J.S. Mill

Prinsjesdag, Plinius, Mill en de vergelijkingstheorie

20 september 2021

Morgen is het Prinsjesdag en dat is een mooie gelegenheid om het weer eens over vergelijkingstheorie te hebben. Het demissionaire Nederlandse kabinet zal wel een miljoenennota indienen en u kent de problemen waarvoor de overheid staat. In heel Europa. De diverse overheden hebben enorme bedragen geleend. Nog nooit – althans in vredestijd – was de staatsschuld zo hoog. Gelukkig zijn de rentes laag, zodat we ons er vooralsnog geen zorgen om hoeven maken. Probleem is wel dat er vrijwel geen marktpartijen meer zijn die schulden tegen zulke lage rentes willen afnemen. De overheid kan hen daartoe echter, ook al zal men het niet graag doen, wel dwingen. Het is weliswaar in hun financiële nadeel, maar in het gemeenschapsbelang. De Romeinen zouden het hebben begrepen.

Plinius in Bithynië

In de eerste jaren van de tweede eeuw n.Chr. was de provincie Bithynië-Pontus in grote financiële problemen geraakt. Keizer Trajanus stuurde een bestuurder met buitengewone bevoegdheden, Plinius de Jongere. Diens correspondentie is over. Aan de dateringen is te zien dat hij werkte zoals een interimmanager betaamt: eerst maakte hij een plan van aanpak, wat aanvankelijk resulteerde in een lawine aan brieven, daarna werkte hij zijn plan uit en neemt de frequentie van de brieven af. Brief 10.54 documenteert het succes. Het begint met Romeinse standaardstroopsmeerderij:

Deel:

Verkeerd geleerde historische lessen

16 augustus 2021

Vorige week overleed Donald Kagan. De in Litouwen geboren Amerikaanse classicus is de auteur van een van de aardigste inleidingen tot de reeks conflicten waarin Athene, Sparta, Korinthe, Thebe, Argos, Syracuse en Macedonië in het laatste derde van de vijfde eeuw v.Chr. verwikkeld raakten. Daarover eerst iets, daarna over Kagan zelf.

Deel:
Ramses III maakt korte metten met wat Zeevolken, herkenbaar aan hun hoofddeksels.

De Zeevolken: meer problemen

12 augustus 2021

In de vorige vier stukken (één, twee, drie, vier) over de Zeevolken heb ik uitgelegd dat het bewijsmateriaal een consistent verhaal mogelijk maakt: een klimaatcrisis rond 1200 v.Chr. bracht een migratiegolf op gang van het Egeïsche-Zee-gebied richting Egypte en de Levant. Ik was begonnen uit te leggen dat het bewijsmateriaal echter zo eenduidig niet is. Het is lastig te dateren.

Het aardewerkprobleem

Een andere manier om migratie vast te stellen is kijken naar de verspreiding van deze of gene archeologische cultuur. Als we de voorwerpen die vóór 1200 v.Chr. gangbaar waren op Sardinië na een tijdje ook aantreffen in het Midden-Oosten, en als het daarbij niet alleen gaat om handelsaardewerk maar ook om keukenaardewerk, dan hebben we een aanwijzing voor migratie. Maar aardewerk is in deze periode niet alleen moeilijk te dateren, het is ook lastig te kwalificeren.

Deel:

MoM | Rome 455, Washington 2021?

11 januari 2021

Als mijn uitgever het me vraagt, en als die uitgever ook nog inhoudelijk nadenkt over wat geschiedenis is, kan ik moeilijk weigeren. Vandaar: een stukje over de vergelijking in het plaatje hierboven. Mijn uitgever heeft gelijk: de grap, waarin de Vandalen van 455 staan tegenover de vandalen van 2021, veronderstelt een achterhaalde visie op de Vandalen. Wie de Vandalen waren, leest u maar in het boek van Mischa Meier. Ik schreef er al over en zal er nog weleens op terugkomen. Mij gaat het vandaag om de vergelijking zelf.

Washington en Rome

Het is namelijk niet de enige recente vergelijking tussen gebeurtenissen in Washington en gebeurtenissen in het Romeinse Rijk. Hier staat bijvoorbeeld Donald Trump naast de Gracchi, de Pompeii en de Caesares die een einde maakten aan de Romeinse republiek. Er valt iets voor te zeggen. Een elite die privileges accepteerde zonder dienstbaarheid, werd ervaren als corrupt, had geen steun meer en ging ten onder. Maar ja: die analyse is zó algemeen dat ’ie altijd klopt. De instorting van het pausdom in de dertiende eeuw en de ondergang van het Franse absolutisme zijn andere voorbeelden. De vergelijking is zo breed dat ze zinledig is.

Deel:

Vergelijkingstheorie (2)

14 november 2020

[In het eerste deel legde ik uit dat vergelijkingen tussen nu en de Oudheid lastig zijn. Je zult minimaal het comparandum moeten rechtvaardigen.]

Nog een voorbeeld

Hier is nog een voorbeeld van hoe het niet moet: “Immigration: How ancient Rome dealt with the Barbarians at the gate”. Voor een analyse van de redenatiefouten verwijs ik naar een stuk van Jeroen Wijnendaele van de Universiteit in Gent, te vinden op zijn Facebookpagina. U moet het daar maar even lezen; ik citeer alleen de conclusie

Deel:
Een herder: zomaar een beroep uit een agrarische samenleving

Vergelijkingstheorie (1)

14 november 2020

Een van de boeiendste klassieke auteurs is Appianus van Alexandrië. Om dat te begrijpen even dit: in zijn tijd waren alle historici nog methodisch individualisten, wat wil zeggen dat ze, als ze oorzaken zochten, alleen wezen op individuen. In zijn analyse van het uitbreken van de Romeinse burgeroorlogen kijkt Appianus echter verder: hij begreep dat er bovenindividuele factoren waren, die wij zouden aanduiden als werkloosheid, agrarische crises en schuldenproblematiek. In de zin dat hij zijn tijd een eeuw of achttien vooruit was, was Appianus een soort Archimedes. Wie zegt dat er in de geesteswetenschappen geen vooruitgang is en dat er alleen veranderende inzichten zijn, bewijst vooral zijn eigen onkunde.

Appianus roept ook dezelfde vragen op als Archimedes. Door welke omstandigheden zag hij het scherper? Waarom zagen anderen niet wat hij zag? Waarom pikten ze het niet op? Waarom herkennen hedendaagse wetenschappers het wel? Niet kapot te krijgen dus, Appianus, maar toen twee jaar geleden een (mooie) vertaling verscheen, benadrukten recensenten steeds de parallellen tussen de burgeroorlogen en de actuele politieke situatie. Dat is om drie redenen vreemd. Eén: het is zoiets als Archimedes gebruiken als bron voor het hellenistisch badwezen en vergeten dat hij als eerste een natuurwet beschreef. Twee: de vergelijking is op het obscene af platvloers. Drie: als Mark Rutte een even vulgaire vergelijking maakt tussen Europa en de ondergang van het Romeinse Rijk, klinkt er protest, maar als Appianus wordt gereduceerd tot lachspiegel, is het stilzwijgen oorverdovend.

Deel: