Een scherf van een vaas, beschilderd door de Sarpedon-schilder, uit de collectie van het Allard Pierson.

De dwarse meningen van Hemelrijk

19 maart 2021

Om een dreigend misverstand weg te nemen: er zijn twee Amsterdamse professoren Hemelrijk, een jongere die tegenwoordig oude geschiedenis doceert en een oudere, kunsthistoricus van huis uit, die ook directeur was van het Allard Pierson-museum. Na zijn emeritaat schreef hij een stuk of zestig stukken over de Griekse kunstgeschiedenis in Amphora, het sympathieke tijdschrift van de Vrienden van het Gymnasium; die bundelde hij in 2009 en 2014 in twee boeken, Makron en zijn makkers. Fijne lectuur.

Dwarse meningen

Al was het maar omdat de oude Hemelrijk af en toe lekker dwars kon zijn. Zo vertelt hij met smaak over de wijze waarop de georganiseerde misdaad in Italië Etruskische graven plunderde en het spul vervolgens verkocht aan buitenlandse musea, zoals het Metropolitan Museum in New York en het Getty-museum in Malibu. Die zorgden voor wetenschappelijke uitgaven die, zo schrijft Hemelrijk, de wetenschap van de kunstgeschiedenis verder brachten. De politie rolde het netwerk echter op en dus gingen de voorwerpen terug naar Italië. Maar de Italianen, die zorgden niet voor goede publicaties. Hemelrijk was niet blij

Deel:
Categoriën: Etrurië, Griekenland, Musea
Gevechtsscène uit Paestum

De oorsprong van de gladiatorengevechten

25 februari 2021

Bijna iedereen heeft wel een idee van wat gladiatoren waren: Romeinse strijders die in arena’s als het Colosseum vochten om de bevolking te vermaken. Die kennis is meestal opgedaan in stripboeken als Asterix, Hollywoodfilms of tv-series. Daardoor zingen veel misvattingen rond over gladiatoren.

Oorsprong van de gladiatorengevechten

De Romeinen zelf dachten dat de gladiatorenspelen afkomstig waren uit Etrurië. De vierde-eeuwse schrijver Athenaios, die in zijn Deipnosophistai (“geleerde mensen aan tafel”) allerlei fragmenten van eerdere auteurs citeert, haalt Nikolaas van Damascus aan, die in de eerste eeuw v. Chr. had geschreven dat de Romeinen hun traditie van gladiatorengevechten van de Etrusken hadden overgenomen. Inderdaad is het  woord lanista voor de manager van een gladiatorenschool ontleend aan de Etruskische taal. Het betekent beul. Ook de figuur van Charon, die de dode noxii (“veroordeelden”) wegsleept uit de arena, is van Etruskische oorsprong.

Deel:

Fundamenten in Fundi

21 februari 2021

De Romeinse civitas deed ik niet aan toen ik een paar jaren geleden in de buurt kwam, in kustplaatsen als Monte Circeo, Terracina, Sperlonga en Gaeta. In Fundi vond men onlangs wat resten van een amfitheater. En een civitas met zo’n bouwwerk moet toch wel iéts zijn geweest. In 312 v.C. werd de plek een etappe op de Via Appia, in 188 v.C. een civitas met stemrecht, zegt Livius (XXXVIII.36.7-9). Nog beter klinkt het als je weet dat de stad verbonden is met een grand cru: de Caecubum, waarbij Horatius en Martialis lyrisch werden. Horatius, Carmina I.20: ‘Caecubum et prelo domitam Caleno / tu bibes uvam – Drink bij u Caecubiër, een druivennat uit Caleense persen.’ (Paul Claes, 2015) Frans van Dooren (1996) vertaalt de grand cru’s bij Martialis, Epigrammen I.26 veralgemenend: ‘Massica solus habes et Opimi Caecuba solus – je oude flessen wijn heb je alleen.’ Maar ik betwijfel of Martialis die Caecubum wel zelf heeft geproefd. Want in zijn wijnboek (boek 14 van Naturalis historia) betreurt de iets oudere Plinius Maior de teloorgang van de Caecubiër bij gebrek aan zorg én aan ruimte door Nero’s plannen voor een kanaal tussen Baiae en Ostia (XIV.61). Bij de eerstvolgende gelegenheid wil ik in de vlakte van Fondi een glas drinken, Caecubiër of niet.

Foto boven: LatinaToday (detail)

Deel:
Categoriën: Romeinse Keizerrijk
Tags: ,
De Ludovisi-troon

De aardse en goddelijke vrouwen van Locri Epizephyrii (2)

25 januari 2021

Rond de achtste eeuw voor Christus begaven reislustige Grieken zich, zoals we gisteren zagen, richting het zuiden van Italië waar zij koloniën stichtten in het gebied dat later door de Romeinen Magna Graecia zou worden genoemd. Een van de vijf grootse koloniën was Locri Epizephyrii waar ‘de meest befaamde tempel’ van Italië zich bevond en gewijd was aan de godin Persephone. Er was echter nog een andere godin die hier een bijzondere status genoot, namelijk Aphrodite. Circa 700 kilometer van Locri vandaan werd er in 1887 een bijzondere vondst gedaan die aan haar tempel in Locri wordt gelinkt: de Ludovisi-troon.

Persephone en haar pinakes

De vorige keer in De aardse en goddelijke vrouwen van Locri Epizephyrii, heb ik kort de stichting van de Griekse kolonie Locri Epizephyrii in de Italiaanse provincie Calabrië uitgelicht. In deze onafhankelijke stad (apoikia) speelden vrouwen ogenschijnlijk een belangrijke rol hetgeen tot uiting komt in bijvoorbeeld een van de stichtingslegende van de stad zoals overgeleverd door Polybios (Historiën, XII.5). Deze Griekse historicus vertelt hoe hij van de Locriërs zelf heeft vernomen hoe de vrouwen uit Lokris (van het Griekse vasteland) naar Zuid-Italië vluchtten, samen met hun slaven, en hier de stad Locri stichtten waar de nobele families der “Honderd huizen” voortleefden via de matrilineaire lijn.

Deel:
Categoriën: Griekenland, Italië
Pinax uit Locri met daarop afgebeeld de Ontvoering van Persephone (© Wikimedia Commons, user Sailko) 

De aardse en goddelijke vrouwen van Locri Epizephyrii (1)

24 januari 2021

In 2007 studeerde ik af aan de Vrije Universiteit van Amsterdam voor de opleiding Oudheidkunde. Voor mijn scriptie deed ik onderzoek naar verschillende Griekse steden, waaronder enkele Griekse koloniën die in het zuiden van Italië (Magna Graecia) waren gesticht. De focus lag hierbij op de beoefende religie in deze onafhankelijke steden (apoikiai) in de zesde en vijfde eeuw voor Christus. Een van de vijf grootste steden van “Groot-Griekenland” was Locri Epizephyrii, gelegen in Calabrië. In deze stad genoten vrouwen een bijzondere status, zo blijkt uit diverse archeologische vondsten die hier werden gedaan begin twintigste eeuw, maar ook uit overleveringen van antieke schrijvers zoals Strabo.

Griekse kolonisten in Zuid-Italië

Zo rond de achtste eeuw voor Christus begaven reislustige Grieken uit moederland zich naar het zuiden van Italië waar zij onafhankelijke steden (apoikiai) stichtten. Het gebied waar zij zich settelden werd door de Romeinen Magna Graecia genoemd, oftewel “Groot Griekenland” en omvat – grofweg – de provincies Campanië, Apulië, Basilicata, Calabrië en tevens ook Sicilië. Enkele bekende apoikiai van Magna Graecia zijn Syracuse, Cumae, Poseidonia, Croton, Rhegium en Tarente.

Deel:
Categoriën: Griekenland, Italië

Naar de opera in het Colosseum

17 januari 2021

Het Colosseum te Rome is altijd één van mijn favoriete monumenten geweest. Telkens als ik er kom, loop ik er eens binnen, de geschiedenis opsnuiven. Vanop één van de bovenverdiepingen heb je een schitterend zicht op de triomfboog van Constantijn en de tempel van Venus en Roma waarlangs de Romeinen eertijds over de Via Sacra richting de boog van Titus en het Forum Romanum wandelden. Tegenwoordig is de publieke ruimte rond het reusachtige amfitheater iedere mooie zondag een favoriete verzamelplaats voor talrijke Romeinen en Romeinsen die er zelf graag een gezellige namiddag doorbrengen. Het is er steeds een grote drukte. Het Ministeri per i beni e le attività culturali et per il turismo laat nu weten dat minister Dario Franceschini de arena grondig wil aanpakken om zo het Colosseum nog aantrekkelijker te maken voor bezoekers en cultuurevenementen (Lees hier).

Ondertussen krijgt de Ludus Magnus, de gladiatorenkazerne die in de schaduw van het Colosseum ligt, echter nauwelijks aandacht. De restanten, die gedeeltelijk werden opgegraven maar toch de structuur duidelijk weergeven, liggen er wat desolaat bij. De inauguratie van het reusachtige Flavisch amfitheater in 80 n.C. ging uiteraard gepaard met schitterende gladiatorenspektakels. Het was het grootste ter wereld en de spelen bij de opening duurden maar liefst 100 dagen. Ter gelegenheid van de inhuldiging door keizer Titus in 80 n.C. schreef Martialis een reeks gedichten, nu bekend als het Liber Spectaculorum. In dit bundeltje, schets de auteur op scherpe en treffende wijze de typisch Romeinse mentaliteit. De inspiratie moest hij uiteraard niet ver zoeken. Tijdens de regering van keizer Traianus trad hier ook een Tunger in het strijdperk, namelijk een zekere M. Ulpius Felix. Hij was een mirmillo, beroemd wegens het spektakel dat hij bracht met zware en brute gevechten. Zijn mooie grafurne wordt tegenwoordig bewaard in de Galeria Colonna. De laatst bekende voorstelling in het Colosseum werd gehouden in 523.

Deel:
Categoriën: Romeinse Keizerrijk

Geliefd boek: De held van Temesa

8 januari 2021

Het is bijna ondoenlijk om uit de tweeënvijftig romans die Simon Vestdijk (1898-1971), de man die volgens Roland Holst “sneller schrijft dan God kan lezen”, en waarvan er zevenentwintig in mijn boekenkast terecht zijn gekomen, er één favoriet uit de kiezen. Na een dag strepen in een longlist hield ik deze titel over: De held van Temesa (1962), waarvan hierbij de kaft van de eerste druk. Dit boek is naast Aktaion onder de sterren en De verminkte Apollo de derde en laatste van de ‘Griekse romans’ van Vestdijk en is gebaseerd op historische en mythische gegevens.

De Griekse stad Temesa, later genoemd Tempsa, heeft echt bestaan, al lag het niet in het huidige Griekenland maar in het in die tijd door de Grieken gekoloniseerde deel van Italië. De stad wordt genoemd o.a. door Homeros, Strabo en de geograaf Pausanias (ca 115-180 n.Chr.). De toenmalige ligging is tot op heden niet achterhaald, maar de stad moet aan de Tyrreense Zee gelegen hebben, het deel van de Middellandse Zee dat ingeklemd wordt door de zuidkust van de laars van Italië en de eilanden Sicilië, Corsica en Sardinië.

Deel:
Categoriën: Boek, Griekenland, Italië
Efedrismos (Allard Pierson-museum, Amsterdam)

Efedrismos

31 december 2020

Nu we anderhalve meter afstand moeten houden, nauwelijks kunnen reizen en niet naar musea kunnen, geef ik u wat u niet krijgen kunt: twee dames uit het verre Griekenland in een museum, en ze houden zeker geen anderhalve meter afstand.

Ze spelen efedrismos, een spelletje dat een beetje lijkt op pétanque in de zin dat er eerst een kleine bal of steen werd weggeworpen en dat de spelers die vervolgens met een steentje of een bal moesten zien te raken. Daarna moest de verliezer de winnaar op de rug nemen en naar de doelsteen dragen.

Deel:
Categoriën: Hellenisme, Musea

De jongeling van Motya

30 december 2020

Helemaal in het westen van Sicilië ligt, tussen Marsala en Trapani, een enorme lagune. Middenin ligt een eilandje, ongeveer twee vierkante kilometer groot, waarop een Fenicische stad ligt. Die is aan het begin van de vierde eeuw v.Chr. door een leger uit Syracuse verwoest, waarna de bewoners zich vestigden in Marsala en Trapani als haven inrichtten. Lange tijd was Motya, zoals het eilandje heet, de enige Fenicische stad die was opgegraven; later is daar Kerkouane in Tunesië bij gekomen.

De eerste archeoloog op Motya was overigens Heinrich Schliemann, die het er snel had bekeken. De feitelijke opgraver is Joseph Whitaker (1850-1936), wiens villa nu een museum is. Een naar hem genoemde stichting graaft er, als ik het wel heb, nog altijd. In elk geval staat het bovenstaande, in 1979 gevonden, standbeeld in het Museum Giuseppe Whitaker. Ik ben er drie keer geweest; pas de laatste keer had het een eigen zaal. De hamvraag: wat stelt de “giovane di Motya” voor?

Deel: