Een herder: zomaar een beroep uit een agrarische samenleving

Vergelijkingstheorie (1)

14 november 2020

Een van de boeiendste klassieke auteurs is Appianus van Alexandrië. Om dat te begrijpen even dit: in zijn tijd waren alle historici nog methodisch individualisten, wat wil zeggen dat ze, als ze oorzaken zochten, alleen wezen op individuen. In zijn analyse van het uitbreken van de Romeinse burgeroorlogen kijkt Appianus echter verder: hij begreep dat er bovenindividuele factoren waren, die wij zouden aanduiden als werkloosheid, agrarische crises en schuldenproblematiek. In de zin dat hij zijn tijd een eeuw of achttien vooruit was, was Appianus een soort Archimedes. Wie zegt dat er in de geesteswetenschappen geen vooruitgang is en dat er alleen veranderende inzichten zijn, bewijst vooral zijn eigen onkunde.

Appianus roept ook dezelfde vragen op als Archimedes. Door welke omstandigheden zag hij het scherper? Waarom zagen anderen niet wat hij zag? Waarom pikten ze het niet op? Waarom herkennen hedendaagse wetenschappers het wel? Niet kapot te krijgen dus, Appianus, maar toen twee jaar geleden een (mooie) vertaling verscheen, benadrukten recensenten steeds de parallellen tussen de burgeroorlogen en de actuele politieke situatie. Dat is om drie redenen vreemd. Eén: het is zoiets als Archimedes gebruiken als bron voor het hellenistisch badwezen en vergeten dat hij als eerste een natuurwet beschreef. Twee: de vergelijking is op het obscene af platvloers. Drie: als Mark Rutte een even vulgaire vergelijking maakt tussen Europa en de ondergang van het Romeinse Rijk, klinkt er protest, maar als Appianus wordt gereduceerd tot lachspiegel, is het stilzwijgen oorverdovend.

Deel:
Gordon Childe

De vaart der volkeren (4)

12 november 2020

In de voorgaande stukjes heb ik uitgelegd hoe Montelius in de negentiende eeuw een empirische basis gaf aan het achttiende-eeuwse vooruitgangsideeGordon Childe verfijnde en corrigeerde Montelius’ systeem en benutte de archeologische vondsten als basis om de samenleving te reconstrueren die ze had voortgebracht.

Om die samenleving te beschrijven, benutte hij twee tegengestelde bronnen van inspiratie: het functionalisme en de archeologie van de Sovjet-Unie. Het eerste analyseerde de samenleving alsof deze een organisme was, waarin alles met elkaar samenhing. De diverse delen hadden alle als functie een bijdrage te leveren aan de stabiliteit en het voortbestaan van het geheel. Het was een op harmonie gerichte, conservatieve visie met weinig ruimte voor verandering. De tweede visie, geïnspireerd door het marxisme, stelde zich daarentegen ten doel te beschrijven hoe er in een samenleving allerlei spanningen waren: de klassenstrijd die de “motor” vormde achter de wereldgeschiedenis. Nu ik dit schrijf, herinner ik me hoe in het Maastrichtse Bonnefantenmuseum, toen dat nog een archeologische afdeling had, bij een bepaald tijdvak als uitleg werd gegeven dat dit de eerste aanwijzingen waren voor sociale ongelijkheid in de Lage Landen. Het maakte destijds (1976) indruk op me dat je zó kon kijken naar die oude voorwerpen. Inmiddels hoor ik Gordon Childe lachen.

Deel:
Gordon Childe

De vaart der volkeren (3)

12 november 2020

In de twee voorgaande stukjes (één, twee) legde ik uit dat in de archeologie – en in geen enkele wetenschap, oudheidkundig of niet – de feiten niet uit de data voortkomen, maar ontstaan als ze worden geïnterpreteerd. Het is dus belangrijk dat dit kader zo expliciet mogelijk is, omdat je anders nodeloos subjectief bent. In de achttiende eeuw, zo vertelde ik, ontstond zo een kader dat we kunnen aanduiden als “drie beschavingsstappen”. Dat was toen nog vrijwel geheel hypothetisch, maar toen Montelius het idee toetste, bleek dat alle informatie erin paste. Als dan ook de eerste absolute dateringen komen en het systeem consistent blijft, concludeer je dat het klopt.

De grootste wetenschappelijke ontdekking van de achttiende/negentiende eeuw is dat de vooruitgang een feit is. Wat die vooruitgang precies is en wat ze betekent, dat zijn heel andere vragen, waar de twintigste eeuw zich mee heeft beziggehouden. Ik zal er nu niet op ingaan en in plaats daarvan u voorstellen aan Gordon Childe (1892-1957).

Deel: