Artemis en Apollo doden de kinderen van Niobe (Glyptothek, München)

Historische hernoemingen

28 juli 2021

Een paar weken geleden deed iemand me een oud kinderboek cadeau, gewijd aan Jan Pieterszoon Coen. Degene die het me gaf, vroeg zich af hoe lang de Coentunnel nog Coentunnel zou heten en we vroegen ons af of de Coentunnel wel was vernoemd naar de Slachter van Banda. En we hadden het erover dat we eigenlijk niet goed wisten wat we ervan moesten denken. Ja, dat de Amsterdamse Stalinlaan in 1956 is omgedoopt tot Vrijheidslaan, dat was wel logisch. want Stalin was niet alleen een tiran maar er was ook voldaan aan de voorwaarde dat mensen dat wisten. Er moet enig historisch bewustzijn bestaan, er moet enige ijking van historische feiten aan eigentijdse normen zijn, voordat het gaat schuren en een straat wordt hernoemd. Het Vondelpark wordt pas hernoemd als meer mensen Hierusalem verwoest kennen.

Griekse mythen

Ik was het gesprek eigenlijk alweer vergeten toen ik gisteren, dinsdag dus, eraan dacht dat het Apolloproject is vernoemd naar een Grieks-Romeinse godheid die een stuk of wat verkrachtingen op zijn geweten heeft. Nooit eerder bij stilgestaan. Het huidige Artemisproject is vernoemd naar de zus van Apollo, die erop toezag dat de jager Aktaion door zijn eigen honden werd verscheurd. Broer en zus moordden ook de kinderen van Niobe uit, zes meisjes en zes jongens.

Deel:
Categoriën: Nog te categoriseren
Olielampje (Rheinisches Landesmuseum, Trier)

Curtius of Anchouros?

27 juli 2021

De Romeinse geschiedschrijver Titus Livius kan het vaak aardig vertellen. Hier is, in de vertaling van mw. Van Katwijk-Knapp, een verhaal uit het zesde boek van zijn Geschiedenis van Rome sinds de stichting van de stad:

In hetzelfde jaar zakte, naar men zegt, ten gevolge van een aardbeving of een andere natuurkracht ongeveer in het midden van het Forum de grond tot een onpeilbare diepte weg, waardoor een reusachtige kloof ontstond. Iedereen droeg aarde aan, maar men zag geen kans die bodemloze afgrond te vullen. Ten slotte gingen ze zich op aanwijzing van de goden afvragen wat de grootste kracht van het Romeinse volk uitmaakte; want, zo verkondigden de zieners, dat moest daar geofferd worden, als ze wilden dat het Romeinse Rijk eeuwig zou blijven voortbestaan.

Deel:
Een coach, twee worstelaars en een scheidsrechter (Nationaal Museum, Athene)

De Olympische Spelen

24 juli 2021

O ja, de Olympische Spelen, die zijn er ook nog. Er zullen de komende dagen wel weer commentatoren zijn die het een Griekse uitvinding noemen. Dat zegt vooral iets over de negentiende-eeuwse gewoonte om alles te voorzien van een Grieks antecedent. Ook onze democratie zou uit Griekenland komen, hoewel ze feitelijk is ontstaan in onze waterschappen en de middeleeuwse standenvergaderingen. Trouwens, ons systeem is, vanuit oud-Grieks perspectief bezien, op z’n best een gecontroleerde oligarchie. Dat wij het laatste woord niet hebben over staatsverdragen, zou een Athener maar vreemd hebben gevonden.

Griekse Olympische Spelen

Zoiets is het ook met de Olympische Spelen: een verzonnen antiek antecedent voor een wezenlijk modern iets. De kloof tussen de twee is groot. De Griekse Olympische Spelen waren alles wat hun moderne naamgenoot nou net verafschuwen. De toenmalige sportwedstrijden waren bijvoorbeeld niet internationaal, maar exclusief Grieks. Niet-Grieken waren simpelweg niet welkom. Voor de koningen van Macedonië, die beweerden uit de Griekse stad Argos te komen, wilde men wel een uitzondering maken toen dat om politieke redenen opportuun was.

Deel:
Categoriën: Griekenland
Ptolemaios’ “Geografie” (Gutenbergmuseum, Mainz)

De wereldkaart van Ptolemaios

22 juli 2021

Vorige week was ik in Mainz en we bezochten het Gutenbergmuseum. Als u het niet kent, moet u er zeker heen gaan. Nergens ter wereld zie je op één plek zoveel wiegedrukken (boeken gedrukt vóór 1500) bij elkaar. Leuke teksten ook, zoals de uitgave van het Corpus Iuris die een van Gutenbergs leerlingen vervaardigde (een ander exemplaar is in Zutphen), teksten van Erasmus en Luther (akkoord: post-1500), de Germania van Tacitus en natuurlijk bijbels, gedrukt door de uitvinder zelf.

Ook het bovenstaande boek is er: een uitgave van PtolemaiosGeografie, een fundamenteel werk. Onze reconstructie van de antieke topografie gaat er voor een belangrijk deel op terug. De landkaarten zijn beroemd. Hierboven ziet u één voorbeeld, maar er zijn in Ptolemaios’ Geografie diverse kaarten opgenomen.

Deel:
Categoriën: Musea, Romeinse Keizerrijk
Juba (Louvre, Parijs)

Curio in Africa

21 juli 2021

In het eerste stukje schreef ik dat Gaius Scribonius Curio in de zomer van 49 v.Chr. Sicilië verzekerde voor Caesar. Daarna stak hij over naar Afrika met vijfhonderd Gallische ruiters en het Vijftiende en het Zestiende Legioen, twee eenheden die in 53 v.Chr. waren gelicht toen Rome ook het door Ambiorix verslagen Veertiende moest vernieuwen. Het Vijftiende was in Italië gebleven om deel te nemen aan Crassus’ expeditie tegen de Parthen en was meteen naar Caesar overgelopen toen deze de Rubico was overgestoken; over eerdere avonturen van het Zestiende weten we niets. Veel gevechtservaring lijken de mannen echter niet te hebben gehad.

Schermutselingen

Curio landde bij Kaap Bon en rukte in slechts drie dagen op door het achterland van het verwoeste Karthago tot hij aankwam bij de rivier de Medjerda, waar zijn tegenstander op hem wachtte: Publius Attius Varus. Hij verdedige Utica, de hoofdstad van de provincie Africa.

Deel:
Categoriën: Romeinse Republiek
Portret van een Romein (eerste eeuw v.Chr.; British Museum)

Curio in Italië

21 juli 2021

Als ik u zeg dat het 20 augustus was, als ik toevoeg dat het was in het jaar waarin Marcellus en Lentulus consuls van Rome waren, en als ik dat omreken naar 20 juli 49 v.Chr. op onze kalender, dan weet u dat u bent beland in een nieuwe aflevering van de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag gisteren 2069 jaar geleden?” Het antwoord is dat we dat niet weten maar dat het de dag was waarop Curio om het leven kwam.

Caesars kolonel

We zijn Gaius Scribonius Curio al een paar keer tegengekomen. Kort nadat Caesar de Rubico was overgetrokken, had hij Curio uitgestuurd naar Gubbio, waar het garnizoen van Senaatstroepen de strijd niet aandurfde en deserteerde. Enkele weken later, toen Caesar in Rome was aangekomen en enkele bestuursmaatregelen nam, wees hij Curio aan als nieuwe gouverneur van Sicilië. Zoals gezegd was het eiland van groot belang, omdat hier een groot deel van het graan van de stad Rome vandaan kwam.

Deel:
Categoriën: Romeinse Republiek
Romeinse villa aan zee; wandschildering uit Stabiae

De laatste dagen van Plinius de Oudere

20 juli 2021

Laten we eerlijk zijn: archeologen zéggen dat ze heel goed zonder teksten kunnen – zeker Lewis Binford was op dit punt vrij expliciet – maar in de praktijk vinden ze het altijd leuk als ze iets vinden waarop een tekst valt los te laten. Nederlandse en Vlaamse archeologen zijn in dit opzicht overigens vrij gematigd. Toen ze onlangs bij Valkenburg (ZH) een Romeinse legioenskamp vonden, hadden ze kunnen roeptoeteren dat ze de plek hadden opgegraven waarvandaan Caligula zijn legionairs naar het strand had laten marcheren om schelpen te zoeken, maar voor zover ik weet hebben ze die claim, die niet eens zó gek zou zijn, niet gedaan. Elders gaan echter alle remmen los.

Dat is anders in Israël, waar archeologen elke vondst met de Bijbel in verband brengen, of in Italië, waar ze een algemeen principe hanteren dat er alleen maar dingen in de grond zitten die ook staan vermeld in geschreven bronnen. Twee voorbeelden daarvan hebben te maken met de Romeinse admiraal en encyclopedist Plinius de Oudere, wiens schedel zou zijn gevonden terwijl ook een van zijn manschappen zou zijn opgegraven. De vondsten hebben echter evenveel te maken met Plinius als sokken met computers, of kunst met Marc Chagall, of een boek met een stoomlocomotief.

Deel:
Fausta

Fausta

18 juli 2021

Over Trier heb ik al eens eerder geschreven: oppidum van de stam der Treveri, legioenkamp uit de tijd van Caesar, een Romeins fort op de Petriberg, brug over de Moezel, voornaamste nederzetting van een belangrijke Romeinse gemeente, residentie van de Gallische keizer Victorinus en van de Romeinse heerser Constantijn de Grote, ballingsoord van Athanasios van Alexandrië, woonplaats van de jonge Ambrosius, hoofdstad van Arbogast de Jongere, middeleeuwse bisschopsstad. De stad ook van Karl Marx, waar de plaatselijke krant al sinds jaar en dag de Trierische Volksfreund heet (zie ook onder Marat, Jean-Paul) en het lokale bier reclame maakt met “Das Bier von Trier”.

Twee oudheidkundige musea: het grote en wat onoverzichtelijke Rheinisches Landesmuseum, waar vondsten uit de wijde omgeving zijn te zien, en het Museum am Dom, dat voorwerpen toont die zijn opgegraven rond de grote kerk. Die gaan terug tot de Oudheid, toen in dit deel van de stad enkele prachtige huizen stonden, die ten tijde van Constantijn werden geïntegreerd in het keizerlijk paleis. (U kunt de basiliek die daar deel van uitmaakte, kennen, want het is een van de bekendste monumenten van Trier.)

Deel:
Categoriën: Romeinse Keizerrijk
Dobbeltoren (Rheinisches Landesmuseum, Bonn)

Teerlingen werpen

16 juli 2021

Vorig jaar publiceerde Vincent Hunink zijn vertaling van de boeken 13 en 14 van Martialis, Feest in het oude Rome, waarvoor ik de beeldredactie verzorgde. In deze boeken wijdt de dichter gedichtjes aan allerlei hapjes en cadeautjes zoals de Romeinen die aan elkaar gaven tijdens het feest van Saturnus. Een van de gedichtjes was gewijd aan een turricula, een “torentje”. Dat was een instrument waarmee mensen eerlijk konden dobbelen. In het gedichtjes is de dobbeltoren aan het woord.

Een slinkse hand gooit kootjes graag zoals hij zelf heeft voorgekookt. Maar lukt dat metterdaad met mij? Dan heeft hij puur geluk.

Deel:
Categoriën: Romeinse Keizerrijk
Trajanus als stuurman

Trajanus, de grote roerganger

15 juli 2021

Voor de collega’s van Historizon begeleid ik deze week een reis door het Rijnland. We bezochten de gereconstrueerde Romeinse stad Xanten, de Germanen-expositie in het Landesmuseum in Bonn (aanrader!) en het Romeinse fort Saalburg. Gisteren, de dag waarop de Mainzer Beobachter jubileerde, waren we stomtoevallig in Mainz, waar we onder andere het scheepvaartmuseum en de Isistempel bezochten.

Hoewel enkele mensen in de groep de gebrandschilderde ramen van Marc Chagall wilden zien, ondanks mijn verzekering dat die in Keulen waren, was het leuk terug te zijn in deze stad, waar ik rond 2003 ooit bij toeval belandde en waarvoor ik altijd een zwak heb gehad. Later deze week bezoeken we in Belginum en Mehring locaties van het Romeinse platteland, en via de keizerlijke hoofdstad Trier en de mooie Romeinenexpositie in Tongeren keren we naar Nederland terug, als dat niet in de tussentijd is weggespoeld.

Deel: