Hephaestus smeedt wapens voor Thetis' zoon Achilles (Musée de Mariemont Morlanwelz)

Hephaestus

25 november 2020

Aan het einde van boek I van de Ilias, een epos van de befaamde Griekse dichter Homerus, wordt er een beeld geschetst van een goddelijk gezelschap dat achterover leunend op een zetel bekers met nectar nuttigt. Deze goden worden bijgeschonken door één van de twaalf Olympiërs wiens gehink door de zaal het ‘Homerische gelach’ ontketent. Dit zwarte schaap van het Griekse Pantheon was Hephaestus, god van de smeedkunst. Niet alleen liep hij mank, hij was ook nog eens lelijk en werd bovendien bedrogen door zijn beeldschone echtgenote. Hephaestus was echter ook listig en zijn twee rechterhanden waren onmisbaar, zowel voor de goden als Griekse helden en stervelingen.

De twaalf Olympiërs

Volgens de oude Grieken bestierden twaalf belangrijke goden de wereld vanaf hun zetel op de Olympus, de hoogste berg van Griekenland. Deze goden – Zeus, Hera, Apollo, Artemis, Aphrodite, Ares, Hermes, Demeter, Athena, Poseidon en Hestia – boezemden ontzag in. Ze waren sterk, mooi, wijs en krachtig om maar een paar positieve eigenschappen te noemen. Ze konden echter ook wraakzuchtig, listig, vertoornd en jaloers zijn en draaiden hun hand er niet voor om een mensenleven overhoop te halen. Kortom: het waren net mensen met een complete set aan positieve en negatieve eigenschappen en emoties, maar dan in het kwadraat. Tot deze twaalf goden behoorde ook Hephaestus, de god van de smeedkunst, bij de Romeinen bekend als Vulcanus.

Deel:
Categoriën: Griekenland