Ausonius in Bordeaux

22 september 2021

Een jaar of vier geleden mocht ik op deze blog een gedichtje van Leo van Zanen publiceren over de Togatus Barberini. Het is opgenomen in de bundel De bezoeker, die vandaag officieel wordt gepresenteerd en die u hier kunt bestellen. Het eerste exemplaar zal vanavond in een (wegens de corona: helaas besloten) bijeenkomst in de Leidse boekhandel De Kler worden overhandigd aan Jean Pierre Rawie.

Deel:
Categoriën: Romeinse Keizerrijk
Cupido in actie: zijn slachtoffer is te identificeren met Psyche. Plafondschildering uit Trier (Bischöfliches Dom- und Diözesanmuseum)

Ausonius in Trier

22 september 2021

Een jaar of vier geleden mocht ik op deze blog een gedichtje van Leo van Zanen publiceren over de Togatus Barberini. Het is opgenomen in de bundel De bezoeker, die vandaag officieel wordt gepresenteerd en die u hier kunt bestellen. Het eerste exemplaar zal vanavond in een (wegens de corona: helaas besloten) bijeenkomst in de Leidse boekhandel De Kler worden overhandigd aan Jean Pierre Rawie.

In de bundel zijn ook drie gedichten opgenomen over Van Zanens Romeinse voorganger Decimus Magnus Ausonius. Die moet u plaatsen in de vierde eeuw n.Chr.; hij was – behalve dichter – ook de docent van keizer Gratianus (r.367-383).

Deel:
Categoriën: Romeinse Keizerrijk
De Moezel bij Mehring

Ausonius aan de Moezel

22 september 2021

Een jaar of vier geleden mocht ik op deze blog een gedichtje van Leo van Zanen publiceren over de Togatus Barberini. Het is opgenomen in de bundel De bezoeker, die vandaag officieel wordt gepresenteerd en die u hier kunt bestellen. Het eerste exemplaar zal vanavond in een (wegens de corona: helaas besloten) bijeenkomst in de Leidse boekhandel De Kler worden overhandigd aan Jean Pierre Rawie.

In de bundel zijn ook drie gedichten opgenomen over Van Zanens Romeinse voorganger Decimus Magnus Ausonius. Die moet u plaatsen in de vierde eeuw n.Chr.; hij was – behalve dichter – ook de docent van keizer Gratianus (r.367-383).

Deel:
Categoriën: Romeinse Keizerrijk

Ta’abbata Sharran, rover en dichter

1 april 2021

Ta’abbata Sharran was een Arabische dichter die omstreeks 550, dus ruim vóór de islam, heeft geleefd. Hij behoorde tot de stam Fahm, maar hij hield het in het stamverband blijkbaar niet goed uit. Je had van die mensen; die verlieten óf zelf het stamverband, óf werden eruit gegooid en gingen in hun eentje verder. Soms vonden zij dan aansluiting bij soortgenoten en vormden een kleine bende van rovers (su‘lūk, mv. sa‘ālīk), die leefden van overvallen en rooftochten. Het waren helden en mannetjesputters, want zonder stamverband in een woest land te overleven is een bravourestuk. Anders dan onze moderne rovers waren zij vaak goede dichters; zo ook Ta’abbata Sharran. Zijn naam betekent: ‘Hij heeft iets kwaads onder zijn arm gedragen’ en is dus geen naam, maar een bijnaam. In de ‘burgerlijke’ maatschappij van de stam heette hij Thābit ibn Djābir al-Fahmī, maar wie interesseert dat? Er zijn minstens drie anekdotes die vertellen hoe hij aan die bijnaam gekomen is:

Deel:
Categoriën: Arabië

De ‘omvolking’ van Rome

14 januari 2021

Naar aanleiding van de cijfers omtrent de herkomst van de Belgische bevolking, die het Bureau voor statistiek bekend maakte, vond onder meer de extreem rechtse politicus Tom Van Grieken het nodig wat te tweeten over omvolking en het gevaar ervan voor onze Vlaamse cultuur. Over wat gaat het? De recentste cijfers tonen aan dat 23,4% van de Vlaamse bevolking zelf van buitenlandse origine is of een ouder van buitenlandse herkomst heeft. In Antwerpen loopt dat cijfer op tot 52,6%, in Brussel zelfs tot 74,3%. Het is onze twitteraar daarbij klaarblijkelijk ontgaan dat Antwerpen de moederstad is van een wereldhaven en Brussel van het Europees parlement en nog wat andere internationale instellingen en bedrijven.

Migratie is bovendien van alle tijden. Tijdens mijn studies maakte ik in 1982 mijn licentieverhandeling over de kleine man bij Martialis. Deze Romeinse spotdichter van de 1ste eeuw n.C. was een scherpe observator van de samenleving in Rome. Ik moest er onmiddellijk aan denken. De Romeinse maatschappij bezat zeker een erg open karakter, zoveel is duidelijk. Zij nam talrijke vreemdelinge[n uit zowel de oostelijke als de westelijke provincies als volwaardige burgers op.

Deel:
Categoriën: Romeinse Keizerrijk
Een man en een vrouw ontmoeten elkaar bij een bron; reliëf uit Jemen (Archeologische Musea, Istanbul)

Arabië anno 650: sterke vrouwen, zwakke mannen

30 november 2020

In de pre-islamitische Arabische poëzie van pakweg 550 na Chr. wordt er in de inleiding (nasīb) van de langere gedichten dikwijls even teruggedacht aan een vrouw. De dichter1 herinnert zich het heerlijke samenzijn met een of andere Layla, Salwa, Salma of Hind, een tijd geleden al, en brengt daardoor bij zich zelf en zijn hoorders een weemoedige en gevoelige stemming teweeg. Maar die duurt maar een paar regels. Zijn makkers of reisgenoten zeggen dat hij zich moet vermannen: er zijn immers nog meer vrouwen, en er zijn nu andere dingen te doen: trekken, jagen, vechten, de eigen stam roem bezorgen en andere schade toebrengen, een stamhoofd of een koning prijzen. Daarover gaat dan de rest van het gedicht. Een vrouw kan er nog op twee manieren in voorkomen: ten eerste als voorwerp van begeerte, als de dichter opschept over zijn seksuele vermogens, ten tweede als zeurende huisvrouw, die de man kritiseert omdat hij zijn bezit vergooit aan drank of gokken, of de traditionele deugden van vrijgevigheid en gastvrijheid zo uitvoerig toepast dat er voor vrouw en kinderen te weinig overblijft.

Een vrouw was in die oude wereld niet veel waard. Zij had weinig rechten en zekerheden, zij kon geschaakt, verhuurd, uitgeleend en vererfd worden. En aangerand natuurlijk ook; of hoe zouden we anders moeten noemen wat de beroemd-beruchte dichter Imru al-Qays deed toen hij de tent van een jonge moeder binnendrong die juist haar zuigeling de ene borst gaf, terwijl hij zich ongevraagd op de andere stortte?

Deel:
Categoriën: Arabië, Islam
Drie Romeinse ringen uit Dab'aal bij Tyrus (Nationaal Museum, Beiroet)

Ringcompositie

16 november 2020

Een “ringcompositie” is een manier om een tekst te ordenen, waarbij de gedachtegang niet serieel wordt geordend (zoals in A-B-C-D-E) maar in ringen rondom een middendeel: A-B-C-D-C-B-A. De ringcompositie is als analysegereedschap onder geesteswetenschappers al vanaf de achttiende eeuw bekend, toen Robert Lowth in 1754 de beginselen beschreef in een boek over Hebreeuwse poëzie. Na Lowth zijn er geleerden geweest die de theorie van de ringcompositie hebben uitgebreid, vooral in discussie met de veel populairdere theorieën over de documentenhypothese: het idee dat de Bijbel uit verschillende documenten is samengesteld en dat dit is te herkennen aan eigenaardigheden in de tekst, zoals onnodige herhalingen, onbegrijpelijke sprongen, weglatingen en gebruik van terminologie. Als een “samengesteld” stuk tekst blijkt een doordachte (ring)compositie te hebben, komt die samenstelling op losse schroeven te staan, vandaar de belangstelling voor ringcomposities.

Deze discussie geldt inmiddels als achterhaald, omdat tegenwoordig vrijwel iedereen aanneemt dat de Bijbel is begonnen als een verzameling documenten die op enig moment, of op meerdere momenten, is geredigeerd tot de huidige tekst. De redactiecommissies zijn daarbij echter niet over één nacht ijs gegaan en hebben ervoor gezorgd dat het resultaat wel degelijk een net gecomponeerde tekst was, ringcomposities incluis.

Deel:

De uitspraak van het Latijn

13 november 2020

In de reeks video’s waarin ik mensen spreek over de vraag hoe oudheidkundigen weten wat ze weten, is inmiddels ook – na het filmpje waarin Hein van Dolen de Lachmannmethode uitlegt – de tweede aflevering online: Casper Porton van Addisco legt uit hoe classici weten hoe het Latijn vroeger uitgesproken is geweest. Als u meer wil weten, leest u hier meer.

Deel: