Een van de beschreven scherven (uit dit artikel)

Een nieuw “eerste” alfabet?

5 mei 2021

Een van de redenen waarom men in de achttiende en negentiende eeuw de Oudheid bestudeerde, was dat men meende dat als men iets in zijn oorspronkelijke staat kende, men ook het wezen ervan doorgrondde. Het vroegste christendom was volmaakt geweest en later was het minder geworden; ooit was er een zuiverder Grieks gesproken geweest en dat was later vervuild geraakt. Hier komt de obsessie met “eerstes” vandaan die de oudheidkunde nog steeds teistert.

Vaak is dat aandachttrekkerij, maar niet altijd. De Amerikaanse archeoloog Glenn Schwartz publiceerde een paar weken geleden een artikel over een viertal beschreven stukjes klei uit de Bronstijdnederzetting Umm el-Marra ten oosten van Aleppo, waar hij samen met de Universiteit van Amsterdam onderzoek heeft gedaan in de jaren voor de burgeroorlog. De vondst is dus alweer wat ouder en in 2010 al gepubliceerd. Nu komt Schwartz erop terug in een artikel met de bescheiden kop “Non-Cuneiform Writing at Third-Millennium Umm el-Marra, Syria” (€). Het nieuwtje zit in de ondertitel: “Evidence of an Early Alphabetic Tradition?”

Deel:
Categoriën: Levant
Ktesifon

“Naar alle kanten het Rijk vergroot” (2)

8 maart 2021

[Vandaag het tweede van vier blogs over de veldtochten van keizer Septimius Severus (r.193-211), die het Romeinse Rijk bracht tot zijn grootste omvang. Dat dit onder Trajanus zou zijn gebeurd is vooral propaganda van Mussolini. Het eerste deel is hier.]

De verovering diende om de welvarende provincie Syrië meer veiligheid te bieden, aangezien deze door de Eufraat alleen slecht werd beschermd. De verovering van Mesopotamië was dus een defensieve maatregel. In dit licht moet ook de tweede Parthische veldtocht van Severus worden gezien: in 197/198 voer hij de Eufraat af naar de Koninklijke Kanalen, de verbinding tussen Eufraat en Tigris op het punt waar deze rivieren elkaar halverwege Irak even naderen. Herodianos schrijft (in de vertaling van M.F.A. Brok):

Deel:
Categoriën: Romeinse Keizerrijk
De boog van Septimius Severus op het Forum Romanum

“Naar alle kanten het Rijk vergroot” (1)

7 maart 2021

Een van de opvallendste monumenten op het Forum in Rome is de ereboog van keizer Septimius Severus. Als u er niet vertrouwd mee bent, zult u misschien de filmscène uit Roman Holiday kennen waarin Gregory Peck een slapende Audrey Hepburn vindt en een taxi voor haar belt; de ereboog is steeds zichtbaar op de achtergrond. Hoewel de reliëfs van dit monument in de twintigste eeuw zwaar te lijden hebben gehad van de zure regen, is het opschrift nog goed te lezen:

Ter ere van Imperator Caesar Lucius Septimius, zoon van Marcus, Severus Pius Pertinax Augustus, vader des vaderlands, overwinnaar van de Arabische Parthen, overwinnaar van de Adiabenische Parthen, opperpriester, in het elfde jaar van zijn bevoegdheid als volkstribuun, elfmaal uitgeroepen tot Imperator, driemaal consul, proconsul […] omdat hij met zijn bijzondere talenten de staat intern heeft hersteld en naar alle kanten het Rijk heeft vergroot; geschonken door Senaat en Volk van Rome.

Deel:
De "colonnaded street" Apamea

Foto van de dag: Apamea

3 maart 2021

De “colonnaded street” Apamea in Syrië. De ruïnestad is geplunderd maar in de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis in Brussel is een deel van de colonnade te zien.

[Meer foto’s hier.]

Deel:
Tags: ,
De basiliek van Resafa

Soldaten in de hemel?

27 november 2020

Het gebeurde in de zomer van het jaar 624. Keizer Heraclius vocht toen al veertien jaar tegen de Perzen, met wisselend succes. De Perzen hadden Syrië, Palestina en Egypte veroverd en waren diep doorgedrongen in Klein Azië. Heraclius kon hen nauwelijks tegenhouden maar hij was niet van plan op te geven. Hij voerde een gedurfd plan uit: hij formeerde een klein maar goed getraind leger en voer daarmee naar de oostkust van de Zwarte Zee, naar Armenië. Daar startte hij een guerrilla-oorlog tegen de Perzen. In de zomer van 624 besloot hij dat ze Perzië zélf zouden binnenvallen. En in zijn peptalk tot zijn soldaten zou toen hij het volgende hebben gezegd:

Het gevaar is niet zonder beloning. Integendeel, het leidt tot eeuwig leven. Laat ons dapper standhouden, en de Heer onze God zal ons bijstaan en de vijand vernietigen.

Deel:

Bar-Rakeb van Sam’al

20 november 2020

Haal u even de landkaart van Turkije en Syrië voor de geest. De grens loopt van het oosten naar het westen. Vlak voor de Middellandse Zee zwenkt hij ineens naar het zuiden en loopt dan een eind zuidelijker naar verder naar de kust. Het gebied waar de grens zo opvallend omheen loopt is dat van Antiochië. Al voor die stad was gesticht, was hier een belangrijk stedelijk centrum, dat eveneens de Orontes en de weg van de zee naar Assyrië beheerste: Sam’al. Het is ook wel bekend als Bit Gabbar. De ruïnes van de koninklijke residentie zijn te zien bij het huidige Zincirli.

Ik herinner me vooral het vluchtelingenkamp ernaast. De ruïnes stellen weinig voor, de opgraving was, toen ik er kwam, stilgelegd. Voor de vondsten moet je zijn in de musea, zoals het Berlijnse Pergamonmuseum, waar bovenstaand reliëf is te zien. Dit is koning Bar-Rakeb, die regeerde van 727 tot 711 v.Chr. en hier een schrijver ontvangt. Op de inscriptie identificeert de koning zichzelf als zoon van Panamuwa, dienaar van de Ba’al van Harran.

Deel:
Categoriën: Levant, Musea
Een pazuzu-beeldje uit Tell Sheikh Hamad (ooit in het museum in Deir ez-Zor)

Deir ez-Zor

11 november 2020

Op zaterdag 8 november 2008 werd ik wakker in Deir ez-Zor in Syrië. Ons hotel stond aan de Eufraat en ik herinner me hoe een van mijn reisgenoten die ochtend de ontbijtzaal kwam binnenlopen met een flesje in haar hand, bijna kraaiend van plezier: “Dit flesje… het water heb ik geschept uit … de Eufraat!” Ik had een ochtendhumeur en stoorde me aan haar enthousiasme, maar schaamde me onmiddellijk voor die reactie, want natuurlijk is het heel bijzonder dat je zomaar kunt reizen naar het Midden-Oosten.

Hoe bijzonder, dat weten we inmiddels. Deir ez-Zor is grotendeels verwoest in de Syrische Burgeroorlog. Het einde is nog niet in zicht want Deir ez-Zor ligt nu op de grens tussen de gebieden die de regering en de Koerden beheersen, en ik ga ervan uit dat president Assad niet zal rusten eer hij de Koerden heeft uitgeschakeld. Als er al iets overeind staat van het plaatselijke museum, zal het gebouw nog wel enige tijd worden gebruikt voor andere doeleinden dan tentoonstellingen. Over de collectie heb ik het nog niet eens. U leest hier maar, als u durft.

Deel:
Categoriën: Assyrië, Levant