Manuscript van Vergilius' Bucolica

Latijnse, heidense literatuur

1 mei 2021

Als u iets wil weten over een antieke auteur, pakt u uw telefoon of tablet en zoekt het op. De Wikipedia biedt u een eerste inleiding tot Ploutarchos en als u wil  weten wat de Wijze van Chaironeia dacht over vleesconsumptie, vindt u zijn essay met een paar klikken in het Grieks, Engels of Frans. Simpel. Nog geen kwart eeuw geleden was het zo makkelijk nog niet en moesten geïnteresseerde lezers zich behelpen met boeken. Er bestonden destijds diverse kennismakingen met de antieke literatuur; zo herinner ik me dat er eens twee tegelijk verschenen, een van Hein van Dolen en een van Ilja Pfeijfer. Allebei niet meer leverbaar want zulke werkjes zijn inmiddels even overbodig als een stoker op een elektrische trein.

Dat wil niet zeggen dat het boek helemaal geen bestaansrecht meer heeft. Voor de tweede lijn van de wetenschapsvoorlichting, waarin we uitleggen hoe we weten wat we weten en tonen waarom een wetenschappelijke opleiding zin heeft, zullen we vooralsnog boeken nodig hebben. Een fijne vorm is de persoonlijke selectie, waarin een ervaren lezer aangeeft wat hij of zij mooi vindt én – en dat is cruciaal – waarom. (Concreet voorbeeld: ik heb net een 842 pagina’s tellend monster over het Aramees liggen; een dunner boek waarin een professor Gzella uitlegt waarop ik moet letten, zou ik minder angstaanjagend vinden.)

Deel:
Laatantiek stierenoffer (Forum Romanum)

Waar komt het woord “religie” vandaan?

6 maart 2021

Het Nederlandse woord religie komt direct van het Latijnse woord religio, maar wat betekent dat eigenlijk? Uit de oudheid zijn ons twee etymologieën van het woord religio overgeleverd: een bij Lactantius, die het afleidt van een werkwoord dat ‘binden’ betekent, en een bij Cicero, die het afleidt van een werkwoord dat ‘lezen’ betekent. Welke van de twee is juist? Of hebben ze allebei ongelijk?

Lactantius: ‘binden’?

Het idee dat het woord religio is afgeleid van het werkwoord religare ‘binden’ wordt voor het eerst genoemd door Lactantius (ca. 250-325 n. Chr.). Hij was een christelijke schrijver met een duidelijke politieke agenda. Bovendien leefde hij eeuwen na het ontstaan van het Latijn; het is alsof men van een hedendaagse theoloog een uitspraak zou verwachten over de etymologie van een moeilijk oud Nederlands woord. Een ‘band met God’ klonk Lactantius erg goed in de oren, net zoals het dat waarschijnlijk voor veel gelovigen vandaag de dag nog doet. In de oudheid had men echter veel fantasie bij het herleiden van woorden. En geen enkele Latijnse schrijver vóór hem vermeldt dit idee, dat is ook al zeer verdacht.

Deel:

Etna en Aetna

18 februari 2021

In deze dagen ging de Etna weer woest tekeer. Je kan dan denken aan de sandaal van Empedokles en aan Hölderlin. Ik dacht aan Aetna, een leerdicht uit de tijd van Nero, dat uitnodigt te ‘kijken naar het grandioze ambacht van de natuur – artificis naturae ingens opus aspice (601). In het vervolg wordt een verwoestende uitbarsting geëvoceerd. Of hoe Etnageweld een vertaler kan afleiden.

nam quondam ruptis excanduit Aetna cavernis, et velut eversis penitus fornacibus ingens evecta in longum lapidis fervoribus unda, haud aliter quam cum saevo Iove fulgurat aether et nitidum obscura caelum caligine torquet. ardebant arvis segetes et mollia cultu iugera cum dominis; silvae collesque rubebant. vixdum castra putant hostem movisse, tremebant et iam finitimae portas invaserat urbis. [Aetna, 606-614, ed. Loeb]

Deel:
Categoriën: Romeinse Keizerrijk
Tags: ,
Cicero (Capitolijnse Musea, Rome)

Cicero 1: Het begint met ambitie

8 januari 2021

[Tijdens het Hellenisme ontstonden nieuwe filosofische scholen, naast de al gevestigde scholen van de Platoonse Academie, en de Peripatetische school van de volgelingen van Aristoteles. In deze serie behandelen we deze filosofische stromingen, en bekijken we hoe de filosofen zich tot elkaar verhielden. In deze reeks van vijf afleveringen: Cicero.]

De filosofen die tot dusver aan ons voorbijtrokken, waren allen Grieken. Gelukkig bleken de Romeinen zelf ook geïnteresseerd in de filosofie. Zoals gezegd kozen zij meestal niet voor een bepaalde filosofische stroming, maar combineerden vrolijk de inzichten van de verschillende Griekse scholen. We noemden dit eclecticisme. En de bekendste eclecticus was Marcus Tullius Cicero, die leefde van 106 tot 43 voor onze jaartelling. Voordat we zijn filosofie bekijken, kijken we eerst wie hij was en in welke tijd hij leefde.

Deel:
Inscriptie uit Lascuta (Louvre, Parijs)

Vrijgelaten slaven

21 november 2020

Een klein, bronzen plaatje dat in de buurt van Cádiz uit de grond kwam, wordt gezien als de oudste Latijnse inscriptie van Spanje. De inscriptie stamt uit 189 v. Chr, toen Lucius Aemilius Paulus praetor was in de Romeinse provincie Hispania. Hij was de zoon van de gelijknamige consul die omkwam bij de slag bij Cannae tegen Hannibal in de Tweede Punische oorlog tussen Rome en Carthago. In die tijd was een groot deel van Hispania nog in handen van de Carthagers. Aemilius junior zal dus zijn redenen hebben gehad om juist dit gebied goed onder controle te houden.

Romeinse geschiedschrijvers melden dat er veel opstanden waren. Spanje was verdeeld in verschillende stammen, die niet allemaal zaten te wachten op de Romeinse cultuur en gewoontes. Romeinse legerkampen werden regelmatig belaagd. Livius meldt dat Aemilius het aan de stok kreeg met de Lusitaniërs. Onderstaande inscriptie kan hiermee in verband staan. Misschien heeft Aemilius de stad Hasta Regia belegerd en een opstand van slaven gestimuleerd met Romeins burgerschap in het vooruitzicht? De ware toedracht blijft onduidelijk, maar de inscriptie had zo een inspiratiebron kunnen zijn voor een aflevering van Game of Thrones.

Deel:

Lex Spoletina

20 november 2020

In de provincie Umbrië zijn in de negentiende eeuw twee inscripties gevonden die nagenoeg hetzelfde zijn. Ze waren geplaatst in of bij de entree van een lucus, een stuk bos dat aan een god gewijd was. De inscriptie, ook wel bekend als Lex Spoletina, is voor Romeinse begrippen oud: waarschijnlijk is de steen geplaatst rond 241 v. Chr., toen het gebied een Romeinse kolonie werd. De tekst is Oudlatijn.

Onderstaande inscriptie bevindt zich nu in het archeologisch museum Sant’Agata in Spoleto, maar een kopie ervan is nog altijd te vinden in het bos.

Deel:
Etruskische dansers in het Graf van het Triclinium (Tarquinia)

De Akkerbroeders

20 november 2020

De volgende inscriptie is opgetekend in de derde eeuw na Christus, maar de Oudlatijnse tekst was zo onbegrijpelijk, dat de laaggeletterde steenhouwer waarschijnlijk geen idee had wat hij aan het beitelen was (tekstvariaties als pleores/ pleoris en semunis/ simunis vallen te verklaren als overschrijffouten). De tekst, een gezang of gebed, behoort misschien wel tot de oudste Latijnse teksten die ons zijn overgeleverd.

Hoewel het gebed kennelijk in de late oudheid nog werd opgezegd, moet de inhoud ervan voor een derde-eeuwse Romein geklonken hebben zoals wij de woorden van het Oudhollandse volkslied ‘Vier weverkens zag men ter botermarkt gaan’ ervaren. Het klinkt bekend, maar wat er precies mee bedoeld wordt, is even puzzelen. Het lied werd gezongen door de Fratres Arvales oftewel ‘de Akkerbroeders’, een groep van twaalf priesters, die volgens de legende ontstaan was in de tijd van Romulus en de beginjaren van de stad Rome. Ieder jaar, in mei, organiseerden de broeders een offerfestival ter ere van Dea Dia (een Romeinse variant van Demeter) om vruchtbaarheid over de geploegde akkers af te roepen. Dit lied werd waarschijnlijk gebruikt in de processie.

Deel:
Een inscriptie uit het heiligdom van Andesina (Archeologisch Museum, Grand)

Somno iussus

13 november 2020

Soms redeneren wetenschappers nogal makkelijk naar een conclusie toe. Neem de bovenstaande inscriptie uit de derde eeuw, gevonden in het Franse dorpje Grand, het antieke Andesina.

De woorden middenin zijn goed te lezen: somno iussus. Iemand heeft iets gedaan na een bevel in een droom. Het woord erboven kan alleen [tri]bunus zijn, een officier. Daarboven zijn de onderkanten van enkele letters te lezen, die ons in staat stellen de naam van de tribuun te reconstrueren, Consinius. Met toevoeging van drie letters die we niet goed kunnen duiden komen we dus op

Deel:

De uitspraak van het Latijn

13 november 2020

In de reeks video’s waarin ik mensen spreek over de vraag hoe oudheidkundigen weten wat ze weten, is inmiddels ook – na het filmpje waarin Hein van Dolen de Lachmannmethode uitlegt – de tweede aflevering online: Casper Porton van Addisco legt uit hoe classici weten hoe het Latijn vroeger uitgesproken is geweest. Als u meer wil weten, leest u hier meer.

Deel: