Het slagveld bij het Trasimeense Meer

Hannibal: van Saguntum tot Cannae

18 augustus 2021

[Dit is het tweede van vier stukjes over het leven van de Karthaagse veldheer Hannibal. Het eerste was hier.]

Terwijl in Karthago diplomaten spraken over de uitlevering van Hannibal, was deze bezig met de voorbereiding van een grote oorlog. Hij benoemde zijn broer Hasdrubal tot bevelhebber in Iberië, en stak in de zomer van 218 v.Chr. de rivier de Ebro over om de verovering van het Iberisch schiereiland te voltooien. Het was oorlog, zoveel was duidelijk. Onmiddellijk stuurde Rome versterkingen naar Sicilië, waar het de belangrijkste Karthaagse aanval verwachtte. De Romeinse vloot bleek oppermachtig, schakelde de Karthaagse vloot uit en verhinderde zo dat Hannibal overzee bevoorraad zou worden als hij in Italië was. Dit zou de komende jaren maar één keer gebeuren.

Deel:
De Selle

Verliefd, verloren

2 augustus 2021

Een noot in een publicatie van vondsten uit Thuin waarvan ik de gegevens momenteel niet bij de hand heb, was de eerste keer dat me opviel dat er weer mensen zijn die denken dat de Sabis de Samber is. Terwijl het gaat om de Selle.

Wellicht verdient dat enige uitleg.

Deel:
Categoriën: Romeinse Republiek
Op weg naar de Montgenèvre

Door berg en dal met Hannibal: de Alpen

13 juli 2021

Ik had u een stukje beloofd over Hannibals opmars naar de Alpen. Het probleem is, zoals ik in eerdere stukjes heb verteld, dat de informatie uit onze bronnen te weinig, te ambigu en te inconsistent is om te passen bij het landschap. De meeste hannibalisten hebben al een idee van de oplossing, bedenken een route om bij hun Col de Teloutel te komen en interpreteren de ambigue informatie om daarbij te passen.

Immers, de in de bronnen vermelde kale rotspartijen, nauwe kloven en steile hellingen zijn overal te vinden, waarbij we nog in het midden zullen laten dat de woorden “kaal”, “nauw” en “steil” vrij vaag zijn. De afstand die Hannibals mannen per dag oprukten, kan al naar gelang het uitkomt de vijftien kilometer zijn die antieke legers normaliter op één dag aflegden, of twintig kilometer omdat Hannibal haast had, of tien kilometer omdat men marcheerde door zwaar terrein. Voeg een marge toe van een kilometer of wat en er is er altijd wel een kale rots, een nauwe kloof of een steile helling te vinden op het punt waar de hannibalist die wil hebben. Als het desondanks niet lukt, is het altijd nog mogelijk aan te nemen dat Livius en Polybios, die allebei dezelfde tekst hebben bewerkt, toevallig allebei hebben verzuimd een vermelding van een markant punt over te nemen.

Deel:
De Drac

Door berg en dal met Hannibal: de Drac

10 juli 2021

De tocht van Hannibal over de Alpen mag dan een non-probleem zijn, het is een leuk onderwerp om uit te leggen wat oudheidkundigen nu eigenlijk doen. Stap één: je stelt de tekst vast van onze bronnen (Polybios en Livius dus). Stap twee: kijk hoe die zich tot elkaar verhouden. Stap drie: distilleer welke aanwijzingen je nu eigenlijk hebt. Stap vier: pas deze informatie in het landschap.

Vage informatie

Over stap één hebben we het gehad toen we het hadden over de Arar/Skaras. De uitkomst van stap twee is dat de twee bronnen teruggaan op een getuige én dat Livius daar iets aan toevoegde uit Timagenes van Alexandrië. Stap drie is dat de resterende informatie te gering, te ambigu en te inconsistent is om stap vier te zetten. Dat wil niet zeggen dat we helemáál niets weten. We weten dat er twee oerbronnen waren: de getuige achter Polybios en Livius én de informatie van Timagenes.

Deel:
De samenvloeiing van Rhône en Isère

Door berg en dal met Hannibal: het Eiland

9 juli 2021

Een van de problemen waarmee hannibalisten, zoals de Fransen degenen noemen die zich bezighouden met de onbeantwoordbare vraag waar Hannibal de Alpen overstak, te maken krijgen, is de positie van het Eiland. Hier begon Hannibal aan zijn opmars naar de Alpen. Ik heb al eens geblogd over de problematiek. De ene bron, Titus Livius, schrijft dat het een landtong was tussen de Rhône en de Arar ofwel Saône. Dan zou Eiland bij het huidige Lyon zijn, dat immers ligt waar de Saône samenkomt met de Rhône. De andere bron, Polybios, noemt de rivier Skaras.

De Isère

De tegenspraak is maar één probleem – en het makkelijkste. Arar kan niet. De Saône is te ver van de oversteekplaats waarover ik eergisteren blogde. Polybios geeft namelijk een afstandsschatting en noemt ook dat die afstand in vier dagen was te overbruggen. Zelfs vanaf de noordelijkste kandidaat-oversteekplaats is Lyon te ver. De meeste hannibalisten houden het erop dat de rivier de Isère, de antieke Isara, dezelfde is als Skaras. U ziet hierboven de samenstroming van Isère en Rhône, even ten noorden van Valence.

Deel:

Door berg en dal met Hannibal: de Tricastijnen

8 juli 2021

Even afgezien van het feit dat de vraag waar Hannibal de Alpen overstak totaal irrelevant is en niet beantwoord kan worden: de kwestie is nuttig om uit te leggen hoe veelkleurig de oudheidkunde is. Het begint met een analyse van wat er nu feitelijk in de bronnen staat, vervolgens probeer je te doorgronden hoe de bronnen zich tot elkaar verhouden, en zo stel je vast welke informatie je nu feitelijk hebt. Daarna ga je kijken welke Alpenpassen en routes aan die informatie voldoen.

Deel:

Door berg en dal met Hannibal: de Rhône

7 juli 2021

In januari verschijnt mijn boek Hannibal in de Alpen, dat in maart zal worden gevolgd door de prequel over de Eerste Punische Oorlog, waarover ik het al eens had. Er moesten over het Hannibalboek, waarin ik uitleg waarom we niet weten kunnen waar deze de Alpen overstak, nog wat inhoudelijke puntjes op de i worden gezet en dus huurde mijn zakenpartner een auto en zijn we maandag naar de Alpen gereden. Of beter, we reden maandag tot Beaune en wilden vandaag via Avignon de Alpen in, maar de Ronde van Frankrijk en een reeks regenbuien zorgden ervoor dat we niet verder dan zijn gekomen dan Avignon. Wat al mooi genoeg is.

Deel:
Afgietsel van een reliëf met twee oorlogsschepen uit Napels (Museum für antike Schifffahrt, Mainz)

De tweede zeeslag bij Marseille

3 juli 2021

Als ik u zeg dat het de derde was van de maand sextilis, als ik toevoeg dat het was in het jaar waarin Marcellus en Lentulus consuls van Rome waren, en als ik dat omreken naar 3 juli 49 v.Chr. op onze kalender, dan weet u dat u bent beland in een nieuwe aflevering van de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?”

Nou, het zou best kunnen zijn dat Caesar in Ilerda, waar hij zojuist de troepen van de Senaat had verslagen, bericht kreeg over de gebeurtenissen in Marseille, enkele dagen eerder, op de laatste dag van de Romeinse maand quinctilis (ofwel onze 30 juni). Volgens dit mooie programma deed een ijlbode te paard een kleine drie dagen over de 716 kilometer van Marseille naar Ilerda. En het nieuws dat de bode uit Marseille aan Caesar kwam brengen was goed: voor de tweede keer was er een zeeslag geweest en de aanhangers van Caesar hadden gezegevierd.

Deel:
Categoriën: Romeinse Republiek
Reliëf van een antieke zeeslag (Vaticaanse Musea, Rome)

De eerste zeeslag bij Marseille

28 mei 2021

Als ik u zeg dat het 27 juni was, als ik toevoeg dat het was in het jaar waarin Marcellus en Lentulus consuls van Rome waren, en als ik dat omreken naar 28 mei 49 v.Chr. op onze kalender, dan vindt u dat een wat flauw intro. Ik kondigde immers gisteren al aan dat u vandaag zou belanden in een nieuwe aflevering van de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?” En dit keer gaat het eigenlijk niet over Caesar, maar vooral over het beleg van Marseille.

U herinnert zich dat Caesar deze stad voor zich had willen winnen om zijn aanvoerlijnen richting Iberië veilig te stellen. Tijdens de onderhandelingen was Lucius Domitius Ahenobarbus, een generaal in dienst van de Senaat, naar de stad gekomen en hij had alles in staat van verdediging had gebracht. De belegering was begin april begonnen en duurde dus alweer een week of zeven toen de verdedigers een uitval deden. Caesars kolonels, die de belegering voortzetten terwijl hun generaal op weg was gegaan naar Spanje, hadden schepen laten bouwen om te verhinderen dat de belegerden overzee zouden uitbreken. Caesar zelf vertelt, in de vertaling van Hetty van Rooijen:

Deel:
Categoriën: Romeinse Republiek
De driehoofdige Gallische godheid Lugus (Musée Saint-Rémi, Reims)

MoM | De Gallische taal

24 mei 2021

Het oude Gallisch is wat ze een Trümmersprache noemen, een taal waarvan alleen wat sporen zijn overgebleven. De Galliërs, die ooit leefden op de Povlakte en in de regio die we nu Frankrijk noemen, zijn immers tussen 225 v.Chr. en 50 v.Chr. door de Romeinen onderworpen, waarna het Latijn de dominante taal van West-Europa werd. Anders dan in het oosten, waar het Grieks, Egyptisch en Aramees overleefden, verdwenen de westerse talen vrijwel geheel. Zodoende kennen we van het antieke vocabulaire maar zo’n duizend woorden. Het weinige bewijsmateriaal bestaat uit:

een klein maar nog groeiend aantal inscripties (zoals het loden plaatje van Rézé), een vrij groot aantal personennamen (Ambiorix, Vercingetorix…), een eveneens vrij groot aantal plaatsnamen (Noviomagus, Lugdunum…), met riviernamen als speciale categorie (Axona, Isara…), Indo-Europese oervormen, kanttekeningen in antieke teksten.

Een voorbeeld van dat laatste is de opmerking van de laatantieke auteur Orosius dat de Gaesatiërs (die ooit de Galliërs op de Povlakte te hulp schoten in een oorlog met Rome) geen stam waren maar een groep huurlingen, wat op zichzelf natuurlijk zomaar een losse claim is, maar wordt bevestigd doordat het woord gaiso “speer” betekent. Het zijn dus speerwerpers.

Deel:
Categoriën: Kelten, Prehistorie