Šešonq (SIsak) in Karnak, omringd door de namen van de veroverde steden (© Wikimedia Commons | gebruiker Olaf Tausch)

Sisak

3 september 2021

Tijd voor weer een stukje over het handboek van De Blois en Van der Spek, Een kennismaking met de oude wereld. Zoals u weet zijn handboeken alleen maar een basis voor het echte onderwijs. In de colleges leert de student dat het niet zo is als de handboekstof, of dat het genuanceerder ligt, of dat het volslagen raaskalderij is, of de onverwachte bevestiging van het tegendeel, dat precies datgene is waarover de docent een grundlegende studie heeft gepubliceerd. Whatever. Vandaag een zinnetje dat mooi illustreert dat een handboek niet bedoeld is als meest complete behandeling.

De situatie: door de Zeevolken-crisis is het Bronstijdsysteem in elkaar gestort. Het gaat overal wat minder maar in sommige gebieden blijven orde & gezag & schrijfcultuur bestaan. Egypte is na de ondergang van de Twintigste Dynastie weliswaar verdeeld geraakt, en Libische potentaten nemen de macht over, maar ook in de “Derde Tussentijd” bestaat nog wel enig legitiem gezag. De koningen van de Eenentwintigste en Tweeëntwintigste Dynastie zijn zeker geen schlemielen. Dat bewijst bijvoorbeeld Šešonq I, die regeerde van 945 tot 924 v.Chr.

Deel:
Categoriën: Egypte, Jodendom

Mohammeds nachtreis en hemelvaart

13 mei 2021

Hemelvaarten hoorden erbij in de Oudheid. Henoch, Mozes, Elia, Jesaja, Jezus, Paulus en nog anderen, ook in Perzië, zijn ten hemel gevaren. Mohammed kon natuurlijk niet achterblijven. De kern van het verhaal over zijn hemelvaart wordt door hemzelf verteld, dus betrouwbaarder kan niet. De gelovigen verwerven daardoor aanvullende kennis van het paradijs en de hel; de koran gaf daarover slechts beperkt informatie. Mohammeds hemelvaart staat in een lange traditie, maar zou later het uitgangspunt voor een nieuwe reeks hemel- en hellevaarten worden, de mi‘rādj-litteratuur (Ma‘arrī, Libro della Scala, Dante e.a.). Hieronder volgt het verhaal van Ibn Ishāq (704–767) in vertaling:

Deel:
Categoriën: Arabië, Islam
In de Grafbasiliek

De Grafbasiliek in Jeruzalem

4 april 2021

Zoals beloofd een stukje over de Grafbasiliek in Jeruzalem. Ik lees momenteel From the Passion to the Church of the Holy Sepulcher door de Amerikaanse nieuwtestamenticus Jordan J. Ryan. De ondertitel is in al zijn onaantrekkelijkheid stukken verhelderender: Memories of Jesus in Place, Pilgrimage, and Early Holy Sites of the First Three Centuries. De drie eeuwen ná Christus natuurlijk. En het gaat er dus om op welke plaatsen en hoe de mensen Jezus herdachten vóór het christendom in de vierde eeuw institutioneel vorm kreeg.

Het probleem

De kwestie is deze. Er waren allerlei joodse halachische stromingen die zichzelf opnieuw moesten uitvinden toen de Romeinen in 70 n.Chr. een einde maakten aan de eredienst in de tempel. Het was Stunde Null, alles moest opnieuw beginnen en na enkele eeuwen waren twee nieuwe godsdiensten ontstaan: het rabbijnse jodendom en het christendom. Beide kregen hun voor ons herkenbare vorm dus in de Late Oudheid, ruwweg op het moment waarop ook de schrijfcultuur veranderde: papyrus werd ingeruild voor perkament. Kostbaar als dat was schreef men alleen het noodzakelijke over en dat waren dus de teksten die naar de mening van de mensen uit de vierde, vijfde eeuw geïnspireerd waren. De rest ging onherroepelijk verloren.

Deel:
Categoriën: Christendom
Moabitisch beeldje

Moses Shapira en de Moabitische beeldjes

13 maart 2021

Vervalsingen volgen de oudheidkunde als een schaduw. Ik heb al weleens beschreven hoe het vak in feite is ontstaan doordat een vijftiende-eeuwse vervalser zó succesvol was dat mensen wel nadenken móesten over de vraag wat echt was en onecht. Dat was in de tijd van de Renaissance en is in onze tijd nog altijd zo, dus het zal in de tussenliggende eeuwen ook wel zo zijn geweest . En inderdaad: vandaag een geval uit de negentiende eeuw. Meer in het bijzonder: uit 1872. Schliemann was nog maar net begonnen met de opgravingen in Troje, de archeologie was nog een ontluikende wetenschap.

Moabitische beeldjes

In Jeruzalem woonde Moses Shapira, Pools van afkomst en Duits door naturalisatie, die rariteiten – liefst antiek of op een andere manier te verbinden aan het verhaal van de Bijbel – inkocht en doorverkocht aan pelgrims en andere bezoekers. Als het ging om oudheden was daarvoor een vergunning nodig, want de sultan had in 1869 regels gesteld. Shapira had die papieren en wist wat hij aankocht. En hij wist eveneens wat hij doorverkocht en wat dat waard was. Wetenschappers in Jeruzalem kenden de tweede ruimte achter zijn winkel, waar de meest waardevolle spullen stonden.

Deel:
Categoriën: Jodendom, Levant