Etruskische dansers in het Graf van het Triclinium (Tarquinia)

De Akkerbroeders

20 november 2020

De volgende inscriptie is opgetekend in de derde eeuw na Christus, maar de Oudlatijnse tekst was zo onbegrijpelijk, dat de laaggeletterde steenhouwer waarschijnlijk geen idee had wat hij aan het beitelen was (tekstvariaties als pleores/ pleoris en semunis/ simunis vallen te verklaren als overschrijffouten). De tekst, een gezang of gebed, behoort misschien wel tot de oudste Latijnse teksten die ons zijn overgeleverd.

Hoewel het gebed kennelijk in de late oudheid nog werd opgezegd, moet de inhoud ervan voor een derde-eeuwse Romein geklonken hebben zoals wij de woorden van het Oudhollandse volkslied ‘Vier weverkens zag men ter botermarkt gaan’ ervaren. Het klinkt bekend, maar wat er precies mee bedoeld wordt, is even puzzelen. Het lied werd gezongen door de Fratres Arvales oftewel ‘de Akkerbroeders’, een groep van twaalf priesters, die volgens de legende ontstaan was in de tijd van Romulus en de beginjaren van de stad Rome. Ieder jaar, in mei, organiseerden de broeders een offerfestival ter ere van Dea Dia (een Romeinse variant van Demeter) om vruchtbaarheid over de geploegde akkers af te roepen. Dit lied werd waarschijnlijk gebruikt in de processie.

Deel: