Het belang van Buijtendorp (2)

22 februari 2021

Tom Buijtendorp heeft de laatste jaren naam gemaakt met enkele publicaties waarin hij de twee in het vorige stukje beschreven methoden toepast. Zo combineerde hij de informatie die we de afgelopen eeuw over Romeins Voorburg hebben verworven met wat we vernemen uit de opgravingsrapporten die twee eeuwen geleden door Caspar Reuvens zijn geschreven. Het leverde een lijvig proefschrift op, waarin Buijtendorp de inzichten van de archeologie en de vaardigheden van de geschiedvorser combineerde.  U zegt wellicht dat dat vanzelf spreekt, maar neem van mij aan: de gemiddelde Nederlandse archeoloog is geen archiefrat. Archivistiek komt in de archeologische opleidingen niet aan de orde.

Oude data en nieuwe speculaties

Ook in andere boeken heeft Buijtendorp alle bekende data – archeologische vondsten, kronieken en archivalia – gecombineerd. In Caesar in de Lage Landen herhaalt hij bijvoorbeeld de reconstructie van de grenzen van de gebieden van de Belgische stammen, gebaseerd op de middeleeuwse bisdomsgrenzen. Dat is heel negentiende-eeuws onderzoek, waarvan de resultaten volledig zijn ingeburgerd. Ze worden daarom als vanzelfsprekend aangenomen, en het is goed dit type onderzoek eens te herhalen om te zien wat het met de inzichten van nu oplevert. Minimaal leert de lezer dat die grenzen helemaal niet zo zeker zijn als de historische atlas suggereert.

Deel:
De Waal als vlechtende rivier

Het belang van Buijtendorp (1)

22 februari 2021

Wie zich bezighoudt met Nederland in de Romeinse tijd, kampt met een gierend gebrek aan data. Zeker, de archeologische depots liggen behoorlijk vol, maar om van vondsten te komen tot een reconstructie van een oude samenleving is interpretatie nodig. Die vindt plaats aan de hand van andere vondsten, vergelijking met andere voorindustriële culturen en enkele honderden Latijnse en Griekse teksten, waarvan de meeste vrij kort. Die vergen eveneens uitleg. Je krijgt weleens de indruk dat oudheidkundigen geschreven bronnen naar believen letterlijk nemen, afdoen als literair motief, interpreteren als atypisch of presenteren als onverwachte bevestiging van wat ze al vermoedden. Die indruk is onterecht, want tekstuitleg is gebonden aan hermeneutische regels. Er is echter wel speelruimte, dus de indruk is begrijpelijk.

Samenvattend: de data zijn onvoldoende en ambigu. Dat maakt het lastig ze om te zetten in informatie – data die zijn beoordeeld en gecombineerd. Zeg maar puzzelstukjes die aan elkaar zijn gelegd.

Deel:
Een re-enactor in de rol van een Romeinse slavin.

Een nieuw boek over Romeinse kleding

4 februari 2021

Even een kort stukje. Ik heb het weleens uitgezocht aan de hand van de vragen die ik zoal krijg: van alle mensen die de Oudheid uitleggen, gelden musea en re-enactors als het betrouwbaarst. Dat is ook logisch. Musea zijn nu eenmaal in voorlichting gespecialiseerd en hebben educatieve medewerkers; ze weten wat ze doen. Re-enactors doen hun werk uit liefde voor de Oudheid en hebben geen secundaire belangen. Dat maakt ze op voorhand geloofwaardiger.

Een re-enactor wil dat zijn of haar kit in orde is. Niet alleen omdat zo iemand niet voor schut wil staan, maar het dient ook een educatief doel, zoals die mevrouw die al jaren bezig is om de kleren van de Dame van Simpelveld zo perfect mogelijk na te maken. Ik weet dat haar gouden sieraden nogal ingewikkeld zijn, maar stel je eens voor hoe het is om zo iemand in een museum uitleg te horen geven!

Deel:
Categoriën: Algemeen, Boek
Pauw in Cherchell; er is geen diepere betekenis of verband met het onderstaande, maar het is een leuk plaatje.

Het ideale handboek (volgens mij dan)

4 februari 2021

Ik wilde, zo kondigde ik vorige week aan, gaan bloggen over het handboek waarover ik ooit eerstejaarscolleges heb gehad. Een kennismaking met de oude wereld is zes keer geactualiseerd herdrukt dus ik zal er zeker weggezakte kennis mee opfrissen. Maar de afgelopen week bedacht ik: hoe zou ik zelf een boek schrijven waarmee eerstejaars met de oude wereld kennis zouden maken?

Opfrissen

Het zou, denk ik, moeten beginnen met een vluchtig overzicht, zoals ik zelf ooit hier heb gepubliceerd. Ik weet niet hoeveel woorden het zijn, misschien duizend, maar het geeft de hoofdlijnen, een basis die nuttig is om op voort te bouwen. Daarna zou ik uitleggen waarom de bestudering van de Oudheid een wetenschap is. Even de colleges wetenschapsleer opfrissen waarmee het eerste academisch jaar begon. Hoofdstuk één, paragraaf één: wat is een feit? Daarna een introductie tot de oudheidkundige data: iets over teksten en de uitleg daarvan, iets over vondsten en vondstinterpretatie, iets over etnografische parallellen, iets over de discussies onder historici, zoals de relatie tussen individu en proces of de aard van continuïteit. Ook nog iets over de kern van een wetenschap (de negatieve heuristiek van verboden manieren om de data te interpreteren) en de beschermende schil (de positieve heuristiek van toegestane interpretatiewijzen).

Deel: