Romeinse wachttoren in het Zaanse veen

16 november 2020

In de eerste eeuw na het begin van de jaartelling stond in Krommenie (in de gemeente Zaanstad) naar alle waarschijnlijkheid een Romeinse wachttoren. Dat blijkt uit een nieuwe archeologische opgraving die in 2018 werden uitgevoerd. De vondsten die op deze plaats aan het licht kwamen, zijn nu in de vorm van een klein opgravingsverslag tentoongesteld in een vitrinewand in het gemeentehuis van Zaanstad aan het Stadhuisplein in Zaandam. De expositie is nog tot en met vrijdag 22 november te zien.

In 1955 werden bij grondwerkzaamheden voor de aanleg van een nieuwbouwwijk aan het Volwerf, aan de rand van de toenmalige gemeente Krommenie, sporen gevonden, die erop wezen dat hier in de eerste eeuw een Friese woonkern moest hebben gelegen. Na deze ontdekking deed de Archeologische Werkgemeenschap Zaanstreek-Waterland samen met het Instituut voor Pre- en Protohistorische Archeologie van de Universiteit van Amsterdam verder onderzoek en in 1959 werd een boerderijplattegrond uit de eerste eeuw opgegraven, waarmee Friese bewoning op het veen in de Romeinse ijzertijd werd aangetoond. Tot die tijd nam men aan dat dit een ‘niemandsland’ was, waarin de Romeinen geen nederzettingen duldden.

Deel:
Detail van de Peutinger-kaart: Arae Philaenorum wordt hier getypeerd als de grens tussen de provincies Africa en Cyrenaica, m.a.w. als de grens tussen de imperia van twee gouverneurs.

Wat is een grens? (2)

13 november 2020

[In het eerste deel van dit artikel constateerde ik aan de hand van Baktrië en Germanië dat machtsuitoefening – dat wil zeggen: dat je mensen dingen kunt laten doen die ze anders niet zouden hebben gedaan – niet altijd archeologisch terug te vinden is. Hoe herken je in het bodemarchief waar een grens heeft gelegen?]

***

Deel:
Baktriërs brengen tribuut aan de koning van Perzië (Oostelijke Apadana-trap, Persepolis)

Wat is een grens? (1)

13 november 2020

Ik heb op deze plaats al vaker verteld over Baktrië, een Iraans gebied waar een uitloper van de Grieks-Romeinse wereld in contact stond met de culturen van Centraal-Azië en de Indusvallei. Hier en daar presenteren de bewoners zich onmiskenbaar als Grieks en dat wil zeggen dat de ruïnes van Noord-Afghanistan en Zuid-Oezbekistan illustreren wat de bewoners beschouwden als het voor hun relevantste deel van het Griekse culturele aanbod. Een oudheidkundige die wil begrijpen wat de kern is van de Grieks-Romeinse beschaving, moet niet zijn in centra als Athene en Rome, waar deze cultuur vanzelfsprekend was, maar aan de periferie, waar ze niet vanzelfsprekend was, waar keuzes moesten worden gemaakt en waar we, om zo te zeggen, het klassiekste der klassieken zien.

Een grenszone, maar grappig genoeg zijn er geen aanwijzingen voor een grens. We weten dat dit gebied vanaf de zesde eeuw v.Chr. het uiterste noordoosten was van het Perzische Rijk, van het rijk van Alexander de Grote en van het Seleukidenrijk. De kastelen van de lokale heersers zijn opgegraven, maar je kunt archeologisch niet vaststellen dat dit de grens was van de Perzische of Macedonische heerschappij. Terwijl de kastelen van de plaatselijke heersers bekend zijn, kennen we geen douaneposten, geen grensforten, geen versterkte wegen. Sterker nog: als we het niet uit geschreven bronnen zouden weten, zouden we nooit op het idee zijn gekomen dat dit gebied onderdeel was geweest van het Perzische Rijk. Opvallend is bijvoorbeeld dat de monetaire economie die in de westelijke gebiedsdelen heeft bestaan en die een systeem van belastingheffing documenteert, volledig ontbreekt in Oezbekistan, Afghanistan en Pakistan.

Deel: