Boek van het Ademen gemaakt door Isis voor haar broer Osiris

Voor eeuwig en altijd ademen: funeraire literatuur uit de Grieks-Romeinse periode

12 januari 2022

De funeraire literatuur kende een lange geschiedenis in het Oude Egypte. Deze teksten, die ervoor moesten zorgen dat je na de dood kon verder leven in het hiernamaals, werden eerst geschreven op de binnenkant van de piramides uit het Oude Rijk. Vervolgens kregen ze een nieuwe drager, want vanaf het Middenrijk kwamen ze voor op sarcofagen en vanaf het Nieuwe Rijk op papyri, als het zogenaamde Dodenboek. Voor de meeste onderzoekers stopt deze lange geschiedenis van de funeraire teksten met het Dodenboek, maar ook in de Grieks-Romeinse periode (332 v.C.-285 n.C.) waren de teksten nog in circulatie en ontstond er zelfs een nieuw corpus, de ‘Documenten van het Ademen’.

De evolutie in een paar woorden

Het startpunt ligt bij farao Oenas (ca. 2367-2347 v.C.) in de 5de dynastie. Zijn piramide in Saqqara bevat het oudste corpus van funeraire en religieuze teksten en de wanden van zijn grafkamer staan vol met hiëroglyfische teksten, de zogenaamde piramideteksten. Het zijn spreuken die Oenas moesten helpen om goed in het hiernamaals te kunnen leven. Aangezien de teksten vol typische “kopieerfouten” staan, wordt er doorgaans van uitgegaan dat het om reeds bestaande teksten gaat, die op de wanden van de piramide gekopieerd werden. De belangrijkste functie van de teksten was om de niet-materiële elementen van de mens samen te brengen. Naast het fysieke lichaam, bevatte de mens volgens de Egyptenaren een ba (de individuele levenskracht) en een ka (de persoonlijkheid of de ziel). De ka maakte het verschil tussen een levend en een dood lichaam, terwijl de ba iemand tot een individu maakte. Wanneer iemand stierf werden de ba en de ka van het lichaam gescheiden. Als deze persoon wilde verder leven in het hiernamaals moesten zijn ba en ka herenigd worden tot een akh. De piramideteksten hadden tot doel deze vereniging te vereenvoudigen. Dankzij de teksten in zijn grafkamer kon Oenas dus een akh worden. De piramideteksten komen voor in 10 koninklijke graven uit het Oude Rijk. Naast de piramide van Oenas bevatten ook de volgende piramides deze funeraire teksten: Teti, Pepi I, Ankhesenpepi II (een vrouw van Pepi I), Merenre, Pepi II, Neith (een vrouw van Pepi II), Iput II (een vrouw van Pepi II), Wedjebetni (een vrouw van Pepi II) uit de 6de dynastie (ca. 2347-2216 v.C.) en Ibi uit de 8ste dynastie (ca. 2216-2134 v.C.).

Deel:
Categoriën: Egypte
Tempel van Dendur (Metropolitan Museum, New York)

Groot huis

15 november 2020

Het bovenstaande Egyptische reliëf is te zien op de tempel van Dendur en als u denkt dat u ervoor naar Egypte moet, dan heeft u het mis, want dit heiligdommetje staat in het Metropolitan Museum in New York. Net als de tempel van Taffeh in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden is het gebouwtje uit Dendur door de Egyptische overheid geschonken aan een land dat meehielp bij het redden van oudheden toen die dreigden te verdrinken na de aanleg van de Aswan-dam.

De afbeelding zelf is niet zo heel bijzonder, maar de twee cartouches erboven zijn dat wel. Ze zijn niet alleen identiek, maar ook veelzeggend in hun nietszeggendheid. Zoals u ziet staan in beide cartouches dezelfde drie hiëroglyfen: een rechthoek, een soort pilaar en een mannetje. De rechthoek is het teken pr, “huis”, en het pilaartje, dat een soort dubbele a-klank weergeeft, maakt dit tot een groot huis. Het mannetje is een determinatief, een teken dat aangeeft hoe je het bovenstaande dient te duiden: in dit geval gaat het om een persoon die het Grote Huis is. De koning, met andere woorden, ofwel de farao, om de Hebreeuwse verbastering te citeren van het Egyptische woord voor Groot Huis. We hebben dus te maken met twee cartouches waarin niet de naam van de vorst staat, maar alleen de hiëroglyfen voor koning.

Deel: