Heraclius bestrijdt de Perzen (Louvre)

Als God de strijd verliest

11 maart 2021

De ‘bekering’ van keizer Constantijn behoort tot de meest ingrijpende gebeurtenissen in de Romeinse geschiedenis. Alle mooie verhalen ten spijt is het duidelijk dat hij deze stap zette niet zozeer vanuit een diepe religieuze overtuiging maar uit politieke berekening. De keuze was een voortzetting van de vernieuwingen (de renovatio) in gang gezet door zijn voorganger Diocletianus, gericht op het versterken van de eenheid en de militaire slagkracht van het rijk. Eenheid van het rijk vereiste in diens ogen eenheid van geloof. Diocletianus schoof daarom Heracles en Jupiter naar voren als rijks-oppergoden, en ook besloot hij om de christenen te vervolgen. Constantijn kwam echter tot de conclusie dat die aanpak de eenheid van het rijk alleen maar bedreigde – en besloot hij uiteindelijk tot een andere aanpak.

Na enige jaren gespeeld te hebben met de verering van één zonnegod, koos hij (nadat hij ook het oostelijk deel van het rijk had verworven) bewust voor het christendom als wapen om het immense rijk bijeen te houden. Een nieuw begin met een nieuwe staatsreligie. Het was het proberen waard.

Deel:
De basiliek van Resafa

Soldaten in de hemel?

27 november 2020

Het gebeurde in de zomer van het jaar 624. Keizer Heraclius vocht toen al veertien jaar tegen de Perzen, met wisselend succes. De Perzen hadden Syrië, Palestina en Egypte veroverd en waren diep doorgedrongen in Klein Azië. Heraclius kon hen nauwelijks tegenhouden maar hij was niet van plan op te geven. Hij voerde een gedurfd plan uit: hij formeerde een klein maar goed getraind leger en voer daarmee naar de oostkust van de Zwarte Zee, naar Armenië. Daar startte hij een guerrilla-oorlog tegen de Perzen. In de zomer van 624 besloot hij dat ze Perzië zélf zouden binnenvallen. En in zijn peptalk tot zijn soldaten zou toen hij het volgende hebben gezegd:

Het gevaar is niet zonder beloning. Integendeel, het leidt tot eeuwig leven. Laat ons dapper standhouden, en de Heer onze God zal ons bijstaan en de vijand vernietigen.

Deel: