De Germanen in Bonn

19 juli 2021

Vorige week bezocht ik de tentoonstelling “Germanen. Eine archäologische Bestandsaufnahme” in het Landesmuseum in Bonn. De organisatoren nemen het begrip “Germanen” ruimtelijk breed: ze behandelen niet alleen de antieke bewoners van de Noordduitse Laagvlakte (de zogeheten Jastorfcultuur), maar ook Scandinavië en de Przeworskcultuur uit Polen. Dat ze de netten hiermee niet al te wijd werpen, zie je goed als je kijkt naar bijvoorbeeld de producten van de edelsmeden. Het met dieren versierde beslag van ceinturen, was overal hetzelfde.

Deel:
Categoriën: Germanië, Musea
Speelbord uit Vimose

Dobbelende Germanen

18 juli 2021

De Germanen, die verdobbelden hun vrouwen: ik weet niet waar het idee vandaan is gekomen, maar het lijkt een misverstand dat is ontstaan door een passage uit Tacitus’ Germania. Die passage is overigens al bizar genoeg. Hier is ze, vertaald door Vincent Hunink:

Dobbelen doen de Germanen, wonderlijk genoeg, nuchter en als iets ernstigs. Met zoveel fanatisme in winnen of verliezen dat ze als alles is verspeeld bij de laatste en uiterste worp hun vrijheid en lichaam inzetten. De verliezer gaat vrijwillig in slavernij: hoe jong ook, hoe sterk ook, hij laat zich dan boeien en verkopen. Zo ijselijk consequent kan men zijn in iets verkeerds. Zelf spreken ze van “erezaak”. Zulke slaven verhandelt men, om ook zelf de smaad van zo’n zege kwijt te raken. (Tacitus, Germania 24)

Deel:
Categoriën: Germanië
Fausta

Fausta

18 juli 2021

Over Trier heb ik al eens eerder geschreven: oppidum van de stam der Treveri, legioenkamp uit de tijd van Caesar, een Romeins fort op de Petriberg, brug over de Moezel, voornaamste nederzetting van een belangrijke Romeinse gemeente, residentie van de Gallische keizer Victorinus en van de Romeinse heerser Constantijn de Grote, ballingsoord van Athanasios van Alexandrië, woonplaats van de jonge Ambrosius, hoofdstad van Arbogast de Jongere, middeleeuwse bisschopsstad. De stad ook van Karl Marx, waar de plaatselijke krant al sinds jaar en dag de Trierische Volksfreund heet (zie ook onder Marat, Jean-Paul) en het lokale bier reclame maakt met “Das Bier von Trier”.

Twee oudheidkundige musea: het grote en wat onoverzichtelijke Rheinisches Landesmuseum, waar vondsten uit de wijde omgeving zijn te zien, en het Museum am Dom, dat voorwerpen toont die zijn opgegraven rond de grote kerk. Die gaan terug tot de Oudheid, toen in dit deel van de stad enkele prachtige huizen stonden, die ten tijde van Constantijn werden geïntegreerd in het keizerlijk paleis. (U kunt de basiliek die daar deel van uitmaakte, kennen, want het is een van de bekendste monumenten van Trier.)

Deel:
Categoriën: Romeinse Keizerrijk
Schildknop uit Gommern

Het werk van Wieland

17 juli 2021

Een van de bekendste figuren uit de Germaanse sagen is de smid Wieland, die de diverse soorten metaal adembenemend knap kon bewerken. Volgens een van de bekendste verhalen, opgenomen in de Lied-Edda, waren zijn beenspieren doorgesneden om te verhinderen dat hij het hof van zijn koning zou ontvluchten; het motief van de hinkende smid is natuurlijk ook bekend uit de Griekse verhalen, waarin de god Hefaistos mank loopt.

Wieland neemt wraak door de twee zonen van de vorst te doden, sierraden van hun lichaamsdelen te maken, ’s konings dochter te verkrachten en na dit geweldsexces à la Daidalos weg te vliegen. (Het verhaal eindigt met woorden waarin de prinses, die een ongewild kind zal baren, haar onmacht benoemt.) Er zijn andere verhalen, ook vanaf het Europese vasteland, en ook afbeeldingen, zoals de Steen van Ardre.

Deel:
Categoriën: Germanië
Dobbeltoren (Rheinisches Landesmuseum, Bonn)

Teerlingen werpen

16 juli 2021

Vorig jaar publiceerde Vincent Hunink zijn vertaling van de boeken 13 en 14 van Martialis, Feest in het oude Rome, waarvoor ik de beeldredactie verzorgde. In deze boeken wijdt de dichter gedichtjes aan allerlei hapjes en cadeautjes zoals de Romeinen die aan elkaar gaven tijdens het feest van Saturnus. Een van de gedichtjes was gewijd aan een turricula, een “torentje”. Dat was een instrument waarmee mensen eerlijk konden dobbelen. In het gedichtjes is de dobbeltoren aan het woord.

Een slinkse hand gooit kootjes graag zoals hij zelf heeft voorgekookt. Maar lukt dat metterdaad met mij? Dan heeft hij puur geluk.

Deel:
Categoriën: Romeinse Keizerrijk
Trajanus als stuurman

Trajanus, de grote roerganger

15 juli 2021

Voor de collega’s van Historizon begeleid ik deze week een reis door het Rijnland. We bezochten de gereconstrueerde Romeinse stad Xanten, de Germanen-expositie in het Landesmuseum in Bonn (aanrader!) en het Romeinse fort Saalburg. Gisteren, de dag waarop de Mainzer Beobachter jubileerde, waren we stomtoevallig in Mainz, waar we onder andere het scheepvaartmuseum en de Isistempel bezochten.

Hoewel enkele mensen in de groep de gebrandschilderde ramen van Marc Chagall wilden zien, ondanks mijn verzekering dat die in Keulen waren, was het leuk terug te zijn in deze stad, waar ik rond 2003 ooit bij toeval belandde en waarvoor ik altijd een zwak heb gehad. Later deze week bezoeken we in Belginum en Mehring locaties van het Romeinse platteland, en via de keizerlijke hoofdstad Trier en de mooie Romeinenexpositie in Tongeren keren we naar Nederland terug, als dat niet in de tussentijd is weggespoeld.

Deel:
Op weg naar de Montgenèvre

Door berg en dal met Hannibal: de Alpen

13 juli 2021

Ik had u een stukje beloofd over Hannibals opmars naar de Alpen. Het probleem is, zoals ik in eerdere stukjes heb verteld, dat de informatie uit onze bronnen te weinig, te ambigu en te inconsistent is om te passen bij het landschap. De meeste hannibalisten hebben al een idee van de oplossing, bedenken een route om bij hun Col de Teloutel te komen en interpreteren de ambigue informatie om daarbij te passen.

Immers, de in de bronnen vermelde kale rotspartijen, nauwe kloven en steile hellingen zijn overal te vinden, waarbij we nog in het midden zullen laten dat de woorden “kaal”, “nauw” en “steil” vrij vaag zijn. De afstand die Hannibals mannen per dag oprukten, kan al naar gelang het uitkomt de vijftien kilometer zijn die antieke legers normaliter op één dag aflegden, of twintig kilometer omdat Hannibal haast had, of tien kilometer omdat men marcheerde door zwaar terrein. Voeg een marge toe van een kilometer of wat en er is er altijd wel een kale rots, een nauwe kloof of een steile helling te vinden op het punt waar de hannibalist die wil hebben. Als het desondanks niet lukt, is het altijd nog mogelijk aan te nemen dat Livius en Polybios, die allebei dezelfde tekst hebben bewerkt, toevallig allebei hebben verzuimd een vermelding van een markant punt over te nemen.

Deel:

Eigenlijk zou de DNA-revolutie “hermeneutische revolutie” moeten heten

12 juli 2021

Ik heb het regelmatig over de DNA-revolutie. Dat zou momenteel het belangrijkste thema in de oudheidkunde moeten zijn. Simpel gezegd: het bioarcheologische onderzoek toont dat mensen in het verleden opvallend mobiel waren en dat heeft vérstrekkende implicaties voor de bestudering van de oude teksten. Het zou misschien beter een “hermeneutische revolutie” kunnen heten, dan hadden was duidelijker waar het over gaat.

Deel:
Christus als wetgever op een piepklein bergje. Detail van een sarcofaag uit Rome (Louvre, Parijs)

De Bergrede (3)

11 juli 2021

Het zal u niet zijn ontgaan dat ik afgelopen week in Frankrijk was om de laatste hand te leggen aan mijn boek Hannibal in de Alpen. Als u het niet merkte door het reeksje van woensdag, donderdag, vrijdag en zaterdag, dan was het misschien door dit draadje op Twitter. Er was door alle drukte weinig tijd om mijn wekelijkse stukje over het Nieuwe Testament voor te bereiden, maar gelukkig kan ik u een alternatief bieden. Of beter: twee.

Ik blogde onlangs over de vraag of Jezus kon lezen en schrijven. Daarover is nu ook dit stuk van Jan Krans te lezen op de blog van de Protestantse Theologische Universiteit. Aanbevolen.

Deel:
Categoriën: Christendom, Jodendom
De Drac

Door berg en dal met Hannibal: de Drac

10 juli 2021

De tocht van Hannibal over de Alpen mag dan een non-probleem zijn, het is een leuk onderwerp om uit te leggen wat oudheidkundigen nu eigenlijk doen. Stap één: je stelt de tekst vast van onze bronnen (Polybios en Livius dus). Stap twee: kijk hoe die zich tot elkaar verhouden. Stap drie: distilleer welke aanwijzingen je nu eigenlijk hebt. Stap vier: pas deze informatie in het landschap.

Vage informatie

Over stap één hebben we het gehad toen we het hadden over de Arar/Skaras. De uitkomst van stap twee is dat de twee bronnen teruggaan op een getuige én dat Livius daar iets aan toevoegde uit Timagenes van Alexandrië. Stap drie is dat de resterende informatie te gering, te ambigu en te inconsistent is om stap vier te zetten. Dat wil niet zeggen dat we helemáál niets weten. We weten dat er twee oerbronnen waren: de getuige achter Polybios en Livius én de informatie van Timagenes.

Deel: