Aardewerk uit Troje VIIb (Archeologische musea, Istanbul)

Archeologie als dienstmaagd (1)

12 november 2020

Ik spreek weleens op gymnasia – altijd leuk om te doen – en meestal leidt een leraar klassieke talen of een docent geschiedenis me dan in. Bij zo’n gelegenheid typeerde een jonge classicus me vorig jaar als archeoloog, om te vervolgen met een opmerking die ik, nu ik dit stukje schrijf, niet precies herinner, maar die erop neerkwam dat archeologie ondergeschikt was aan het echte werk, dat van de classici. Het was niet gemeen bedoeld maar riep wel de vraag op waar het idee dat er een rangorde is eigenlijk vandaan komt. Het antwoord is dat de archeologen het er zelf naar hebben gemaakt.

Schliemanns problemen

Terug naar de late negentiende eeuw, toen de archeologie als wetenschap doorbrak. Er zijn hier talloze namen te noemen maar ik neem er een die u kent: Heinrich Schliemann, die eigenlijk nauwelijks serieus werd genomen in zijn Duitse vaderland. De meeste Altertumswissenschaftler waren het er destijds over eens dat Schliemanns methode niet deugde: hij nam de Ilias te letterlijk. Ook zijn vondsten oogden nogal schamel. Kortom, de wetenschap wilde er niet aan en Schliemann vond lange tijd vooral erkenning in de Angelsaksische wereld, waar men destijds niet bepaald liep in de voorhoede van het onderzoek.

Deel: