Marcus (miniatuur van de Armeense miniaturist Momik; Noravank)

Het Geheime Evangelie van Marcus

28 april 2021

Als één ontdekking de titel “bizarste oudheidkundige vondst van de twintigste eeuw” moet krijgen, dan is het Geheime evangelie van Marcus een geschikte kandidaat. Deze tekst is uitsluitend bekend als citaat uit een brief van de vroeg-derde-eeuwse filosoof Clemens van Alexandrië aan een verder onbekende Theodoros. Die brief is verloren gegaan maar is in de achttiende eeuw in een Palestijns klooster overgeschreven op de laatste bladzijden van een zeventiende-eeuws boek. Dat is in 1958 gefotografeerd door de Amerikaanse oudheidkundige Morton Smith (1915-1991). Hij publiceerde de vondst in 1973. Het achttiende-eeuwse handschrift is voor het laatst gezien in 1983, toen ook nieuwe foto’s zijn gemaakt. Een poging in 2011 om het boek te traceren was succesvol maar op dat moment ontbraken de beschreven bladzijden. Hierdoor is een analyse van de inkt, die zou kunnen helpen bepalen of de tekst van de brief is geschreven in de achttiende eeuw, niet langer mogelijk.

Marcus in meervoud

De eerste, nog onbeantwoordbare vraag is dus of het achttiende-eeuwse handschrift inderdaad stamt uit die tijd. Als dit zo is, mogen we aannemen dat de brief van Clemens aan Theodoros ook echt is, hoewel het argument niet deugdelijker is dan dat we geen reden kunnen bedenken waarom iemand destijds zo’n vervalsing zou hebben gemaakt. De tweede grote vraag is wat Clemens precies citeert. Rond 200 n.Chr. circuleerden al allerlei teksten die dienden om de evangeliën aan te vullen en het is mogelijk dat Geheime Marcus is geschreven om het echte Evangelie van Marcus uit te breiden met informatie waaraan deze of gene groep christelijke gelovigen behoefte had. Het alternatief is dat het canonieke Marcusevangelie een uittreksel is van Geheime Marcus en dat de tekstvondst dus een van de alleroudste christelijke teksten is. Weer een andere mogelijkheid is dat de twee Marcus-teksten allebei teruggaan op een oudere bron, een Oer-Marcus.

Deel:
Categoriën: Christendom
U ziet het verschil niet, maar er zijn hier twee kopiisten aan het werk geweest

De dag waarop de oudheidkunde een robuustere wetenschap werd

21 april 2021

Je hebt twee soorten nieuws. Enerzijds de dingen die dit jaar actueel zijn en straks vergeten zijn. Vijf jaar geleden was het voorpaginanieuws dat de gemeente Rotterdam voor een vermogen was opgelicht en was de Grexit nog actueel. Anderzijds de dingen die zachtjes op de achtergrond spelen, zoals het echte wetenschapsnieuws: een doorbraak, eenmaal geboekt, die resultaten oplevert waardoor onze kinderen en kleinkinderen meer zullen weten dan wij. Zulk nieuws is niet de waan van de dag, maar is wel het echte, feitelijke, werkelijk belangrijke nieuws.

Vanavond maken we het mee. Op het eerste gezicht is het wat banaal: onderzoekers van het Qumran-instituut in Groningen zijn erin geslaagd vast te stellen dat de Grote Jesaja-rol uit Grot 1 is vervaardigd door twee mensen die zó schreven dat het resultaat eenvormig was. De meeste qumranologen dachten dat er maar één kopiist aan het werk was geweest. Maar het zijn er twee en dat is niet door een slimme hedendaagse filoloog geconstateerd, zoals bij dit soort onderzoek normaliter gebeurt, maar is vastgesteld met behulp van Artificiële Intelligentie.

Deel:
Picardt, Vergeten Antiquiten

Een vroege hunebedvorser

21 april 2021

Laat ik eerlijk zijn: ik verwacht niet serieus dat u de recente herdruk van Johan Picardt‘s Korte Beschryvinge van eenige vergetene en verborgene Antiquiteten, het achtste boek dat ik behandel in de bloedstollende reeks “Zit een oudheidkundige met de rug naar een boekenkast”, werkelijk zult gaan lezen. Wie geïnteresseerd is in het prehistorische verleden van Drenthe, kan daarover beter iets recents lezen dan het in 2008 herdrukte zeventiende-eeuwse boek. Neem, als de Prehistorie van Drenthe uw belangstelling heeft, liever Een paleis voor de doden van Herman Clerinx of de Gids voor de hunebedden in Drenthe en Groningen van Wijnand van der Sanden. Eerstgenoemde behoeft in deze blog geen introductie, laatstgenoemde was tot voor kort conservator van het Drents Museum in Assen en hielp ook bij de heruitgave van de Korte Beschryvinge van eenige vergetene en verborgene Antiquiteten.

Picardts verleden

Het boek van Johan Picardt is eerder in zichzelf interessant dan dat het nog relevant is. De auteur was dominee in Coevorden – ik ben weleens omgefietst om zijn kerk te bekijken – en heeft het een en ander gedaan om de regio te moderniseren. Er is nog steeds een naar hem vernoemd kanaal, net over de Duitse grens. In zijn boek over de Drentse oudheden geeft hij er blijk van te begrijpen dat er delen van de Oudheid zijn geweest die én kenbaar waren én niet stonden beschreven in de antieke bronnen.

Deel:
Twee snippers van de Dode Zee-rollen met daarop de tekst van Prediker (Jordan Museum, Amman)

MoM | Digitale paleografie

5 april 2021

Om met de deur in huis te vallen: ik heb uw hulp nodig – daarover straks meer. Eerst wat context, daarna mijn verzoek.

Qumranologie

Over de Dode-Zee-rollen heb ik vaker geblogd. Het gaat om een grote groep tussen 1947 en 1956 ontdekte antieke religieuze teksten, gevonden in enkele grotten te Qumran, niet ver van de plek waar de Jordaan uitmondt in de Dode Zee. Het materiaal, dat pas in 2009 allemaal was uitgegeven, is ten dele afkomstig van een joodse sekte, misschien de essenen. Theorieën als zou de ruïne bij Qumran een klooster zijn geweest met de rollen als kloosterbibliotheek, zijn inmiddels achterhaald, maar een alternatief is er nog niet, terwijl wél duidelijk is dat er een relatie heeft bestaan tussen ruïne en grotten. (Er zijn overigens meer antieke teksten gevonden in die regio, die ook Dode-Zee-rollen worden genoemd, maar die hebben er weinig mee te maken.)

Deel:
Sapfo, door de Brygos-schilder (Antikensammlung, Munchen)

Sapfo: de retractie die je wist dat zou komen

25 maart 2021

Uitgeverij Brill heeft een retractie (een officiële terugtrekking van een wetenschappelijke publicatie) gedaan van een door Dirk Obbink geschreven hoofdstuk in een boek over Sapfo, namelijk Bierl & Lardinois, The Newest Sappho (2016).

Ik heb op deze plaats al eens aangegeven waarom retractie onvermijdelijk was. De vraag is waarom we er zo lang op hebben moeten wachten. De tekst van de retractie suggereert dat “in the years following the first publication of this book, serious doubts have been raised about the provenance”. Dit is misleidend. Die twijfels waren er meteen na de ontdekking begin 2014. In onze eigen Nederlandse Volkskrant maakte Lardinois, dus een van de editors van het nu ingetrokken hoofdstuk, duidelijk geen geloof te hechten aan Obbinks eerdere claim dat de provenance was gedocumenteerd. Dat de twijfel pas na publicatie van het boek zou zijn opgekomen, is simpelweg niet de volledige waarheid.

Deel:
Categoriën: Algemeen, Griekenland
Stamboom van de Indo-Europese talen (klik=groot)

MoM | Digitale historische taalkunde

22 maart 2021

Ik heb wel vaker geblogd over de Lachmannmethode, waarbij classici de fouten in middeleeuwse handschriften gebruiken om te zien welke manuscript van welk manuscript is afgeleid, eventueel verloren handschriften te reconstrueren en zo het origineel zo dicht mogelijk te benaderen. Als van de bladeren van een boom werk je via de takken terug naar de stam; zo werkt de classicus van de concreet voorhanden zijnde data terug naar verloren informatie. Dat de methode correct is, weten we doordat in de Egyptische woestijn papyri zijn teruggevonden met daarop teksten zoals ze volgens de reconstructie moesten zijn.

Dit idee, dat je aan de hand van wat je in het heden vindt terug kunt redeneren naar wat er vroeger moet zijn geweest, staat bekend als de fylogenetische stamboom. Die term komt uit de biologie: van de huidige diersoorten kunnen we terugredeneren naar uitgestorven voorouder-diersoorten. Ik heb me ooit door een bioloog laten vertellen dat de methode ook hier correct is gebleken: sommige vormen waarvan men had beredeneerd dat ze bestaan moesten hebben, zijn in fossiele vorm teruggevonden.

Deel:
Een scherf van een vaas, beschilderd door de Sarpedon-schilder, uit de collectie van het Allard Pierson.

De dwarse meningen van Hemelrijk

19 maart 2021

Om een dreigend misverstand weg te nemen: er zijn twee Amsterdamse professoren Hemelrijk, een jongere die tegenwoordig oude geschiedenis doceert en een oudere, kunsthistoricus van huis uit, die ook directeur was van het Allard Pierson-museum. Na zijn emeritaat schreef hij een stuk of zestig stukken over de Griekse kunstgeschiedenis in Amphora, het sympathieke tijdschrift van de Vrienden van het Gymnasium; die bundelde hij in 2009 en 2014 in twee boeken, Makron en zijn makkers. Fijne lectuur.

Dwarse meningen

Al was het maar omdat de oude Hemelrijk af en toe lekker dwars kon zijn. Zo vertelt hij met smaak over de wijze waarop de georganiseerde misdaad in Italië Etruskische graven plunderde en het spul vervolgens verkocht aan buitenlandse musea, zoals het Metropolitan Museum in New York en het Getty-museum in Malibu. Die zorgden voor wetenschappelijke uitgaven die, zo schrijft Hemelrijk, de wetenschap van de kunstgeschiedenis verder brachten. De politie rolde het netwerk echter op en dus gingen de voorwerpen terug naar Italië. Maar de Italianen, die zorgden niet voor goede publicaties. Hemelrijk was niet blij

Deel:
Categoriën: Etrurië, Griekenland, Musea
Amida en de Tigris

MoM | De vergeetachtige ooggetuige

15 maart 2021

Ooit las ik ergens, ik ben vergeten waar, over een docent aan een rechtenopleiding die zijn studenten duidelijk wilde maken dat getuigenverklaringen onbetrouwbaar waren. Terwijl hij zijn college gaf, liet hij een kennis binnenstormen die hem tegen de vlakte werkte en zich vervolgens uit de voeten maakte, waarna de docent, weer opgekrabbeld, de onthutste studenten vroeg wat was gebeurd. Had de dader een blauw of een zwart pak aan, had hij gestoken of geslagen, dat soort vragen. De studenten bleken zich dat allemaal niet meer te herinneren, hoewel het recht voor hun ogen was gebeurd.

De verkleurde herinnering

Ooggetuigen zijn notoir onbetrouwbaar. Om te beginnen passen mensen hun herinneringen aan. We hebben daarvan een prachtig voorbeeld uit de oude wereld, namelijk het gesprek dat keizer Constantijn de Grote kort voor zijn overlijden in 337 n.Chr. had met Eusebios, die later ’s keizers biografie zou schrijven. De heerser haalde herinneringen op aan het visioen dat hij ooit had gehad. Hij bezwoer zijn gast dat het echt was gebeurd. Na het middaguur, zo verzekerde hij, hadden hij en zijn soldaten een lichtend kruis aan de hemel gezien. Aanvankelijk had hij in het ongewisse verkeerd over de betekenis. Later had Christus hem in een droom geadviseerd een standaard te maken in de vorm van dit teken. Na dat nachtje slapen had Constantijn dus geweten dat het visioen christelijk van aard was.

Deel:
De Nijl

Dertig Egyptische dynastieën en drie Egyptische rijken

11 maart 2021

Zoals ik al eens vertelde, ben ik begonnen met het herlezen van het handboek waarmee ik in mijn eerste jaar oude geschiedenis leerde, Een kennismaking met de oude wereld van De Blois en Van der Spek. Zijn de inzichten nog dezelfde? Ben ik dingen vergeten? Wat zou ik anders doen? Wat is leuk om toe te voegen?

Chronologische indeling

De Blois en Van der Spek vertellen dat de Egyptische auteur Manetho dertig dynastieën onderscheidde en dat er daarnaast een moderne indeling bestaat in drie rijken.

Deel:
Categoriën: Egypte
Een mummie-kartonnage (Archeologisch Museum, Zagreb)

Gestolen papyri, een samenvatting (1)

4 maart 2021

Je verwacht het niet: opnieuw blijken uit Oxford verdwenen papyri in New York te zijn. U leest er hier meer over. Hieronder is een overzicht van de stand van zaken waar de dagelijkse lezers van deze blog weinig nieuws in zullen vinden.

Achtergrond

In 1896 begonnen de Britse oudheidkundigen Bernard Grenfell (1870-1926) en Arthur Hunt (1871-1934) met de opgraving van Oxyrhynchos, een antiek stadje aan een wetering langs de Nijl. Ze deden dit met het expliciete doel antieke teksten in situ te vinden. Zolang oudheidkundigen niet wisten waar een tekst vandaan kwam, konden ze namelijk ook niet weten of die echt was. Dat is sindsdien niet veranderd; papyri zijn simpel te vervalsen en ook met koolstofdateringen en spectrometrie is niet vast te stellen dat zo’n snipper een authentieke tekst bevat. Na een jaar of tien hadden Grenfell en Hunt ongeveer een half miljoen snippers, die worden beheerd door de Egypt Exploration Society (EES) in Oxford. In de afgelopen eeuw zijn ruim 5000 fragmenten uitgegeven.

Deel:
Categoriën: Algemeen