Oog op de Oudheid 2021

1 maart 2021

Oog op de Oudheid is een jaarlijkse serie presentaties en -discussies over de bestudering van de oudheid, georganiseerd door het Rijksmuseum van Oudheden. Want de wereld van de Romeinen, Grieken, Kelten, Egyptenaren, Joden en Mesopotamiërs is fascinerend, maar de bestudering daarvan is dat eveneens. Onder het motto ‘geen weetjes maar wetenschap’ hoort u vier avonden lang wat onderzoekers nu eigenlijk doen – dit jaar via livestreams. In 2021 is Oog op de Oudheid gewijd aan het thema controverse.

Deel:
Bethanië, waar Johannes de Doper Jezus zou hebben gedoopt

Johannes de Doper en het christendom

28 februari 2021

Ik heb de afgelopen tijd de teksten over Johannes de Doper doorgenomen: de aankondiging van zijn geboorte, zijn prediking en het bericht van Jezus aan zijn leermeester. Verder blogde ik over de joodse rituele baden, een gebruik dat Johannes overnam en aanpaste tot een eenmalige handeling om aan geven dat iemand tot inkeer was gekomen en klaar was voor de Jongste Dag. Al eerder had ik geschreven over twee aspecten van Johannes’ executie: dat Salome niet de zwoele verleidster van de westerse traditie was en dat  speculator een interessant latinisme is. Vandaag: wat er na Johannes’ dood gebeurde.

Al tijdens Johannes’ leven verkondigde Jezus dezelfde boodschap: de eindtijd brak aan, God zelf zou de wereld persoonlijk regeren, de mensen moesten tot inkeer komen en geloof hechten aan dat goede nieuws. Anders dan zijn mentor liet Jezus de mensen niet naar de Jordaan komen, maar trok hij het land in. Een verschil was dat voor Jezus nogal wat “hoge” titels in omloop waren: “Mensenzoon” en “zoon van God” gaan vrijwel zeker op Jezus’ eigen tijd terug, en dat geldt vermoedelijk ook voor messias. Nadat ook Jezus was geëxecuteerd zetten zijn leerlingen het doopritueel voort. En nu deed zich een probleem voor.

Deel:
Veerpont (Lekkerkerk)

Veerman tussen twee culturen

27 februari 2021

Ik verbeeld me niet dat ik u iets nieuws vertel als ik zeg dat we afgelopen vrijdag weer zo’n relletje hebben gezien dat de letteren zo’n slechte naam geeft. Uitgeverij Meulenhoff had gevraagd aan Marieke Lucas Rijneveld om poëzie van Amanda Gorman te vertalen, maar dit leidde tot een stuk in De Volkskrant en ophef op de sociale media, waarbij de strekking was dat de opdracht beter gegeven had kunnen zijn aan iemand die, net als Gorman, zwart is. Meulenhoff probeerde de storm te bezweren met een persbericht over “sensitivity readers” – mensen die gevoeligheden herkennen die een vertaler misschien niet kent – maar het was al te laat. Rijneveld heeft zich inmiddels teruggetrokken.

Het is de moderne tijd. Abdelkader Benali kan ervan meepraten. Ergens ziet iemand je naam, iemand is verontwaardigd (doorgaans woede op zoek naar een aanleiding), de sociale media maken er een relletje van, en daarna kun je je alleen maar terugtrekken omdat aanblijven alleen maar afleidt van de goede zaak. Inhoudelijke discussie blijft achterwege.

Deel:
Babel (© AM)

Babel in Rotterdam

26 februari 2021

Tegenover mijn huis aan de Amsterdamse Bilderdijkkade lag vroeger de werf van de gemeentereiniging. Toen die uit de woonwijk moest verdwijnen mochten de bewoners meedenken over wat ervoor in de plaats zou komen. Ze zouden ook als eersten mogen intekenen voor de nieuwbouw. Dat liep uiteindelijk op een schoffering van de geïnteresseerden, maar daar zag het aanvankelijk niet naar uit en ook ik heb destijds een voorstel gedaan, namelijk een 90 meter hoge toren op de blauwdruk van de Etemenanki in Babylon, de beroemde “toren van Babel”.

Dat flatgebouw is er dus niet gekomen, maar iemand anders heeft hetzelfde idee gehad. Binnenkort zien we aan de Lloydkade in Rotterdam wat Amsterdam-West mist. Het project heet BABEL en ik kan een zekere jaloezie niet onderdrukken.

Deel:
Categoriën: Jodendom
Sumerisch echtpaar (door de vandalen vergeten toen ze het museum in Bagdad plunderden)

Het begin van de Oudheid

25 februari 2021

Objectieve kennis kan niet bestaan, maar als mensen met diverse achtergronden aan de hand van dezelfde data en dezelfde methoden tot dezelfde conclusies komen, zitten we aan de veilige kant. En je krijgt betere informatie als je meer en uiteenlopender data in je analyse betrekt. Klinkt logisch, gebeurt onvoldoende. De oudheidkundige opleidingen zijn te kort. Daarnaast zijn er twee andere problemen, namelijk dat inzichten achter betaalmuren liggen en dat het daardoor niet mogelijk is het publiek normaal te informeren. Daarom twijfel ik al een tijdje aan de zin van mijn activiteiten en keerde ik terug naar het handboek waarmee ik over oude geschiedenis leerde, Een kennismaking met de oude wereld van De Blois en Van der Spek.

Ik blogde er al eens over – een, twee, drie – en een van de auteurs, Van der Spek, reageerde al. Deze reeks kan leuk worden. Vandaag: het begin van de Oudheid. Ofwel de overgang van de laatste fase van de Prehistorie, het Chalcolithicum, naar de Bronstijd.

Deel:
Categoriën: Egypte, Elam, Prehistorie
Een Numidische ruiter (Musée national des antiquités, Algiers)

Het Numidisch en het Proto-Berber

24 februari 2021

Een ruim jaar geleden – het was ten tijde van de verkiezingen – reisde ik door Algerije en korte tijd daarna door Tunesië. Je loopt er van de ene naar de andere Romeinse stad; er zijn er uit de Maghreb ongeveer 500 bij naam bekend, wat aanzienlijk meer is dan de 60 uit Gallië. Dit was een van de verstedelijkste gebieden uit de oude wereld.

T-steden

Op een gegeven moment viel me op dat ontzettend veel plaatsnamen, zowel antieke als moderne, beginnen met een t-klank. Systeem kon ik er niet in ontdekken. Het kon gaan om een havenstad als Tipasa, om een heuvelfort als Tiddis en om een bronnenheiligdom als Thubursicum, maar ook om steden als Thugga, Tebessa, Thysdrus, Thuburbo Maius, Thagaste en Thamugadi. De /t/ lijkt wel universeel te zijn.

Deel:
Categoriën: Libië en Maghreb
Kleitablet met een deel van de tekst van het Epos van Gilgameš (niet het stuk dat ik hieronder beschrijf, overigens; Museum van Hattusa)

Het Gilgameš-tablet in de Green-collectie

23 februari 2021

Twee weken zonder stukje over de Green-collectie is twee weken niet geleefd, dus vandaag een aflevering in onze reeks over hoe we niet moeten omgaan met de Oudheid. Korte samenvatting van het voorafgaande: de Amerikaanse verzamelaar Steve Green heeft een gigantische collectie oudheden aangelegd om een bijbels museum op te richten. We hoeven hem niet van altruïsme te verdenken: je koopt oudheden, wacht tot ze meer waard zijn, schenkt ze aan een je eigen museum en profiteert van de belastingaftrek. De Green-collectie ging nog een stap verder. Ze betaalde oudheidkundigen om over de voorwerpen te publiceren, wat de waarde opdreef. Dit was niet alleen financieel aantrekkelijk. Het betekende ook dat mensen die aan de bel hadden moeten trekken, op de eigen loonlijst stonden en een prikkel hadden om de andere kant op te kijken. Inderdaad, de Green-collectie had geleerd van de Enron-affaire.

Hoewel Green zijn best had gedaan de toezichthouders te neutraliseren, kwam uit dat hij veel materiaal had gekocht op de zwarte markt. (Wat dat betekent leest u hier.) Inmiddels is er geschikt: een miljoenenboete en teruggave van kleitabletten aan Irak en papyri aan Egypte. Van sommige voorwerpen, zoals een handvol snippers van de Dode-Zee-rollen, is inmiddels vastgesteld dat het vervalsingen zijn. Maar de Green-collectie heeft nog een laatste kaart in de mouw: je kunt natuurlijk rechtszaken beginnen tegen degenen die jou het materiaal hebben verkocht zonder te zeggen dat het illegaal was.

Deel:
Categoriën: Algemeen

Het belang van Buijtendorp (2)

22 februari 2021

Tom Buijtendorp heeft de laatste jaren naam gemaakt met enkele publicaties waarin hij de twee in het vorige stukje beschreven methoden toepast. Zo combineerde hij de informatie die we de afgelopen eeuw over Romeins Voorburg hebben verworven met wat we vernemen uit de opgravingsrapporten die twee eeuwen geleden door Caspar Reuvens zijn geschreven. Het leverde een lijvig proefschrift op, waarin Buijtendorp de inzichten van de archeologie en de vaardigheden van de geschiedvorser combineerde.  U zegt wellicht dat dat vanzelf spreekt, maar neem van mij aan: de gemiddelde Nederlandse archeoloog is geen archiefrat. Archivistiek komt in de archeologische opleidingen niet aan de orde.

Oude data en nieuwe speculaties

Ook in andere boeken heeft Buijtendorp alle bekende data – archeologische vondsten, kronieken en archivalia – gecombineerd. In Caesar in de Lage Landen herhaalt hij bijvoorbeeld de reconstructie van de grenzen van de gebieden van de Belgische stammen, gebaseerd op de middeleeuwse bisdomsgrenzen. Dat is heel negentiende-eeuws onderzoek, waarvan de resultaten volledig zijn ingeburgerd. Ze worden daarom als vanzelfsprekend aangenomen, en het is goed dit type onderzoek eens te herhalen om te zien wat het met de inzichten van nu oplevert. Minimaal leert de lezer dat die grenzen helemaal niet zo zeker zijn als de historische atlas suggereert.

Deel:
De Waal als vlechtende rivier

Het belang van Buijtendorp (1)

22 februari 2021

Wie zich bezighoudt met Nederland in de Romeinse tijd, kampt met een gierend gebrek aan data. Zeker, de archeologische depots liggen behoorlijk vol, maar om van vondsten te komen tot een reconstructie van een oude samenleving is interpretatie nodig. Die vindt plaats aan de hand van andere vondsten, vergelijking met andere voorindustriële culturen en enkele honderden Latijnse en Griekse teksten, waarvan de meeste vrij kort. Die vergen eveneens uitleg. Je krijgt weleens de indruk dat oudheidkundigen geschreven bronnen naar believen letterlijk nemen, afdoen als literair motief, interpreteren als atypisch of presenteren als onverwachte bevestiging van wat ze al vermoedden. Die indruk is onterecht, want tekstuitleg is gebonden aan hermeneutische regels. Er is echter wel speelruimte, dus de indruk is begrijpelijk.

Samenvattend: de data zijn onvoldoende en ambigu. Dat maakt het lastig ze om te zetten in informatie – data die zijn beoordeeld en gecombineerd. Zeg maar puzzelstukjes die aan elkaar zijn gelegd.

Deel:
Johannes de Doper: fresco uit 1380-1360, nu in het Byzantijnse Museum van Thessaloniki

Josephus over Johannes de Doper

21 februari 2021

De afgelopen weken heb ik op zondag geblogd over Johannes de Doper. We hebben diverse bronnen over het optreden van de mentor van Jezus van Nazaret.

Ik beschreef de aankondiging van Johannes’ geboorte, zoals beschreven in Lukas 1, in het stukje over de hoorn der redding. Ik behandelde Marcus2-9 in de context van de joodse rituele baden, een handeling waarmee iemand steeds weer zijn rituele reinheid kon herstellen; Johannes’ doopsel leek erop maar gebeurde maar één keer. Uit de bron Q is er het overzicht van Johannes’ prediking , die bekendstaat als het “first Baptist block” (Matteüs 3.7-12 || Lukas 3.7-9, 15-18). Lukas’ weergave bevat een inlas met een verrassend universalistische strekking. Uit  Q komt ook Jezus’ oordeel over zijn leermeester: het “second Baptist block” (Lukas 7.18-35 || Matteüs 11.2-19)., waarover ik vorige week al schreef. Het verhaal van de executie (Marcus 6.14-29) heb ik al eens behandeld in een stukje over Salome, die niet de wulpse verleidster was die Marcus ervan maakt, en in een stukje over het ongebruikelijke Latijnse woord speculator. (Ik vind dit laatste een van de aardigste stukjes die ik ooit schreef.) Volgende week wil ik ingaan op de ontmoeting tussen Jezus en de Doper zoals beschreven in het evangelie van Johannes (Johannes 1.19-42), op een staartje uit het tweede Baptist Block en op de relatie tussen de leerlingen van de twee mannen nadat beide waren geëxecuteerd (Handelingen 19.1-7).

Deel:
Categoriën: Christendom, Jodendom