Reconstructie van kleding

13 november 2020

Het is alweer een tijdje geleden dat ik aankondigde dat we filmpjes wilden gaan maken om uit te leggen hoe oudheidkundigen weten wat ze weten. Dat bleek makkelijker gezegd dan gedaan, maar het project vordert, dankzij de jonge filmmakers van Second Sun, wel degelijk. Langzaam maar zeker, met de nadruk op dat laatste. Er is al een filmpje online over de Lachmann-methode, waarmee classici vaststellen wat de inhoud was van antieke teksten, ook al zijn die overgeleverd in manuscripten vol schrijffouten. Ook is er een filmpje online over de uitspraak van het Latijn. Als je weet hoe die taal heeft geklonken, “werken” antieke gedichten beter.

Hoewel het dus allemaal wat langer duurt dan voorzien, denk ik dat het belangrijk is dit soort dingen uit te leggen. Als mensen eenmaal sceptisch zijn geworden over de Oudheid is het lastig ze nog terug te winnen. Je kunt dan praten als Brugman om te tonen dat de wetenschappelijke methode werkelijk de meest redelijke is, maar critici zullen dan toch vooral hun scepsis gaan projecteren op de methode, zodat de wetenschapscommunicator precies het tegengestelde bereikt van wat hij beoogt. De uitleg van de methode moet er zijn vóór mensen vraagtekens plaatsen. Voorlichting die niet proactief is, is nogal eens te laat.

Deel:

Reconstructie van een gebouw

13 november 2020

Het is weleens gemeten: wanneer op TV woorden ancient, old of the past vielen, vermindert bij de meeste kijkers de belangstelling. Dat is weleens anders geweest. Nog geen halve eeuw geleden had de Oudheid nog prestige. Tegenwoordig is het Romeinse Rijk op zijn best een verdienmodel, is de “boreale cultuur” de truc waarmee een politicus de aandacht afleidt van inhoudsloosheid, en geldt de Oudheid in brede kringen als intellectueel oninteressant.

Ter verklaring van die ontwikkeling zijn verschillende factoren te noemen en één daarvan is richtingloze voorlichting. Net als in het onderwijs dient er bij voorlichting een opbouw te zijn. Je trekt eerst de aandacht, levert dan wat eerste informatie, levert geïnteresseerden vervolgens wat aanvullende informatie en brengt mensen zo steeds meer in een staat van vertrouwdheid, waarbij ze het beschouwen als iets van henzelf. Musea doen dat prima: denk maar aan de grote borden bij de ingang van een zaal, de middelgrote borden bij de vitrines en de kleine bordjes bij elk voorwerp. Iedereen kan zo kennis nemen op zijn of haar eigen niveau.

Deel: