Rhodope

1 juni 2021

Het krantenbericht dat gieren en bizons en grijze wolven opnieuw het Rhodopegebergte bevolken is niet direct mijn leesvoer aan de ontbijttafel. Maar Rhodope klinkt me in de oren. Dat gebergte in Bulgarije en Noord-Griekenland, zeg maar Thracië, komt bij de historici Herodotus en Thucydides en de dichters Vergilius en Ovidius steevast voor in exotische geografische opsommingen. Maar de poëten geven de Rhodope iets meer kleur. In Vergilius’ Georgica wenen zijn toppen bij de dood van Eurydice (flerunt Rhodopeiae arces – 4.461) en in de Metamorfoses van Ovidius heet Orpheus de Rhodopeius…vates (10.11-12), ‘de zanger van Rhodope’ (Marietje d’Hane-Scheltema). In het Frans klinkt het plechtiger: ‘le chantre du Rhodope’ (Georges Lafaye). Geen chanteur, maar een ‘bezinger’, met een rituele of religieuze connotatie. Orpheus bezong het Rhodopegebergte, dat weende bij de dood van zijn geliefde. En zong hij er nu nog, dan werden grijze wolven, bizons en gieren er ongetwijfeld stil bij.

Orpheus, Romeins mozaïek (detail), 1ste helft 3de eeuw n.C., Regionaal Archeologisch Museum, Palermo.

Deel:
Categoriën: Balkan
Vergilius (Bardo-museum, Tunis)

Vergilius met Muzen

11 november 2020

Op maandag plaats ik meestal een stuk over geschiedtheorie en ik had ook iets in de pen, maar een goede bekende ligt in het ziekenhuis en ik heb even andere prioriteiten. Dus geniet even van dit mooie mozaïek: de Romeinse dichter Vergilius, keurig in een toga. Op de boekrol staat de achtste regel van de Aeneis: Musa, mihi causas memora, quo numine laeso (“Muze, herinner me aan de oorzaken, door welke gekwetste godheid…”). Een oorzaak werd destijds immers altijd gezocht in een persoon en nooit in een structuur: de Romeinen waren methodisch individualisten. (Ziezo, toch nog een theoretische observatie.)

Deel:
Categoriën: Musea, Romeinse Keizerrijk