Re-enactors in de uitrusting van soldaten uit de tijd van Caesar

Het beleg van Marseille begint

6 april 2021

Als ik u zeg dat het de vierde dag was van mei, als ik toevoeg dat het was in het jaar waarin Marcellus en Lentulus consuls van Rome waren, en als ik dat omreken naar 4 april 49 v.Chr. op onze kalender, dan weet u dat u bent beland in een nieuwe aflevering van de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag eergisteren 2069 jaar geleden?”

Antwoord: hij begon met de belegering van Marseille. Zoals ik in de eerdere afleveringen vertelde, had hij vrij snel Italië onderworpen. De Senaat en zijn generaal Pompeius waren naar Griekenland gevlucht, Caesar had de Lex Roscia laten aannemen die hem toestond mensen uit de provincie tot Romeins burger te maken en als legionairs te rekruteren, en was daarop naar het westen gegaan, waar Pompeius troepen had liggen. Zij het zonder generaal, want die was met een groot aantal senatoren in Griekenland.

Deel:
Categoriën: Romeinse Republiek
Caesar (Nationaal Museum, Napels)

Caesar in Marseille

23 maart 2021

Als ik u zeg dat het de negentiende april was, als ik toevoeg dat het was in het jaar waarin Marcellus en Lentulus consuls van Rome waren, en als ik dat omreken naar 21 maart 49 v.Chr. op onze kalender, dan weet u dat u bent beland in een nieuwe aflevering van de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag eergisteren 2069 jaar geleden?”

Het antwoord op die vraag is dat hij in Marseille aankwam. De situatie was simpel: hij had sinds eind december (onze kalender) Italië onder de voet gelopen, hij had ervoor gezorgd dat hij legaal meer soldaten kon rekruteren dan zijn tegenstanders en hij had zich geholpen aan het edelmetaal uit de staatsschatkist. Nu was hij op weg naar het Iberische Schiereiland, waar enkele legioenen lagen die trouw waren aan de Senaat en zijn generaal Pompeius. Voordat Caesar Pompeius in Griekenland kon aanvallen, wilde hij de troepen in het westen hebben uitgeschakeld. Op weg naar Spanje bereikte Caesar Marseille, of Massilia, zoals het destijds heette. Hij vond de poorten gesloten.

Deel:
Categoriën: Romeinse Republiek

Quis est? Hestiaios Pontikos, de man die de zon nooit zag op- of ondergaan

16 maart 2021

“De man die de zon nooit zag op- of ondergaan” is niet de titel van een roman, noch het verhaal van een gevangene, maar wel een uitspraak die een Hellenistische geleerde vol trots over zichzelf deed. Hij bedoelde hiermee dat hij geen tijd had om het op- en ondergaan van de zon te bewonderen, omdat hij zich de hele tijd aan zijn studie wijdde. Wie was hij?

Wel, het antwoord is eerder tragikomisch: onze man was een Hellenistische geleerde die ondanks al zijn wetenschappelijke inspanningen bijna volledig onbekend is gebleven, zowel in de Oudheid als bij moderne geleerden. Als hij recentelijk dan al eens vermeld werd, was het, zoals we zullen zien, enkel om de spot met hem te drijven. De naam van deze onfortuinlijke geleerde is Hestiaios Pontikos. Als je je nu afvraagt wie dit in godsnaam is, wees dan niet ongerust en ga de man niet opzoeken op Wikipedia of in een of andere wetenschappelijke encyclopedie, want dat zou vergeefse moeite zijn. Hestiaios is immers volledig afwezig in de moderne literatuur over de Oudheid, zelfs in de monumentale Paulys Realencyclopädie der classischen Altertumswissenschaft.

Deel:
Categoriën: Hellenisme
Caesar (Palazzo Altemps, Rome)

Caesar in Rome: de “Rechtsfrage”

3 maart 2021

Ik liet u gisteren achter met de Senaatsvergadering die Marcus Antonius buiten de stad Rome had georganiseerd op de kalenden van april van het jaar waarin Marcellus en Lentulus consuls waren – 3 maart 49 v.Chr. op onze kalender, vandaag 2069 jaar geleden. In zijn Burgeroorlog 1.32 beschrijft Caesar de toespraak die hij bij die gelegenheid zou hebben gehouden. Daarin vertelt hij wat zijn beweegredenen waren geweest om de Tweede Burgeroorlog te ontketenen.

Uiteraard zijn de volgende woorden te lezen in de context van zijn propagandistische geschiedwerk, maar het zou een samenvatting kunnen zijn van wat op de dag feitelijk is gezegd. De vertaling is van de onlangs overleden classica Hetty van Rooijen.

Deel:
Categoriën: Romeinse Republiek
Senatoren (kopie van de Ara Pacis, Vaticaanse Musea, Rome)

Caesar in Rome

2 maart 2021

Het was 31 maart in het jaar waarin Marcellus en Lentulus consuls van Rome waren – 2 maart 49 v.Chr. op onze kalender, vandaag 2069 jaar geleden. Maar de consuls waren niet in Rome, ze waren gevlucht. Toen Julius Caesar de Rubico was overgetrokken en er geen steun bleek te zijn voor de officiële vertegenwoordigers van de republiek, waren ze eerst naar het zuiden van Italië getrokken en vervolgens de Adriatische Zee overgestoken. Caesar had ze achtervolgd, had niet kunnen vermijden dat ze ontsnapten, had legers gerekruteerd en had door middel van de Lex Roscia de verdere rekruteringsbasis verbreed. Sinds 14 november 50, de dag waarop hij de Rubico was overgestoken, had de veroveraar van Gallië ongeveer 1500 km afgelegd.

Terug in Rome

En nu, op onze tweede maart, kwam hij over de Via Appia aan in Rome. Tien jaar daarvoor was hij voor het laatst in de stad geweest, als consul; sindsdien had hij Gallië veroverd en een deel van de daar verworven buit bestemd om het stadscentrum van Rome te renoveren. Naast het Forum Romanum had hij voor 600 miljoen sestertiën de grond gekocht om een tweede forum te bouwen. De stad waar hij aankwam, was zo een andere dan de stad die hij had verlaten. Ook hijzelf was veranderd. Hij was niet langer een oud-consul die blij mocht wezen zijn loopbaan te mogen voortzetten in een redelijk belangrijke provincie. Hij commandeerde een groot, getraind leger.

Deel:
Categoriën: Italië, Romeinse Republiek

Caesar verovert Corfinium

22 januari 2021

In de nacht van 16 op 17 december 50 v.Chr. (11/12 januari volgens de Romeinse kalender), was Julius Caesar Italië binnengevallen door de Rubico over te trekken. Dat was het begin van de Tweede Burgeroorlog. Hij was namelijk gouverneur van wat ik gemakshalve even zal aanduiden als Gallië en de Povlakte, en door met een leger zijn provincie te verlaten, was hij formeel in opstand tegen de Senaat.

Ik wijdde er al een stukje aan en beschreef in een tweede stukje hoe Caesar langs de Adriatische kust oprukte naar het zuidoosten, terwijl zijn kolonel Marcus Antonius de Apennijnen overtrok richting Umbrië. Met de inname van Arezzo stelde hij Caesars aanvoerlijnen vanuit Gallië veilig. Ondertussen evacueerden de consuls en hun generaal Pompeius, die hun macht zagen afbrokkelen, de hoofdstad. Alleen in het zuiden konden ze nog soldaten rekruteren. Ik was in deze reeks gekomen tot Caesars inname van Ascoli op 8 januari (5 februari op de Romeinse kalender). Wat gebeurde er in de daarop volgende weken?

Deel:
Categoriën: Romeinse Republiek

Caesar in Picenum

28 december 2020

In de nacht van 11 op 12 januari van het jaar waarin Marcellus en Lentulus het consulaat bekleedden of, zoals wij zouden zeggen, in de nacht van 16 op 17 december 50 v.Chr., was Julius Caesar met het Dertiende Legioen de Rubico overgetrokken. Dit was een oorlogshandeling: hij was gouverneur van Gallia, waartoe de Povlakte behoorde, en viel nu met leger en al Italië binnen. Caesar was nu officieel in opstand tegen de Senaat. De reden (en het probleem van een datum vóór de invoering van de juliaanse kalender) heb ik in een eerder stukje behandeld; vandaag het eerste vervolg.

In een ongekend hoog tempo rukte Caesar op langs de Adriatische kust. Rimini was het eerste doelwit en viel zonder noemenswaardige gevechten. Daarna volgden Pesaro, Fano, Ancona en de iets verderop gelegen regio die Picenum heette. De realiteit van de burgeroorlog was voor iedereen zichtbaar; senatoren herinnerden elkaar aan Caesars meedogenloze optreden in Gallië. De brieven van Cicero zijn inktzwart. Er was dan ook reden tot pessimisme. In de vorige burgeroorlog had Sulla, toen hij Rome had bezet, een waar bloedbad aangericht onder zijn tegenstanders. Dat hing nu weer in de lucht.

Deel:
Categoriën: Romeinse Republiek

Caesar aan de Rubico

17 december 2020

De meeste antieke volken hadden een kalender van twaalf manen die nu eens 29 en dan weer 30 dagen duurden. Dat zou in principe een jaar van 354 dagen opleveren, waardoor het begin van jaar steeds een dag of elf opschoof ten opzichte van de seizoenen, ongeveer zoals de hedendaagse islamitische kalender. Door in een cyclus van negentien jaar zeven extra manen toe te voegen, bleef deze kalender redelijk in lijn met de seizoenen. Door eens in de vier cycli een dag weg te laten, ging het zelfs perfect. U leest er hier meer over.

Was het aankondigen van de schrikkelmaan lange tijd het privilege van de koning van Assyrië of – later Babylonië – geweest, vanaf de late zesde eeuw gebeurde het volgens de hierboven beschreven procedure. De reden is dat er, sinds de Perzen Babylon hadden veroverd, geen Babylonische koning meer was. De met astronomie belaste priesters, de zogenaamde chaldeeën, zagen er vanaf toen op toe dat de juiste procedure gevolgd bleef worden. Toen Alexander Babylon veroverde, zorgde hij ervoor dat de vier-cycli-min-één-dag-regels in de hele wereld bekend werden.

Deel:
Categoriën: Romeinse Republiek
Augustus

Vulkanen, burgeroorlogen en macht

15 november 2020

Misschien heeft u het in De Volkskrant gelezen: een vulkaanuitbarsting kan een factor zijn geweest in de enorme bestuurlijke crisis in het Romeinse Rijk na de dood van Julius Caesar. Het originele artikel vindt u hier. Cor Speksnijder vat samen:

Historici dachten al langer dat een vulkaan de oorzaak was van de ongewone klimatologische omstandigheden die worden vermeld in oude schriftelijke bronnen, maar wisten niet zeker waar of wanneer die uitbarsting zich zou hebben voorgedaan. Een internationaal onderzoeksteam … ziet een verband tussen de klimaatomslag in het Middellandse-Zeegebied en een uitbarsting van de Okmok-vulkaan in Alaska, die zich voordeed in 43 v. Chr. De groep trekt die conclusie na analyse van ijskernen die zijn geboord in Groenland en Rusland.

Deel:
De opgraving van Hermeskeil in de regen.

Hermeskeil

13 november 2020

Op een regenachtige dag in 2017 bezocht ik Hermeskeil, waar een opgraving plaatsvond die de archeologie als wetenschap verder zou kunnen brengen. Ik heb de problematiek al vaker behandeld: het staat vast dat Julius Caesar iets heeft veroverd dat hij Gallië noemde, maar we weten niet wat hij precies onderwierp. Al in de negentiende eeuw hebben archeologen – ze werden gefinancierd door Napoleon III – versterkingen uit het midden van de eerste eeuw v.Chr. gevonden, maar alles wat ze vonden lag ten zuiden van de Seine.

En dat terwijl Romeinse forten, zelfs als het gaat om die voor kleine eenheden, niet echt moeilijk terug te vinden zijn. De opgraver van het kleine fort bij Maldegem, Hugo Thoen, was verbaasd dat in Gallia Belgica in een kleine anderhalve eeuw niet één van Caesars enorme legioenbases was geïdentificeerd. Daarmee bepaalde Thoen de parameters van de discussie: was Caesars rapport van zijn noordelijkste veroveringen geen bluf?

Deel: