voorbarige conclusies de wereld in te gooien, politieke belangen. In dit stukje nog wat andere zaken en ik denk dat we moeten beginnen met onhandigheid.

Onhandigheid

De filoloog, historicus of archeoloog die zich ergert als iemand zonder vooropleiding zich uitlaat over de oude wereld, heeft een punt. Hoewel een vakopleiding noch de enige noch een voldoende weg is naar kwaliteit, helpt ze je wel in de goede richting. Oudheidkunde is een vak. Opvallend is dat dezelfde oudheidkundige die enig respect vraagt voor zijn vakkennis, meent geen vakkennis nodig te hebben als het gaat om wetenschapscommunicatie.

Deel:
Het valse "Evangelie van de Vrouw van Jezus" (Harvard)

Patronen van misinformatie (4)

12 november 2020

In de voorgaande stukjes toonde ik enkele patronen waardoor misinformatie werd verspreid: het voortbestaan van negentiende-eeuwse ideeën, het trekken van aandacht zonder dat er iets is waartoe die aandacht wordt getrokken, de echoput en het gebrekkige literatuuronderzoek van vooral fysici. Hier zijn er weer twee.

Voorbarige conclusies

Een van de beruchtste patronen waarmee onjuiste informatie de wereld in komt, is de publicatie van voorbarige conclusies. Een mooi voorbeeld was de verborgen kamer in het graf van Toetanchamon. In 2015 opperde egyptoloog Nicholas Reeves, die laserscans van de tombe had geanalyseerd, dat er mogelijk een verborgen vertrek was en dat koningin Nefertite hier mogelijk begraven kon liggen. Hij was voorzichtig, maar niets dat met Toetanchamon te maken heeft kan geen hype worden en maandenlang bleef de claim maar terugkeren. In 2018 was duidelijk dat die kamer er niet was. Dat had het einde van de zaak behoren te zijn maar evengoed blijft het verhaal rondspoken: afgelopen februari was het weer eens raak.

Deel:
Epidauros

Patronen van misinformatie (3)

12 november 2020

Een tijdje geleden ben ik begonnen met een reeks blogstukjes over misverstanden. Ik had er vijftig liggen en dat leek me leuk om de periode van de corona-lockdown te overbruggen, niet méér. Langzaam begon me duidelijk te worden dat er toch iets meer in zat. De oudheidkunde komt namelijk zelden echt goed in het nieuws: het is meestal met trivialiteiten en vrijwel nooit met inzichten, waardoor ze een inmiddels welverdiende reputatie heeft intellectueel weinig voor te stellen.

Dit probleem ligt er nu eenmaal en ik schreef in mijn eerste stukje dat de patronen in de misverstanden wellicht aangeven waar het verkeerd gaat en hoe we een van zijn ankers geslagen vakgebied weer een ligplaats kunnen geven in het maatschappelijk debat. In mijn tweede stukje wees ik op het voortduren van negentiende-eeuwse ideeën en op aandachttrekkerij zonder dat de eenmaal getrokken aandacht ergens naartoe leidt. Dit is vooral een probleem voor de archeologie, die noch historiografische verdieping biedt (waarom draait de limes het “Gelderse geschiedbeeld” om?), noch methodische uitleg geeft (hoe weten we wat we weten?), noch vergelijkingen tussen toen en nu maakt (wat zegt slavernij over ons vrijheidsbegrip?).

Deel: