Een Numidische ruiter (Musée national des antiquités, Algiers)

Het Numidisch en het Proto-Berber

24 februari 2021

Een ruim jaar geleden – het was ten tijde van de verkiezingen – reisde ik door Algerije en korte tijd daarna door Tunesië. Je loopt er van de ene naar de andere Romeinse stad; er zijn er uit de Maghreb ongeveer 500 bij naam bekend, wat aanzienlijk meer is dan de 60 uit Gallië. Dit was een van de verstedelijkste gebieden uit de oude wereld.

T-steden

Op een gegeven moment viel me op dat ontzettend veel plaatsnamen, zowel antieke als moderne, beginnen met een t-klank. Systeem kon ik er niet in ontdekken. Het kon gaan om een havenstad als Tipasa, om een heuvelfort als Tiddis en om een bronnenheiligdom als Thubursicum, maar ook om steden als Thugga, Tebessa, Thysdrus, Thuburbo Maius, Thagaste en Thamugadi. De /t/ lijkt wel universeel te zijn.

Deel:
Categoriën: Libië en Maghreb
Deze foto van een op Sicilië geslagen Karthaagse munt is niet helemaal scherp, maar dit is duidelijk een savanne-olifant.

Olifanten en olifanten

3 februari 2021

In zijn beschrijving van de slag bij Rafia (217 v.Chr.) vertelt de Griekse historicus Polybios dat de Indische olifanten uit het Seleukidische leger effectiever zouden zijn geweest dan de krijgsolifanten in het Ptolemaïsche leger, omdat die kleiner waren. Dat is een wat vreemde constatering, aangezien de Afrikaanse olifant (Loxodonta africana) groter is dan de Indische (Elephas maximus indicus). Al sinds de jaren vijftig lossen oudhistorici deze kwestie op met de aanname dat de Ptolemaiën gebruik maakten van de Afrikaanse bos-olifant (Loxodonta cyclotis), die inderdaad kleiner is.

Dan moet de bos-olifant natuurlijk wel bereikbaar zijn geweest voor de Ptolemaiën. De aanname was dat dit beest, dat tegenwoordig vooral leeft in het tropisch regenwoud van bijvoorbeeld Kameroen, destijds ook voorkwam in Eritrea en Soedan, waar de Ptolemaiën hun olifanten vandaan haalden. Deze aanname valt nu te testen door naar het mitochondriaal DNA te kijken.

Deel:

Hoogbejaard

28 november 2020

Bovenstaande inscriptie komt uit de negentiende-eeuwse Voyage archéologique dans la Régence de Tunis (Tome 1), het reisverslag van de rondreizende archeoloog Victor Guérin. Deze inscriptie is aangetroffen in de buurt van het voorlopig nog onvindbare monument van Lucius voor zijn overleden geliefde Urbanilla en wel in Ksour Sidi Aïch (Tunesië). Afgaande op de beschrijving van het monument en het omringende landschap, denk ik zelf dat de inscriptie op één van de twee torens moet staan die vroeger op Panoramio zichtbaar waren.

Deel:
Vergilius (Bardo-museum, Tunis)

Vergilius met Muzen

11 november 2020

Op maandag plaats ik meestal een stuk over geschiedtheorie en ik had ook iets in de pen, maar een goede bekende ligt in het ziekenhuis en ik heb even andere prioriteiten. Dus geniet even van dit mooie mozaïek: de Romeinse dichter Vergilius, keurig in een toga. Op de boekrol staat de achtste regel van de Aeneis: Musa, mihi causas memora, quo numine laeso (“Muze, herinner me aan de oorzaken, door welke gekwetste godheid…”). Een oorzaak werd destijds immers altijd gezocht in een persoon en nooit in een structuur: de Romeinen waren methodisch individualisten. (Ziezo, toch nog een theoretische observatie.)

Deel:
Categoriën: Musea, Romeinse Keizerrijk