Mozaïek van de muze Kleio uit Gerasa (Altes Museum, Berlijn)

De historische canon

17 november 2020

Stelt u zich voor dat een groep astronomen een canon zou opstellen van wat iedereen over hun vak zou moeten weten. Zou dat een overzicht opleveren van Grote Beer, Orion, Zuiderkruis en de tekens van de Dierenriem? Of een lijst van Algol, Bethel, Capella, Deneb, Electra en Fomalhaut? Nee natuurlijk. Astronomen zouden de saros, de telescoop, de periodieke terugkeer van kometen, de roodverschuiving, de radioastronomie, de oerknal en de zwaartekrachtgolven-detectors noemen. Een wetenschap onderstreept haar belang immers niet met de objecten die ze heeft onderzocht, want dat zijn er ontelbaar veel. De waarde van een wetenschap zit in de patronen die ze ontdekt; haar vooruitgang blijkt uit steeds weer nieuwere technieken en methoden.

Het lijkt logisch je niet teveel te presenteren met de onderzoeksobjecten en een wetenschap te presenteren als wetenschap. De canon die de Commissie Van Oostrom voor de Nederlandse geschiedenis heeft opgesteld en die door de Commissie Kennedy is bewerkt, beperkt zich echter wel tot de objecten en draagt zo bij aan het beeld dat geschiedvorsing geen echte wetenschap is. Het gaat dus om de hunebedden, de Romeinse limes, Willibrord, Karel de Grote en zo voort. U vindt de hele lijst hier. Het zijn allemaal onderwerpen die zich prima lenen voor een verstrooiend blogje hier of een amusante causerie daar, maar je moet er met een objectenlijst niet van opkijken als mensen gaan denken dat geschiedenis gewoon het ene ding na het andere is. Het leek me zinvoller een canon op te stellen waarmee de geschiedwetenschap wél toont wat ze is. Ik presenteer dus een kleine veertig dingen waarvan ik zou willen dat meer mensen er iets van wisten.

Deel:
Turgot

Hypothetische geschiedschrijving

15 november 2020

Weinig denkers hebben zo’n grote invloed gehad op het wetenschappelijk denken als Isaac Newton. Zijn tijdgenoten waren danig onder de indruk van zijn methode, waardoor de wijsgeren van de achttiende eeuw, de Verlichtingsfilosofen, probeerden een vergelijkbare wetenschappelijkheid te betrachten bij hun analyse van het intrigerende verschijnsel mens.

Hypothetische geschiedschrijving

Ze beschouwden de Middeleeuwen als de tijd waarin was getoond hoe het niet moest. De mensen zouden onvrij zijn geweest, hun denken beheerst door autoriteiten en knellende dogma’s, met misère als gevolg. De Oudheid gold daarentegen als ideaal. Vrije burgers van vrije steden hadden toen de grondslagen gelegd van de beschaving en een welvarende staat. Deze bewondering betekende echter niet dat de Verlichters alles geloofden wat de classici, historici en antiquariërs beweerden. Vaak deelden ze de pyrronistische kritiek – een Voltaire publiceerde een Pyrrhonisme de l’histoire – en liever dan zich te verliezen in de details van de traditionele oudheidkunde, schiepen ze een alternatief: de hypothetische geschiedschrijving.

Deel:
Droysen (ets van Hugo Bürkner)

Droysen

15 november 2020

De bestudering van het verleden lijkt wat op een pakhuis waarin van alles en nog wat ligt, Kreuz und Quer door elkaar. De een is historicus en zoekt in deze stellingenkast, de ander is archeoloog en pakt even verderop iets van het schap, de derde is classicus of socioloog en vraagt naar weer andere dingen. Zoveel hoofden, zoveel zinnen. Is er overzicht, systeem, structuur?

In mijn ervaring beschouwen veel onderzoekers de versplintering van de humaniora als gegeven. Het stoort me altijd een beetje, vooral als ze zonder nadere argumentatie zeggen dat het “nou eenmaal” zo is. Soms noemen ze de geesteswetenschappen “polyparadigmatisch”, wat minder sleazy klinkt maar op hetzelfde neerkomt.

Deel:
Het Concilie van Chalkedon (451) uit het Rila-klooster in Bulgarije. Let op de duivelse influisteringen van twee ketters rechts.

Topiek

15 november 2020

Severus van Antiochië – die overigens niet kwam uit Antiochië maar in 465 werd geboren in Sozopolis in Klein-Azië – was geen mens maar een natuurkracht. Min of meer eigenhandig zorgde hij ervoor dat de pogingen van de Byzantijnse keizers om alle christenen dezelfde, orthodoxe ideeën te laten hebben, uitliepen op niets.

Het gaat te ver om het hier allemaal uit de doeken te doen, maar het komt erop neer dat keizer Marcianus tijdens het Concilie van Chalkedon door roeien en ruiten was gegaan om één geloofsbelijdenis te laten formuleren waar alle gelovigen het over eens konden zijn. Behalve dan dat niet iedereen het ermee eens kon zijn en dat oosterse monniken er zelfs ronduit tegen waren. Latere keizers streefden ernaar ook hen binnenboord te krijgen en één zo’n poging was de tekst die bekendstaat als Henotikon. Severus, die patriarch was in Antiochië, zorgde ervoor dat dit compromis op niets uitliep, waarvoor hij onder meer keizer Justinianus trotseerde.

Deel:
Max Weber

De beslissendheid van Marathon

15 november 2020

Eergisteren blogde ik over de slag bij Marathon, waarin de Atheners een Perzisch leger, dat zich al aan het terugtrekken was en zijn dekking door cavalerie had opgegeven, versloegen. De overwinning werd nog eeuwenlang door de Atheners herdacht, en niet zonder reden, want de Atheners hadden gestreden tegen een dubbele overmacht.

In de negentiende eeuw werd de veldslag de inzet van een rare discussie. Op de achtergrond speelde het beruchte sjabloon van aan de ene kant de despotische, wrede, mystieke oosterling tegenover de vrijheidslievende, menselijke en rationele Griek. De gedachte was dat de Perzische Oorlogen meer dan zomaar een militair conflict waren geweest: twee culturen hadden tegenover elkaar gestaan. Als de Grieken zouden hebben verloren, zo werd geredeneerd, zou Xerxes de democratie van de Atheners hebben vervangen door een intolerante tirannie, waardoor de democratie, de filosofie en de vrijheid in de kiem zouden zij gesmoord. Marathon, zo was de aanname, zou de Grieken tot inspiratie hebben gediend: de zege had getoond dat verzet tegen de Perzen zinvol was. Omdat men in de negentiende eeuw ook meende dat de Griekse cultuur de bakermat vormde van de latere, Europese cultuur, kon gelden dat Europa in Marathon was geboren. In de woorden van de Britse filosoof John Stuart Mill:

Deel:

Bruce Malina

15 november 2020

Neem de Quichot. Waar gaat die tekst over? Menigeen zal het erop houden dat het een opstapeling van dwaasheden is. Ik voor mij stel dan graag de vraag “Wie is er eigenlijk de edelman?” omdat ik vermoed dat Don Quichot in al zijn dwaasheid zijn morele kompas beter op orde heeft dan veel van de zogenaamd verstandige mensen. Weer anderen zeggen dat de ridder met het droeve gelaat een tragische figuur is. Je kunt er ook op wijzen dat het in de zeventiende eeuw helemaal niet vreemd werd gevonden zwakbegaafden, dwergen, gehandicapten en geesteszieken uit te lachen.

Dat deze interpretaties niet dezelfde zijn, komt in elk geval niet door de tekst, want die is voor alle lezers dezelfde. Het komt doordat de lezer kijkt vanuit een ander perspectief. Onze interpretatie bevat een stevige subjectieve component. Hermeneuse of hermeneutiek is een poging deze subjectiviteit te overwinnen. Het principe is vrij simpel: je probeert je een beeld te vormen van de auteur en zijn lezers en zo te bedenken wat de meest plausibele uitleg is. (Ik ga er hierbij van uit dat het de opzet is te achterhalen wat de auteur heeft wil zeggen.)

Deel:
Nederlands historicus is niet verder gekomen dan de negentiende eeuw

Vergelijkingen en relevantie

15 november 2020

In mijn vorige stukje vertelde ik dat de Oudheid voor ons relevant kan zijn, maar wees ik er ook op dat als je dit beargumenteert door invloed van de oude samenleving op de onze te claimen, je die invloed zult moeten aantonen. Eén van de dingen die je dient te bewijzen is een continuïteit van dat denkbeeld, van die institutie of van dat gebruik. Dat blijft vaak achterwege. Auteurs als Tom Holland, Paul Cartledge en Anthony Pagden nemen bijvoorbeeld aan wat ze dienen te bewijzen. Klinkklare kwakgeschiedenis.

Ik rondde mijn stukje af met de opmerking dat een andere manier om de Oudheid relevantie toe te kennen het maken van vergelijkingen was. Dit doen we in feite de hele dag door. We schrikken van de gebeurtenissen in Charlottesville omdat we meteen een parallel trekken met de gebeurtenissen in het Derde Rijk. Onze neiging tot het zien van overeenkomsten zit echter nog dieper. Zelfs als we een simpel woord als “stad” gebruiken, is al een vergelijking geïmpliceerd met andere nederzettingen.

Deel:

Continuïteit en relevantie

15 november 2020

Sommige antieke teksten illustreren aspecten van de oude wereld die hun invloed lange tijd, soms zelfs nog steeds, hebben doen voelen. De wetten uit Eshnunna vertegenwoordigen een alternatief voor gewoonterecht, namelijk codificatie, waarop wij voortbouwen. De Ilias documenteert onze norm dat privileges verplichten én onze zin voor het tragische. En zo voort.

Maakt dit alles de bestudering van de Oudheid relevant? Dat is alleen vol te houden, geloof ik, als je aanneemt dat dingen in hun ontstaansfase puur en zuiver zijn en dat je de kern van een verschijnsel het beste begrijpt door de oorsprong te bekijken. Mij lijkt dat baarlijke nonsens. De eerste wetten zijn niet zuiverder dan latere en je begrijpt de aard van wetgeving ook niet beter als je de tabletten uit Eshnunna bekijkt. Hooguit begrijp je beter welke bezorgdheden mensen ertoe brachten informele rechtsvinding te vervangen door een meer geformaliseerde praktijk. Dat is leuk om te weten, maar maakt het niet meteen relevant.

Deel:
Kleio, muze van de geschiedvorsing (El Djem, Huis van de Maanden)

Structuur en cultuur

14 november 2020

Zo rond 1970, zo heb ik ooit eens ergens gelezen, inventariseerde een cultureel antropoloog – misschien was het Roy Rappaport wel – de definities die bestaan van het woord “cultuur”. Als ik me goed herinner, vond hij er zeshonderd of zesduizend. Ik houd het er, in de voetstappen van Tylor, even op dat het gaat om het complexe geheel van kennis, geloof, kunst, waarden, wetten, gewoontes en andere zaken die mensen verwerven als lid van een samenleving. Echt belangrijk is de definitie nu niet. Waar het mij om gaat is hoe je zo’n geheel zó conceptualiseert dat je er zinvolle uitspraken over kunt doen.

Ik snijd dit onderwerp aan omdat het belang van de Oudheid nogal eens wordt bewezen aan de hand van wat dan evidente ontleningen zouden zijn. We hebben X, Y of Z toch te danken aan de Grieken, Romeinen of Joden? En inderdaad, er valt een lijstje te maken van dingen die we hebben te danken aan de ouden (“but apart from the sanitation, the medicine, education, wine, public order, irrigation, roads, a fresh water system, and public health, what have the Romans ever done for us?” in de legendarische formulering van Monty Python). Die lijst is lang. En zegt weinig.

Deel:

Vergelijkingstheorie (2)

14 november 2020

[In het eerste deel legde ik uit dat vergelijkingen tussen nu en de Oudheid lastig zijn. Je zult minimaal het comparandum moeten rechtvaardigen.]

Nog een voorbeeld

Hier is nog een voorbeeld van hoe het niet moet: “Immigration: How ancient Rome dealt with the Barbarians at the gate”. Voor een analyse van de redenatiefouten verwijs ik naar een stuk van Jeroen Wijnendaele van de Universiteit in Gent, te vinden op zijn Facebookpagina. U moet het daar maar even lezen; ik citeer alleen de conclusie

Deel: