Hunebed D15 bij Loon

Hunebed van de dag: D15 (Loon)

13 oktober 2021

Ik voelde me een beetje een indringer, daar bij hunebed D15, dat even ten noorden van Loon op de es ligt. Op een lentedag was ik aan komen rijden vanuit Groningen en had bij Tynaarlo de smaak van hunebedden te pakken gekregen, dus ik was van de weg af gegaan om ook het op dertien na noordelijkste hunebed van Nederland te bekijken. Ik maakte wat foto’s toen een jongen van een jaar of zestien, zeventien kwam aanlopen. Hij groette me maar leek zich onhandig te voelen met mijn gezelschap. Toen even later een meisje van dezelfde leeftijd aan kwam, begreep ik dat ze een afspraakje hadden. Het was beter verder te fietsen.

Later zou Herman Clerinx, de auteur van Een paleis voor de doden, me een soortgelijke ervaring noemen. Het zijn ook eigenlijk wel romantische plekken, die hunebedden. Zeker omdat er ook hier weer een meertje in de buurt is: een pingoruïne die de mensen in Loon aanduiden als het Taarlose Veentje.

Deel:
Categoriën: Prehistorie
Stèle met een afbeelding van een moeder met kind (Pergamonmuseum, Berlijn)

Het oudste Babylon

12 oktober 2021

U kent de stad als Babylon, maar dat is Grieks. Het geeft de naam Babillu weer, een naam uit een onbekende taal. Later, toen de bewoners van Mesopotamië Semitische talen als Akkadisch waren gaan spreken, dus na pakweg 2400 v.Chr., herkenden ze er twee van hun eigen woorden in: Bab en ili, “poort der goden”. We zouden meer over de oudste fase van de stad weten, maar de resten liggen onder het grondwaterpeil van de Eufraat en opgraving is vrijwel onmogelijk. Uit schriftelijke bronnen blijkt echter dat de stad belangrijker begon te worden na de val van het rijk van de Derde Dynastie van Ur, toen de Amorieten het gebied binnenvielen en de macht overnamen in Babili.

Het oude Babylonische Rijk

Mesopotamië assimileerde nieuwkomers eigenlijk altijd en de Amorieten waren geen uitzondering. Ze kregen weliswaar de macht maar “mesopotamiseerden”. In het eerste kwart van het tweede millennium v.Chr. verenigde Babylon, onder leiding van een van oorsprong Amoritische dynastie, het Tweestromenland. De bekendste koning van dit Oud-Babylonische Rijk is Hammurabi. Hij leefde in de eerste helft van de achttiende eeuw. Er speelt hier een fascinerende chronologische kwestie, waarover ik hier blogde. Als u geïnteresseerd bent in de pervertering van het oudheidkundig debat, is dit stukje iets voor.

Deel:
Categoriën: Babylonië
Hunebed D11 bij Anloo

Hunebed van de dag: D11 (Anloo-Zuid)

11 oktober 2021

Toen ik het had over hunebed D8 vermeldde ik dat het lag bij de kruising van de oeroude oost-west-weg van D7 naar D9 met de zuid-noord-weg van Anloo naar Zuidlaren. Aan die tweede weg lagen enkele verdwenen hunebedden en voorbij Anloo vinden we hunebed D11. Het op twaalf na noordelijkste hunebed in Nederland is aan de smalle kant: terwijl de hunebedbouwers meestal iets neerzetten van een meter of vier breed, meet dit monument een goede 3½ meter. Het is 9½ meter lang.

De website Hunebeddeninfo.nl noemt het een tamelijk gewoon hunebed, niet erg groot, niet erg klein, zonder speciale kenmerken maar gelukkig ook niet erg beschadigd. ’t Is krek zo. Hunebedden.nl is iets romantischer en adviseert hier in stilte vijftig eeuwen geschiedenis op je te laten inwerken. Het is niet moeilijk die goede raad op te volgen, want je bent hier vrijwel alleen.

Deel:
Categoriën: Prehistorie
De ziggurat van Aššur

Aššur, de eerste hoofdstad van Assyrië

10 oktober 2021

Vandaag zijn de verkiezingen in Irak, dus dat is een ongezochte gelegenheid om eens te bloggen over Aššur. Gelegen op de westelijke oever van de rivier de Tigris, was dit de eerste hoofdstad van Assyrië. En ook deze stad was oeroud. Bij de tempel van de godin Ištar vonden archeologen voorwerpen uit de tweede helft van het derde millennium v.Chr. Toen was Aššur nog een stadstaat met een wat groot ommeland, niet anders dan Susa in Elam. De bewoners personifieerden hun stad als een godheid, eveneens Aššur geheten, en noemden het ommeland Mât Aššur, het land van de god Aššur.

Deze stadstaat had nauwe banden met de Sumerische steden in het zuiden en moest zich onderwerpen aan koning Sargon van Akkad. Nadat diens rijk door de klimaatcrisis rond 2200 v.Chr. ten onder was gegaan, herenigden de heersers van de Derde Dynastie van Ur Mesopotamië. Net als Sargon voor hen stuurden ze gouverneurs naar Aššur. De belangrijkste resten uit deze tijd zijn de tempel van Ištar en het Oude Paleis.

Deel:
Categoriën: Assyrië
Domitianus (Capitolijnse Musea, Rome)

Domitianus en de Fiscus Judaicus

10 oktober 2021

Op zondag blog ik meestal over het Nieuwe Testament en ik was blijven steken bij de Bergrede. Ineens realiseerde ik me dat in mijn reeks iets ontbreekt. Ik neem steeds aan dat u weet dat de evangeliën zijn geschreven tussen pakweg 65 en 95 n.Chr. Over de datering van het Marcusevangelie is overigens wat discussie. Volgens Europese geleerden kort voor de verwoesting van de tempel in 70, volgens Amerikaanse geleerden kort daarna. De evangeliën van Matteüs, Lukas en Johannes ontstonden ergens in de jaren tachtig of negentig. Ze zijn geschreven tegen de achtergrond van de regering van keizer Domitianus, die in 81 onverwacht aan de macht kwam en vijftien jaar later werd vermoord.

Zijn regering markeert het scheiden der wegen (the parting of ways) van christendom en rabbijns jodendom. Een misleidende naam overigens, aangezien er ook veel is geweest dat de twee bleef verbinden. Het valt echter niet te ontkennen dat eind eerste eeuw het Joodse volk transformeerde in twee gescheiden religies. Enerzijds waren er Joden die het leiderschap aanvaardden van in Yavne opgeleide rabbijnen, die (onder meer) de farizese traditie voorzetten; anderzijds waren er volgers van een christelijk leiderschap, waarvan het karakter niet helemaal duidelijk is. Over de Twaalf horen we niets meer en de apostelen waren zo niet dood dan toch oud en der dagen zat.

Deel:
Hunebed D10 bij Gasteren

Hunebed van de dag: D10 (Gasteren)

9 oktober 2021

Je kunt het op elf na noordelijkste hunebed in Nederland natuurlijk gewoon aanduiden als hunebed D10. Dat zou niet de verkeerde aanduiding zijn voor het bij Gasteren gelegen monument. De bijnaam van het hunebed spreekt echter iets te veel tot de verbeelding om haar onvermeld te laten. Het heet namelijk ook de Duivelskut (eigenlijk Duvels kutte). En dat betekent helaas inderdaad wat u denkt dat het betekent.

Het ligt niet aan mij. Ik heb nog gekeken of het mogelijk was dat het ging om een kot, dus een kamer of een stal. Niet alleen is dat wat keuriger, maar een hunebed lijkt ook wat meer op een schaapskooi dan op een geslachtsdeel. Denk ik althans. Ik beken namelijk dat ik nog nooit het geslacht van een duivelin heb gezien. Dus misschien vergis ik me.

Deel:
Categoriën: Prehistorie
Hunebed D2 bij Westervelde

Hunebed van de dag: D2 (Westervelde)

8 oktober 2021

Er gaan natuurlijk dagen voorbij zonder dat u denkt aan hunebed D2, maar het is werkelijk het op tien na noordelijkste hunebed in Nederland. Het is acht meter lang en drie meter breed, dus niet opvallend groot. Ik heb er weinig over te vertellen, want de kelder van het monument is nooit wetenschappelijk onderzocht. En maar de helft van dit hunebed is over, want men heeft geprobeerd het te slopen (net als D14 en D44).

Net als hunebed G1, dat bij een doodijsgat lag, ligt ook hunebed D2 bij een meertje. Meer precies: het ligt bij een pingoruïne. Dat wil zeggen dat hier in een van de ijstijden een heuvel met een kern van ijs heeft gelegen. Toen het ijs smolt, bleef het gesmolten water achter en ontstond een ronde krater. Ook hunebed D35 ligt naast een pingoruïne. Blijkbaar hadden de hunebedbouwers een voorliefde voor dit soort meertjes.

Deel:
Categoriën: Prehistorie
Reconstructie van de Dame van Schengencultr

De Dame van Schengen

8 oktober 2021

Het eerste kwart van de vijfde eeuw v.Chr. markeert in de regio van Lotharingen via de Elzas, Baden-Württemberg en Beieren naar Bohemen de overgang van de Hallstatt– naar de La Tène-tijd. Die laatste archeologische cultuur mag u Keltisch noemen. De eerste ook wel, want de tweede komt er geleidelijk uit voort. Er zijn echter wel verschillen. Het makkelijkst te onthouden is dat de wagens in Hallstatt-graven vier wielen hebben (zoals), terwijl La Tène-wagens er twee hebben. Het zijn echte strijdwagens en de opkomst van La Tène gaat dan ook gepaard met agressieve expansie in alle richtingen. Rome is geplunderd in 387/386 en Delfi een eeuw later, terwijl La Tène-krijgers ook Turkije bereikten. In noordwestelijke richting is de onlangs ontdekte bijzetting bij Heumen een zeer vroeg La Tène-graf. Het duidt op culturele expansie.

Uit die overgangstijd dateert ook een vijftal graven dat in 1995-1998 is gevonden bij Schengen in het uiterste zuidoosten van Luxemburg, tegen de Moezel aan (hier). Wonderlijk genoeg lag het kwintet tussen de Bronstijdgraven, drie eeuwen ouder. Het is echter nog wonderlijker.

Deel:
Categoriën: Kelten, Prehistorie

Romeinse wegen

7 oktober 2021

Een boek waaraan je zelf hebt meegewerkt, dat kun je natuurlijk niet recenseren. Als je iets positiefs zegt, sta je onder verdenking een bevriende schrijver een handje te willen helpen; als je iets negatiefs zegt, heb je de auteur een rotstreek geleverd door niet tijdig te waarschuwen. Dat weerhoudt me er niet van uw aandacht te vragen voor een net verschenen boek van Robert Nouwen, die alles weet over het Romeinse erfgoed in Haspengouw, dus zeg maar de omgeving van Tongeren. Zijn nieuwste boek heet De Romeinse heerbaan. De oudste weg door de Lage Landen.

Deel:
Koninklijke jagers (Nationaal Museum van Irak, Bagdad)

Een leeuwenjacht uit Uruk

6 oktober 2021

Nog maar eens, na die mooie vaas, een plaatje van een leeuwenjacht uit Uruk. Het reliëf met twee jagers is ongeveer even oud als de vaas en gemaakt van zwart graniet. Dat gesteente komt in Mesopotamië nergens voor en moet zijn geïmporteerd uit bijvoorbeeld de omgeving van Natanz in Iran. Het oogt op het eerste gezicht wat primitief, maar let eens op de boogschutter onderaan, die zijn schouders heeft opgetrokken, zoals je doet als je een pijl aanlegt. En kijk eens hoe levensecht die drie leeuwen opspringen.

De vraag wat het voorstelt is misschien verkeerd gesteld. Mensen maken dingen omdat ze die mooi vinden en het hoeft niet per se iets voor te stellen. (Mij persoonlijk stoort het altijd een beetje als een museumgids, uiteraard met de beste bedoelingen, een kunstvoorwerp meteen gaat uitleggen en je niet eerst even tijd laat om het op je te laten inwerken.) Tegelijk: mensen herkennen vormen en maken die na. De vraag wie deze twee jagers zijn, is wel degelijk legitiem. Het is dan opvallend dat hij kapsel heeft en een wat lang gewaad zoals we kennen van vorsten uit deze tijd.

Deel:
Categoriën: Sumerië