De Leidse Amunpapyrus (© Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

De Leidse Amunpapyrus

5 februari 2021

In een van de vitrines van de afdeling Egypte van het Leidse Rijksmuseum van Oudheden ligt de Amunpapyrus, een van de beroemdste teksten uit de oude wereld. Hoewel we over de herkomst slechts vermoedens hebben, is er geen twijfel aan de echtheid. Hij is namelijk al bekend sinds 1828, toen het nog jonge museum de collectie verwierf van Giovanni d’Anastasi (1780-1860), een Griekse koopman die in Egypte was beland, het vertrouwen had gewonnen van de Ottomaanse onderkoning Mohammed Ali en allerlei oudheden had verzameld. Weliswaar kunnen we over unprovenanced oudheden niet sceptisch genoeg zijn en is het zeker denkbaar dat d’Anastasi de dupe is geweest van bedrog, maar het is niet aannemelijk dat een vervalser in het eerste kwart van de negentiende eeuw én de juiste inkt zou hebben bereid én de beschikking zou hebben gehad over een fors antiek papyrusblad én een Egyptische tekst kon schrijven waaraan egyptologen sindsdien weinig vreemds hebben herkend.

Omdat Anastasi veel voorwerpen heeft aangekocht in Thebe, is aannemelijk dat de Leidse papyrus daarvandaan komt, temeer omdat in die stad een netwerk was van Amuntempels, waarvan het complex te Karnak de voornaamste was. Vanaf de zestiende eeuw v.Chr. gold de god van Thebe als de belangrijkste in Egypte en was zijn stad hét religieuze centrum van het land. Het was een van de plaatsen die werd genoemd als locatie van de oerheuvel, waar nog voor het begin van de tijd het eerste land boven de oerwateren was verschenen.

Deel:
Categoriën: Algemeen, Egypte
Het hoofd van Ramses VI (©Oriental Institute Chicago)

Persbericht: een hoofd voor farao Ramses VI

1 december 2020

Een ongeopende brief, die decennialang was vergeten, bracht Egyptologen Lara Weiss (conservator collectie Egypte, Rijksmuseum van Oudheden) en Rob Demarée (Universiteit Leiden) op het spoor van Ramses VI: de granieten torso van een beeld uit de Leidse museumcollectie blijkt een match met een koningskop uit de verzameling van het Oriental Institute Museum in Chicago.

De zoektocht van Weiss en Demarée begon met de ontdekking van een ongeopende brief uit 1987, in het archief van Egyptoloog prof. J.F. Borghouts die onlangs is overleden. Daarin oppert Thomas Logan, destijds hoofdconservator van de Egyptische collectie van het Oriental Institute Museum, dat een kop van farao Ramses VI (r. 1144-1137 v.Chr.) uit zijn collectie behoort tot een torso in het Rijksmuseum van Oudheden (RMO). De brief is pas onlangs teruggevonden in de nalatenschap van prof. Borghouts, waarna Weiss en Demarée dit verder onderzochten met het Oriental Institute Museum.

Deel:
Categoriën: Egypte, Musea, Persbericht

Een leeuw uit Perzië

25 november 2020

Het logo van GrondslagenNet, waar komt dat vandaan? Ik zocht een voorwerp dat zich leende voor een abstract beeld, dus geen wandschildering uit Pompeii of zo. Ik wilde ook dat het iets was uit een Nederlands of Vlaams museum. Dus alle schatten uit het Louvre en het Vaticaan vielen af. Ten slotte wilde ik een motiefje dat in alle antieke culturen voorkwam. Dan kom je al vrij snel uit op de leeuw, die kunstenaars uit vrijwel alle beschavingen uit de Oudheid hebben afgebeeld. Ook in streken waar de koning der dieren niet voorkwam.

De bovenstaande leeuw is een mantelspeld uit Iran, vervaardigd in de vijfde of vierde eeuw v.Chr. Het voorwerpje is een centimeter of vijf groot en gemaakt van verguld zilver. Reken maar dat deze mantelspelden, die per twee werden gedragen, ooit hebben toebehoord aan een voorname Pers. Twee van die spelden zijn in 1960 aangekocht door het Rijksmuseum van Oudheden, waar het koppel nu is te zien op de afdeling Archeologie van het Nabije Oosten.

Deel:
Categoriën: Musea, Perzië
1 Archeologie langs het spoor © Erfgoed Delft, archeologie (Gemeente Delft)

Retourtje verleden

19 november 2020

PERSBERICHT Archeologie en het Nederlandse spoorwegnet zijn al bijna twee eeuwen met elkaar verbonden. Al sinds de aanleg van de eerste spoorlijnen komen daarbij archeologische ontdekkingen aan het licht. Dat waren aanvankelijk toevallige vondsten, maar inmiddels staat archeologisch onderzoek bij spoorwerkzaamheden al 25 jaar structureel op de agenda. Enkele hoogtepunten uit 180 jaar archeologische vondsten en onderzoek langs het spoor zijn vanaf 23 november te zien in de tentoonstelling ‘Retourtje verleden’ in het Rijksmuseum van Oudheden. De tentoonstelling is gemaakt in samenwerking met ProRail, ter gelegenheid van 25 jaar archeologische onderzoeken onder het spoor, uitgevoerd in opdracht van ProRail bv en haar voorganger NS RIB.

In ‘Retourtje verleden’ zijn enkele opmerkelijk spoorwegvondsten te zien zoals een middeleeuws zwaard uit de gracht van Bastion Deuteren (opgebaggerd in Den Bosch, 1896), de oudste telescoop van Nederland (opgegraven in Delft, 2014) en een prehistorische bijl van hertengewei, die is opgegraven bij de aanleg van de Betuweroute in Hardinxveld. Daarnaast zijn er spoorgereedschappen, oude foto’s en modeltreintjes. Samen geven ze een beeld van 180 jaar Nederlandse spoorwegen en de veranderende methodes van het archeologisch onderzoek, op diverse momenten in de tijd.

Deel:
Categoriën: Lage Landen, Musea, Persbericht
De inscriptie uit Valkenburg ZH (© Restaura Heerlen)

Persbericht: Romeinse inscriptie Valkenburg

17 november 2020

In de familietentoonstelling ‘Romeinen langs de Rijn’ in het Rijksmuseum van Oudheden is sinds eind oktober een bijzondere archeologische vondst te zien: een eikenhouten paal uit ca. 125 na Chr. met de Romeinse inscriptie COH II CR. De paal werd in 2018 gevonden bij opgravingen van de Romeinse weg bij Valkenburg (Zuid-Holland). De inscriptie is de afkorting van Cohors II Civium Romanorum: het ‘tweede cohort van de Romeinse burgers’. Dat is de naam van een groep Romeinse soldaten die rond 125 na Chr. aan de weg hebben gebouwd. De paal werd met 479 andere exemplaren opgegraven bij archeologisch onderzoek ter voorbereiding op de werkzaamheden voor de RijnlandRoute. Het museum krijgt dit exemplaar in bruikleen van de provincie Zuid-Holland, in wiens opdracht de Romeinse weg is opgegraven en onderzocht.

 De oude noordgrens van het Romeinse Rijk, de limes genoemd, volgde het verloop van de rivier de Rijn. Bijna 2000 jaar geleden, in 125 na Chr., werd hierlangs een weg aangelegd die de Romeinse forten met elkaar verbond: de limesweg. De weg bestond uit twee rijen houten palen, waarbinnen een soort dijk was opgeworpen. Hierop lag de weg zelf, die was bekleed met grind. Tegenwoordig is in het landschap bij Valkenburg niets meer te zien van de Romeinse weg, maar bij opgravingen in 2018 zijn honderden houten palen van de weg aangetroffen, waaronder enkele exemplaren met een inscriptie.

Deel: