Justinianus kondigt de codificatie van het Romeins Recht aan. Miniatuur uit de Mainzer editie van 1477, waarvan een exemplaar (vastgebonden aan een ketting) is te zien in de Librije van de Walburgiskerk in Zutphen.

De tien invloedrijkste antieke teksten

17 januari 2022

Justinianus kondigt de codificatie van het Romeins Recht aan. Miniatuur uit de Mainzer editie van 1477, waarvan een exemplaar (vastgebonden aan een ketting) is te zien in de Librije van de Walburgiskerk in Zutphen.

Een tijdje geleden blogde ik over de wijze waarop oudheidkundigen documenteren  aan de hand van de wijze waarop Domitianus’ toepassing van de Fiscus Judaicus op ons nog steeds invloed uitoefent. Hoe er, met andere woorden, vormende werking uitgaat van de antieke samenleving op de hedendaagse. Nog anders gezegd: een enkele keer is de Oudheid relevant voor onze samenleving.

Deel:

Blauw

13 december 2021

D’r schuilt schoonheid achter de chemische formule CaCuSi4O10. Egyptisch blauw. In Vitruvius’ De architectura VII.11.1 heet dat caeruleum: “De bereidingswijze van blauw is het eerst in Alexandrië uitgevonden, later is Vestorius het ook in Puteoli gaan produceren – Caeruli temperationes Alexandriae primum sunt inventae, postea item Vestorius Puteolis instituit faciundum.” (vert. Ton Peters, 1999) Vitruvius wijdt er voorts een erg technische paragraaf aan, al even sec als die formule voor calcium-koper-silicaat. Maar de Pompejanen hielden ervan. Een collega van die Vestorius was in 79 aan het werk in de Casa della Biblioteca en sloeg op de vlucht voor de brakende Vesuvius. Zijn potjes kwamen recent aan het licht. Mét het blauw dat veel antieke fresco’s zo zomers maakt.Van de primaire kleuren trekt blauw me het meest aan, in al zijn varianten: het blauw van de Isjtarpoort, het bleu van Chartres, het blauw in de Boodschap van Antonello da Messina, azulejo’s, Delfts blauw, het blauw van Yves Klein, … En zeggen dat Homeros voor blauw eigenlijk geen eigen woord had. Blauw was voor hem altijd iets fonkelend of zwartig, het glimmend blauwgrijs van Athena’s ogen of het blauwzwart van een scheepsboeg of een haardos. De perceptie moet toen anders zijn geweest, want blind was de man echt niet.

Reblog op  #GrondslagenNet

Deel:
Categoriën: Nog te categoriseren

Achilles in Engeland

30 november 2021

Antiek moet niet altijd uit Griekse of Italiaanse bodem komen. Engelse grond ergens in Rutland ten oosten van Leicester gaf dankzij een ploegende boer een Romeinse villa prijs uit de 3de of 4de eeuw. Met een uitzonderlijke mozaïek van 11m x 7m: nog nooit vond men in het Verenigd Koninkrijk een mozaïek met taferelen uit Homeros. De vermogende eigenaar van de vermoedelijk immense villa rustica had wellicht een neus voor literatuur, met een voorkeur voor Ilias 22. Hij kende zijn klassieken. Of deed hij – misschien een generaal op rust – gewoon alsof en bestelde hij een strijdscène om u tegen te zeggen? Homeros klinkt bij mij zo:

De paarden vlogen volgzaam ervandoor.Er steeg een stofwolk op toen Hektor werdgesleept, aan beide kanten waaierdenzijn donkerzwarte haren uit. Zijn hoofd,voorheen zo lieflijk, lag heel in het stofen nu gaf Zeus het aan zijn vijand prijsom in zijn eigen land gesmaad te worden.Ilias 22.400-404

Deel:
Categoriën: Nog te categoriseren
Zonsopkomst in Isthmia

Waren de Romeinen kleurenblind?

17 februari 2021

Iedereen die Homerus heeft gelezen, weet dat de zee ‘wijnkleurig’ wordt genoemd en zal zich afgevraagd hebben: hoe kan de zee de kleur van wijn hebben? Ook het andere kleurenspectrum kan op het eerste gezicht vreemd lijken: er is geen duidelijk woord voor ‘blauw’, en dingen die voor ons verschillende kleuren hebben, worden met dezelfde kleur aangeduid. Hetzelfde geldt voor de Romeinen. Dit heeft geleid tot de wijdverbreide overtuiging in de negentiende eeuw dat de Grieken en Romeinen gedeeltelijk kleurenblind waren. Dat zegt bijvoorbeeld Nietzsche:

Wie anders sahen die Griechen in ihre Natur, wenn ihnen, wie man sich eingestehen muß, das Auge für Blau und Grün blind war, und sie statt des ersteren ein tieferes Braun, statt des zweiten ein Gelb sahen (wenn sie also mit gleichem Worte zum Beispiel die Farbe des dunklen Haares, die der Kornblume und die des südländischen Meeres bezeichneten, und wiederum mit gleichem Worte die Farbe der grünsten Gewächse und der menschlichen Haut, des Honigs und der gelben Harze: so daß ihre größten Maler bezeugtermaßen ihre Welt nur mit Schwarz, Weiß, Rot und Gelb wiedergegeben haben). (Nietzsche, Morgenröte)

Deel:
Homerus (Glyptothek, München)

De zeerover Odysseus

27 januari 2021

De klassiekste aller klassieke auteurs is natuurlijk Homeros, wiens Ilias en Odyssee ruim een millennium dé centrale tekst waren voor eenieder die een beetje geschoold was. In feite vormen deze teksten een esthetische norm die wij geïnternaliseerd hebben, zodat wij eigenlijk niet anders kunnen dan de gedichten mooi vinden. Er zijn dan ook talloze vertalingen.

Soms delen we Homeros’ ethische normen. Dat privilege verplicht, is iets dat zijn Lykische krijgers elkaar voorhouden, en is iets waaraan de adel zich eeuwenlang heeft gespiegeld – en door anderen werd gespiegeld. Soms denken we heel anders over dingen. Hieronder is Odysseus aan het woord, die begint te vertellen hoe hij na de verwoesting van Troje begon aan een lange zwerftocht:

Deel:
Categoriën: Bron, Griekenland
Tags: ,
Homerus (Glyptothek, München)

Waarom een Griekse dactylus wel serieus is en een Nederlandse niet

22 januari 2021

Een eenvoudige ritmische wet is dat de driekwartsmaat licht is en de twee- of vierkwartsmaat zwaar. In de muziek is een driekwartsmaat een wals en een vierkwartsmaat een mars. In de Nederlandse poëzie hebben veel lichtere genres een onderverdeling in drieën: van de limerick (een vrólijke mán te Den Dúngen) tot en met het zogeheten ollekebolleke (‘Éven uw áándacht graag / Kórte beríchtgeving / Óndergenóémde / Is níét meer in bééld’): ze walsen de tent uit. Serieuze gedichten worden geschreven in regelmatige afwisseling van beklemtoonde en onbeklemtoonde lettergrepen.

Ik denk dat dit een factor is waarom Nederlandse vertalingen van Homeros of Vergilius of dat soort lieden in dactylische vorm vaak zo moeizaam zijn. Een dactylus is támtata in het Nederlands en dus een driekwartsmaat. Dat ligt niet lekker voor een hoogdravende tekst zoals een epos. Veel vertalers hebben daarom een jambische maat verkozen. Men zegt dat dit gebeurt omdat dit ‘nu eenmaal’ beter in het gehoor legt, maar waarom dat gehoor dan zoveel beter reageert op die jamben dan op dactyli, dat zegt men er dan weer niet bij. Ik denk dat die driekwartsmaat er iets mee te maken hebben.

Deel:
Categoriën: Griekenland

Hoplieten

17 januari 2021

Misschien moet ik eens een reeksje beginnen over typische antieke begrippen die steeds blijven terugkeren, hoewel er eigenlijk prima Nederlandse woorden voor zijn. Zoals de “hopliet”. In onze eigen taal kun je zo iemand prima aanduiden als een zwaarbewapende. Er zijn weinig situaties waarin het nodig is veel specifieker te zijn.

We hebben het over de Griekse soldaten uit de archaïsche en klassieke tijd, dus laten we zeggen tussen 800 en 300 v.Chr. Ze droegen een groot, zwaar schild (de aspis), een helm, harnas, scheenplaten, een zwaard en een speer. Hun gevechtslinie heet een falanx: lange rijen dicht op elkaar gepakte soldaten, waarbij elke hopliet zijn schild aan zijn linkerkant zó droeg dat hij de rechterkant van de man links van hem dekte.

