De vier families van de Koran

15 november 2020

Ik heb al vaker geblogd over de Lachmannmethode: de methode waarmee de vervaardigers van een tekstuitgave door middel van schrijffouten of afwijkende spellingen een stamboom (“stemma”) opstellen om een tekst te reconstrueren die zo dicht mogelijk bij de oorspronkelijke tekst komt. Die gereconstrueerde tekst heet het archetype. Daarnaast heb ik al geblogd over de bestudering van heel oude Korans, waarvan sommige onwaarschijnlijk vroeg zijn gedateerd. Twee onderwerpen die me boeien dus. Daarom was ik blij afgelopen zondag in Leiden een lezing te kunnen bijwonen van taalkundige Marijn van Putten, die allebei de onderwerpen behandelde. Dat ik aanwezig kon zijn, stemt tot dankbaarheid, want door de corona-maatregelen konden er maar veertien toehoorders zijn.

Vier oer-Korans?

Van Putten legde het traditionele verhaal uit. In 632 overleed Mohammed, waarna kalief Abu Bakr de openbaringen liet opschrijven. Zestien jaar later, rond 650, liet kalief Othman een standaard-Koran maken: vier exemplaren voor de vroeg-islamitische steden Medina, Basra, Koefa en Damascus. Alle Korans gaan, volgens de traditie, terug op dit viertal.

Deel: