Inscriptie met de naam van Ploutarchos, Delfi

Foto van de dag: Ploutarchos

8 juni 2021

Inscriptie met de naam van Ploutarchos, Delfi

[Meer foto’s hier.]

Deel:
Naqš-e Rustam, Graf van Darius I de Grote, bovenste reliëf

Het grafschrift van Darius de Grote

13 januari 2021

In Naqsh-e Rustam, niet al te ver van Persepolis, zijn vier koningsgraven uit de Achaimenidische tijd. Het derde is voorzien van een inscriptie, waardoor we de overledene kunnen identificeren als de Perzische vorst Darius I de Grote. In deze tekst legt hij uit wat zijn ambities en idealen zijn.

We moeten er niet teveel van maken: inscriptie DNa is geen allerpersoonlijkste expressie van een allerpersoonlijkse emotie. Het is eerder te zien als een vorstenspiegel, als een schets van de ideale heerser.

Deel:
Categoriën: Bron, Perzië
Joods grafschrift uit Hegra (Riyad, King Saud University Collection)

Onbekende Oudheid: inscripties in Arabië

9 december 2020

De laatste decennia zijn er tienduizenden pre-islamitische en vroegislamitische rotsinscripties op het Arabische schiereiland gevonden en voor een deel al uitgegeven. In tot dusver nog onbekende Semitische talen, in een verscheidenheid van alfabetten in verschillende stadie van ontwikkeling. Uitgaven van zulke inscripties zien er vaak nogal ontmoedigend uit; dat zal bij andere cultuurgebieden niet anders zijn. U kent ze misschien: veel tekstjes van één of anderhalf regeltje, veel puntje puntje puntje waar letters onduidelijk waren en tussen vierkante haken één of twee letters die de uitgever meende te kunnen aanvullen. In de tentatieve vertaling is dan bij voorbeeld te lezen dat X hier begraven ligt, of dat er iets gewijd wordt aan een bepaalde godheid.

Deel:
Categoriën: Arabië, Islam
Tags:
Mozaïek van een hond uit Hadrumetum (Museum van Sousse)

Een hond uit Lesbos

8 december 2020

Het project Inscriptiones Graecae, een uitgave van alle bekende Griekse inscripties, werd gestart in 1825 en loopt nog steeds. Er zijn nu 49 geografisch geordende delen klaar, maar het eind is nog niet in zicht. Logisch: er duiken nog altijd nieuwe inscripties op. De meeste delen van IG bestaan weer uit meerdere boeken, en de inscripties zijn allemaal genummerd. Een volledige verwijzing naar een inscriptie ziet er dus bijvoorbeeld zo uit: IG XII,2 458. In IG XII staan alle bekende inscripties van de eilanden in de Egeïsche Zee, behalve die van Delos. (Er zijn zoveel Delische inscripties dat daarvoor heel deel XI is gereserveerd.) En ‘onder-deel’ IG XII,2 beperkt zich dan weer tot de inscripties uit Lesbos en Tenedos (dat laatste eiland is het huidige Turkse Bozcaada).

Toevallig is IG XII,2 458 de inscriptie waarover ik het hier wil hebben. Hij is gevonden in Mytilene (het huidige Mitilíni), de hoofdstad van Lesbos. Maar wie hem inderdaad daar (of waar dan ook) aantreft, verdient een eervolle vermelding in de IG. Want IG XII,2 458 is al meer dan een half millennium spoorloos. Voor het laatst gezien omstreeks 1450 door Cyriacus van Ancona.

Deel:

Een interactief grafschrift in Pisa

6 december 2020

Op een steenworp afstand van de Toren van Pisa wordt een opmerkelijke, roerende Latijnse inscriptie bewaard. De grote marmeren plaat van ruim 2 meter breed en 1 meter hoog moet eens een flink grafmonument hebben getooid aan een doorgaande weg ergens in Toscane, voordat het via allerlei wisselingen van eigenaar terecht kwam op zijn huidige plek in de Campo Santo.

Het opschrift komt hoe dan ook niet uit Pisa zelf. Volgens een oude Romeinse wet mochten de stoffelijke resten van overledenen niet worden begraven in wat we nu de bebouwde kom zouden noemen. Als gevolg daarvan ontstonden er aan stedelijke uitvalswegen kilometerslange rijen grafmonumenten in allerlei soorten en maten. Wie tussen de steden der levenden reisde, kwam onvermijdelijk door deze lintvormige ‘dodensteden’ heen. Het hoeft ons dan ook niet te verbazen dat de weggebruiker (viator) in de opschriften niet zelden wordt aangesproken. Een sprekend voorbeeld is een grafschrift uit Umbrië waarin de reiziger een genadeloze spiegel krijgt voorgehouden (CIL 11.6243):

Deel:
Categoriën: Romeinse Keizerrijk
Inscriptie uit Lascuta (Louvre, Parijs)

Vrijgelaten slaven

21 november 2020

Een klein, bronzen plaatje dat in de buurt van Cádiz uit de grond kwam, wordt gezien als de oudste Latijnse inscriptie van Spanje. De inscriptie stamt uit 189 v. Chr, toen Lucius Aemilius Paulus praetor was in de Romeinse provincie Hispania. Hij was de zoon van de gelijknamige consul die omkwam bij de slag bij Cannae tegen Hannibal in de Tweede Punische oorlog tussen Rome en Carthago. In die tijd was een groot deel van Hispania nog in handen van de Carthagers. Aemilius junior zal dus zijn redenen hebben gehad om juist dit gebied goed onder controle te houden.

Romeinse geschiedschrijvers melden dat er veel opstanden waren. Spanje was verdeeld in verschillende stammen, die niet allemaal zaten te wachten op de Romeinse cultuur en gewoontes. Romeinse legerkampen werden regelmatig belaagd. Livius meldt dat Aemilius het aan de stok kreeg met de Lusitaniërs. Onderstaande inscriptie kan hiermee in verband staan. Misschien heeft Aemilius de stad Hasta Regia belegerd en een opstand van slaven gestimuleerd met Romeins burgerschap in het vooruitzicht? De ware toedracht blijft onduidelijk, maar de inscriptie had zo een inspiratiebron kunnen zijn voor een aflevering van Game of Thrones.

Deel:

Lex Spoletina

20 november 2020

In de provincie Umbrië zijn in de negentiende eeuw twee inscripties gevonden die nagenoeg hetzelfde zijn. Ze waren geplaatst in of bij de entree van een lucus, een stuk bos dat aan een god gewijd was. De inscriptie, ook wel bekend als Lex Spoletina, is voor Romeinse begrippen oud: waarschijnlijk is de steen geplaatst rond 241 v. Chr., toen het gebied een Romeinse kolonie werd. De tekst is Oudlatijn.

Onderstaande inscriptie bevindt zich nu in het archeologisch museum Sant’Agata in Spoleto, maar een kopie ervan is nog altijd te vinden in het bos.

Deel:
Etruskische dansers in het Graf van het Triclinium (Tarquinia)

De Akkerbroeders

20 november 2020

De volgende inscriptie is opgetekend in de derde eeuw na Christus, maar de Oudlatijnse tekst was zo onbegrijpelijk, dat de laaggeletterde steenhouwer waarschijnlijk geen idee had wat hij aan het beitelen was (tekstvariaties als pleores/ pleoris en semunis/ simunis vallen te verklaren als overschrijffouten). De tekst, een gezang of gebed, behoort misschien wel tot de oudste Latijnse teksten die ons zijn overgeleverd.

Hoewel het gebed kennelijk in de late oudheid nog werd opgezegd, moet de inhoud ervan voor een derde-eeuwse Romein geklonken hebben zoals wij de woorden van het Oudhollandse volkslied ‘Vier weverkens zag men ter botermarkt gaan’ ervaren. Het klinkt bekend, maar wat er precies mee bedoeld wordt, is even puzzelen. Het lied werd gezongen door de Fratres Arvales oftewel ‘de Akkerbroeders’, een groep van twaalf priesters, die volgens de legende ontstaan was in de tijd van Romulus en de beginjaren van de stad Rome. Ieder jaar, in mei, organiseerden de broeders een offerfestival ter ere van Dea Dia (een Romeinse variant van Demeter) om vruchtbaarheid over de geploegde akkers af te roepen. Dit lied werd waarschijnlijk gebruikt in de processie.

Deel: