De jongeling van Motya

30 december 2020

Helemaal in het westen van Sicilië ligt, tussen Marsala en Trapani, een enorme lagune. Middenin ligt een eilandje, ongeveer twee vierkante kilometer groot, waarop een Fenicische stad ligt. Die is aan het begin van de vierde eeuw v.Chr. door een leger uit Syracuse verwoest, waarna de bewoners zich vestigden in Marsala en Trapani als haven inrichtten. Lange tijd was Motya, zoals het eilandje heet, de enige Fenicische stad die was opgegraven; later is daar Kerkouane in Tunesië bij gekomen.

De eerste archeoloog op Motya was overigens Heinrich Schliemann, die het er snel had bekeken. De feitelijke opgraver is Joseph Whitaker (1850-1936), wiens villa nu een museum is. Een naar hem genoemde stichting graaft er, als ik het wel heb, nog altijd. In elk geval staat het bovenstaande, in 1979 gevonden, standbeeld in het Museum Giuseppe Whitaker. Ik ben er drie keer geweest; pas de laatste keer had het een eigen zaal. De hamvraag: wat stelt de “giovane di Motya” voor?

Deel:
Standbeeld van een man (Şanlı Urfa Müzesi)

Een oeroud standbeeld

5 december 2020

De stad Şanli Urfa in Zuidoost-Turkije, het antieke Edessa, trekt al sinds de Oudheid pelgrims. De beroemdste zal Egeria zijn geweest, een christelijke dame die een bezoek bracht aan het Nabije Oosten en daar verslag van deed. Ze noemt ook Edessa, dat nog altijd een pelgrimageoord is.

Voor de huidige bezoekers werd in de jaren tachtig een onderaardse garage aangelegd, samen met een complex van restaurantjes en souvenirwinkeltjes. En een verkeerstunnel, als ik me goed herinner. De archeologen vonden het bovenstaande standbeeld, waar ze aanvankelijk niet veel van konden maken.

Deel:
Categoriën: Anatolië, Prehistorie
Het hoofd van Ramses VI (©Oriental Institute Chicago)

Persbericht: een hoofd voor farao Ramses VI

1 december 2020

Een ongeopende brief, die decennialang was vergeten, bracht Egyptologen Lara Weiss (conservator collectie Egypte, Rijksmuseum van Oudheden) en Rob Demarée (Universiteit Leiden) op het spoor van Ramses VI: de granieten torso van een beeld uit de Leidse museumcollectie blijkt een match met een koningskop uit de verzameling van het Oriental Institute Museum in Chicago.

De zoektocht van Weiss en Demarée begon met de ontdekking van een ongeopende brief uit 1987, in het archief van Egyptoloog prof. J.F. Borghouts die onlangs is overleden. Daarin oppert Thomas Logan, destijds hoofdconservator van de Egyptische collectie van het Oriental Institute Museum, dat een kop van farao Ramses VI (r. 1144-1137 v.Chr.) uit zijn collectie behoort tot een torso in het Rijksmuseum van Oudheden (RMO). De brief is pas onlangs teruggevonden in de nalatenschap van prof. Borghouts, waarna Weiss en Demarée dit verder onderzochten met het Oriental Institute Museum.

Deel:
Categoriën: Egypte, Musea, Persbericht
Afrodite (Archeologisch Museum van Zagreb)

Afrodite

11 november 2020

Ik had u al gezegd dat het Archeologisch Museum in Zagreb zo mooi is, dus dat hoef ik hier niet te herhalen, en anders leest u het maar hier. Ook het bovenstaande bronzen beeldje, waarvan ik helaas alleen een onscherpe foto kon maken, is er te zien. Het is gevonden in Konjic en dat alleen al vertelt een verhaal, want dat ligt hartje Bosnië, halverwege Sarajevo en Mostar. De aanwezigheid van dit voorwerp in de hoofdstad van Kroatië herinnert aan de tijd waarin Joegoslavië nog bestond.

Niet minder interessant is wat het voorstelt. Dit is namelijk een inheemse kopie van een van de allerberoemdste beelden uit de Oudheid, de Afrodite van Knidos. Dat beeld is in de vierde eeuw v.Chr. gemaakt door Praxiteles en vormde destijds een schandaal: de Grieken waren gewend aan mannelijk naakt en nu presenteerde de kunstenaar een vrouw zonder kleren. Minstens zo erg was dat de preutsheid alleen maar schijn was. De handen accentueren immers precies die delen van het lichaam die ze lijken te bedekken. Dat is niet alleen een hedendaagse interpretatie, we hebben antieke bronnen die ook de aandacht vestigen op het erotische karakter van dit beeld (zoals). Hieronder heeft u een Romeinse adaptatie van Praxiteles’ beeld.

Deel:
De stervende Galliër (Capitolijnse Musea, Rome)

De Stervende Galliër

11 november 2020

Zo rond het midden van het eerste millennium v.Chr. ontstond in het gebied van Lotharingen, Elzas, het Zwarte Woud en Beieren een nieuwe archeologische cultuur: La Tène. We mogen deze mensen gelijkstellen aan de Kelten, al moeten we daarbij aantekenen dat de betekenis van de term niet precies vastlag. De Keltische stammen en staten hebben zichzelf nooit beschouwd als één Keltisch volk, terwijl de Grieken en Romeinen allerlei volken die niet behoorden tot de La Tène-cultuur en die ook geen Keltische taal spraken, aanduidden als Kelten. Vaak was de term synoniem met “barbaar”.

De vierde eeuw was de tijd van de Keltische migraties: Gallische Kelten vielen Italië binnen en meer oostelijk levende stammen trokken langs de Donau naar het Balkanschiereiland. In de eerste weken van 279 bezetten zulke groepen het noordwesten van het huidige Bulgarije, van waaruit ze de Thracische stammen bedreigden. Die vroegen hulp bij de pas aangetreden koning van Macedonië, Ptolemaios Keraunos, maar deze weigerde: hij hoopte dat de Thraciërs, die het zijn voorganger Lysimachos knap lastig hadden gemaakt, verzwakt zouden raken. Dit was een blunder, maar toen Ptolemaios dat inzag, was het te laat.

Deel:
Categoriën: Anatolië, Hellenisme, Kelten, Musea