Deel:
Categoriën: Griekenland

Homerische Tolstoj

19 december 2020

In het najaar herlas ik in de oude vertaling van René de Vries het magistrale epos Oorlog en vrede, een Russische Ilias. Tolstoj voelde zich verwant aan Europa’s eerste dichter, plaatste zijn helden tegen de achtergrond van de Napoleontische expeditie en gaf ze stereotiepe fysieke kenmerken mee die fungeren als epitheta. Aan Homeros doen ook de vele vergelijkingen denken. Verhoudingsgewijs bevatten de duizend bladzijden Oorlog en vrede slechts een fractie van wat de homerische epen aan vergelijkingen bieden, maar ook bij Tolstoj verklaren en verfraaien die vergelijkingen de gedachten en het verhaal.

Een paar jaar geleden stelde ik uit mijn vertalingen van Ilias en Odyssee een tweetalige selectie samen van wat ik graag Homerische miniaturen noem. Bij de Rus gaat het niet altijd om miniaturen. Wie het summum van een Tolstojaanse vergelijking wil lezen moet naar III.3.20 waar een bladzijde (!) lang de leegloop van Moskou bij de aankomst van Napoleon wordt vergeleken met een zieke bijenkorf. Een bedoelde pendant daarvan is in IV.4.14 de terugkeer van de Russen naar Moskou na Napoleons vertrek. De vergelijking met een bedrijvig mierennest is nog steeds goed voor een halve pagina.

Deel:
Categoriën: Griekenland
Tags:

Homerische Nobelprijs

4 december 2020

Ik moet bekennen dat ik van de laatste Nobelprijs Literatuur nog niets had gelezen. En velen met mij, vermoed ik. Afgezien van een paar verzen die Erik Menkveld ooit voor Raster vertaalde, is er van Louise Glück in het Nederlands vooralsnog weinig te lezen. Na lectuur weet ik nu dat voor het nachleben van de Odyssee een bundel als Meadowlands (1996) minstens even belangrijk is als Siren Song van Atwood of Ithaka van Kaváfis. Glück gebruikt Homeros niet als sausje over haar verzen, zij thematiseert de man-vrouwverhouding met hedendaagse accenten vanuit diverse standpunten, vertolkt door figuren uit het oude epos die zij als ik-figuren laat spreken. Zo vormen de zeven Telemachosgedichten een sterke suite verspreid over de bundel. Een van de meest beklemmende pointes zijn de woorden van Kirke tot Odysseus en die bedoeld zijn voor Penelope: When / you see her again, tell her / this is how a god says goodbye: / if I am in her head forever / I am in your life forever. (46) Andere ‘antieke’ bundels van Glück zijn o.m. The Triumph of Achilles (1985) en Averno (2006). Over de grote plas werd Glück veel gelauwerd, en het blijft vreemd dat zelfs de Pulitzer 1993 voor The Wild Iris in onze contreien weinig teweegbracht. Maar een mens is nooit te oud om bij te lezen.

[Oorspronkelijk verschenen op de eigen blog van Patrick Lateur.]

Deel:
Categoriën: Griekenland
Drie Romeinse ringen uit Dab'aal bij Tyrus (Nationaal Museum, Beiroet)

Ringcompositie

16 november 2020

Een “ringcompositie” is een manier om een tekst te ordenen, waarbij de gedachtegang niet serieel wordt geordend (zoals in A-B-C-D-E) maar in ringen rondom een middendeel: A-B-C-D-C-B-A. De ringcompositie is als analysegereedschap onder geesteswetenschappers al vanaf de achttiende eeuw bekend, toen Robert Lowth in 1754 de beginselen beschreef in een boek over Hebreeuwse poëzie. Na Lowth zijn er geleerden geweest die de theorie van de ringcompositie hebben uitgebreid, vooral in discussie met de veel populairdere theorieën over de documentenhypothese: het idee dat de Bijbel uit verschillende documenten is samengesteld en dat dit is te herkennen aan eigenaardigheden in de tekst, zoals onnodige herhalingen, onbegrijpelijke sprongen, weglatingen en gebruik van terminologie. Als een “samengesteld” stuk tekst blijkt een doordachte (ring)compositie te hebben, komt die samenstelling op losse schroeven te staan, vandaar de belangstelling voor ringcomposities.

Deze discussie geldt inmiddels als achterhaald, omdat tegenwoordig vrijwel iedereen aanneemt dat de Bijbel is begonnen als een verzameling documenten die op enig moment, of op meerdere momenten, is geredigeerd tot de huidige tekst. De redactiecommissies zijn daarbij echter niet over één nacht ijs gegaan en hebben ervoor gezorgd dat het resultaat wel degelijk een net gecomponeerde tekst was, ringcomposities incluis.

Deel: