Caesar aan de Rubico

17 december 2020

De meeste antieke volken hadden een kalender van twaalf manen die nu eens 29 en dan weer 30 dagen duurden. Dat zou in principe een jaar van 354 dagen opleveren, waardoor het begin van jaar steeds een dag of elf opschoof ten opzichte van de seizoenen, ongeveer zoals de hedendaagse islamitische kalender. Door in een cyclus van negentien jaar zeven extra manen toe te voegen, bleef deze kalender redelijk in lijn met de seizoenen. Door eens in de vier cycli een dag weg te laten, ging het zelfs perfect. U leest er hier meer over.

Was het aankondigen van de schrikkelmaan lange tijd het privilege van de koning van Assyrië of – later Babylonië – geweest, vanaf de late zesde eeuw gebeurde het volgens de hierboven beschreven procedure. De reden is dat er, sinds de Perzen Babylon hadden veroverd, geen Babylonische koning meer was. De met astronomie belaste priesters, de zogenaamde chaldeeën, zagen er vanaf toen op toe dat de juiste procedure gevolgd bleef worden. Toen Alexander Babylon veroverde, zorgde hij ervoor dat de vier-cycli-min-één-dag-regels in de hele wereld bekend werden.

Deel:
Categoriën: Romeinse Republiek