Picardt, Vergeten Antiquiten

Een vroege hunebedvorser

21 april 2021

Laat ik eerlijk zijn: ik verwacht niet serieus dat u de recente herdruk van Johan Picardt‘s Korte Beschryvinge van eenige vergetene en verborgene Antiquiteten, het achtste boek dat ik behandel in de bloedstollende reeks “Zit een oudheidkundige met de rug naar een boekenkast”, werkelijk zult gaan lezen. Wie geïnteresseerd is in het prehistorische verleden van Drenthe, kan daarover beter iets recents lezen dan het in 2008 herdrukte zeventiende-eeuwse boek. Neem, als de Prehistorie van Drenthe uw belangstelling heeft, liever Een paleis voor de doden van Herman Clerinx of de Gids voor de hunebedden in Drenthe en Groningen van Wijnand van der Sanden. Eerstgenoemde behoeft in deze blog geen introductie, laatstgenoemde was tot voor kort conservator van het Drents Museum in Assen en hielp ook bij de heruitgave van de Korte Beschryvinge van eenige vergetene en verborgene Antiquiteten.

Picardts verleden

Het boek van Johan Picardt is eerder in zichzelf interessant dan dat het nog relevant is. De auteur was dominee in Coevorden – ik ben weleens omgefietst om zijn kerk te bekijken – en heeft het een en ander gedaan om de regio te moderniseren. Er is nog steeds een naar hem vernoemd kanaal, net over de Duitse grens. In zijn boek over de Drentse oudheden geeft hij er blijk van te begrijpen dat er delen van de Oudheid zijn geweest die én kenbaar waren én niet stonden beschreven in de antieke bronnen.

Deel:

Een nieuw hunebed?

22 december 2020

Drenthe kent momenteel tweeënvijftig hunebedden, genummerd van D1 (D = Drenthe) tot en met D54. De twee ontbrekende nummers staan voor een gesloopt en een verkeerd geïdentificeerd monument. Daarnaast zijn er F1, een ten onrechte als hunebed geïdentificeerde megaliet in Friesland, en G1 en G5 in Groningen. De in die provincie ontbrekende nummers kennen we alleen uit oude kronieken. Kortom, we moeten het doen met vierenvijftig hunebedden en dus worden we blij als er nog eentje wordt ontdekt. De laatste ontdekking, G5, was in 1982 even bezuiden Delfzijl; de voorlaatste, D41 bij Emmen, was in 1809.

Hunebed #55

Sinds vorige maand claimt het Drentse dorp Gasselte nummer vijfenvijftig. Er zijn redenen om daaraan te twijfelen. Het bodemarchief van Nederland is redelijk goed bekend en de heuvel in kwestie zie je niet over het hoofd. Als hier werkelijk iets zou zijn, was het allang bekend geweest. Van de andere kant: even ten zuiden van Gasselte liggen Borger en Drouwen, met samen een half dozijn hunebedden. En even ten noorden van Gasselte liggen bij Eext en Annen nog eens zeven hunebedden. Dat er in Gasselte ooit een hunebed is geweest, ligt dus ergens in de lijn der verwachtingen.

Deel:
Categoriën: Lage Landen, Prehistorie

Het eerste metaal in Nederland

16 december 2020

Toen ik een jaar of drie, vier geleden van Groningen naar Assen fietste en bij Loon hunebed D15 passeerde, realiseerde ik me dat er iets prettigs uitging van die onverstoorbare stapel vijfduizend jaar oude stenen. Dat is natuurlijk een cliché van jewelste: iedereen lijkt onder de indruk van het contrast tussen de tijdloze megalithische graven en de hedendaagse jachtigheid. Maar ook al is het een cliché, ik ben gevoelig voor de sereniteit van de doorgaans zo rustig gelegen monumenten.

Ik ben sinds ik D15 zag, steeds als ik in Drenthe was, even langs een paar prehistorische bouwwerken gefietst, meestal met de gids van Clerinx erbij. Inmiddels heb ik er zesendertig van de tweeënvijftig gefotografeerd. Zo stond ik ook eens op een druilerige najaarsdag bij een tweetal graven halverwege Borger en Buinen. U ziet hierboven D28 met op de achtergrond D29.

Deel:
Categoriën: Lage Landen, Musea, Prehistorie