Synopsis van drie parallelle evangelieteksten

Het eerste “Baptist Block” (1)

7 februari 2021

Ik begon vorige week aan wat ik maar even een systematische verkenning van alle informatie over Johannes de Doper zal noemen. Ik behandelde vorige week al de opening van het Marcus-evangelie, waarin ik de Doper plaatste in de context van de joodse rituele baden. Een verschil dat ik toen had kunnen noemen, maar vergat, was dat die joodse baden meer dan eens kunnen worden genomen terwijl het doopritueel dat van Johannes via Jezus naar het christendom is gekomen, een eenmalige handeling is.

Vandaag wil ik ingaan op eerste van de twee zogeheten “Baptist blocks” uit Q, de bron met uitspraken van Jezus – echt of onecht maar in elk geval vrij oud – die is gebruikt door Matteüs en Lukas. Concreet heb ik het nu over Matteüs 3.7-12 en de parallel in Lukas 3.7-18. Voor de aardigheid zet ik ze eens (als in een synopsis) naast elkaar, zodat u kunt zien hoe nauw de parallellen zijn. Het komt overigens uit de Nieuwe Bijbelvertaling.

Deel:
Categoriën: Christendom, Jodendom
Grafsteen van Autronius Bassus van de Cohors Italica (Tyrus)

Het eerste “Baptist Block” (2)

7 februari 2021

Nu u in het vorige stukje hebt gezien dat Matteüs en Lukas overeenkomsten hebben, en we dus mogen aannemen dat er een gemeenschappelijke bron is (namelijk Q), kunnen we ook constateren dat er een verschil is. Bij Lukas richt Johannes zich nog enkele keren tot mensen, tollenaars en soldaten. Matteüs vermeldt niets. Er zijn twee opties: óf Lukas voegt iets toe óf Matteüs laat iets weg.

Dit is een superbelangrijke kwestie. Als Johannes zich namelijk werkelijk richtte tot soldaten, was hij van mening dat er bij het naderende Laatste Oordeel ook redding mogelijk was voor niet-Joden. Welke soldaten kunnen er immers aan de Jordaan hebben gestaan? We kennen vijf van de zes legereenheden die in aanmerking komen. Om te beginnen waren er de Ala I Sebastenorum en de Cohors I Sebastenorum, een ruiterij- en een infanterie-eenheid uit Samaria, vrijwel zeker gelicht door koning Herodes. Verder kennen we de Cohors (Prima) Italica Civium Romanorum, de Cohors Secunda Italica Civium Romanorum en de Cohors Prima Augusta. Deze drie eenheden kwamen uit Italië. Het waren geen Joden tot wie Johannes sprak. Althans, als Matteüs iets uit Q heeft weggelaten, Lukas iets uit Q heeft overgeschreven én het betrouwbaar is.

Deel:

De niet-kerstster

5 januari 2021

Nee, er waren geen Drie Koningen bij de geboorte van Jezus. En ook geen Drie Wijzen. En evenmin was er een ster. Ik weet het, ze staan allemaal in elke kerststal, samen met een ouderlijk paar, een baby Jezus, een os, een ezel, een kudde schapen, minimaal één engel en een onbepaald aantal herders. Maar hoe charmant kerststalletjes ook zijn, opgemeld drietal heeft niets met de geboorteverhalen te maken. In de middeleeuwse volkscultuur zijn twee tradities samengevoegd die weinig met elkaar te maken hebben.

Brefos en paidion

Lukas beschrijft in zijn evangelie Maria’s zwangerschap, een volkstelling, een tocht van Nazaret naar Bethlehem, geen plaats in de herberg, de geboorte en de herders. In dit verhaal is sprake van een baby, brefos. Niets van dat alles bij Matteüs, waar Maria in een huis in Bethlehem woont als de oosterse wijzen haar kind komen vereren. Het kind is geen brefos meer maar is al een paidion. Dat woord beschrijft een oude baby of een jonge peuter, laten we zeggen een kind van tussen de zes maanden en twee jaar. Matteüs geeft dit ook aan als hij het heeft over de kindermoord: de slachtoffers waren geen baby’s maar kinderen tot twee jaar.

Deel:
Categoriën: Christendom, Jodendom

Besnijdenis des Heren

1 januari 2021

Dat Jezus een Jood was, zal geen weldenkend mens ter discussie stellen. Lukas, wiens evangelie ik de laatste tijd aan het becommentariëren ben, vermeldt dat de baby op de achtste dag door de besnijdenis werd opgenomen in het Verbondsvolk en de naam Jezus kreeg (Lukas 2.21). Het is onmogelijk het belang van deze passage te overschatten. “Wie niet op de achtste dag wordt besneden, is geen kind van het Verbond dat de Heer sloot met Abraham,” lezen we in Jubileeën, “maar behoort tot de kinderen der vernietiging.” De auteur is er overigens ook zeker van dat de engelen besneden waren geschapen.

Het belang van de besnijdenis stond niet ter discussie, maar de rabbijnse literatuur kent wel wat discussie over detailkwesties, waarvan sommige voorspelbaar zijn: mag je bijvoorbeeld een baby besnijden op de sabbat? Ondanks deze kwesties stond niet ter discussie dat, althans voor mannelijke Joden, de besnijdenis de duidelijkste scheidslijn was tussen enerzijds het Verbondsvolk en anderzijds de Grieken en Romeinen. Uit de Griekse en Latijnse bronnen weten we dat de andere bewoners van het Middellandse-Zee-gebied de besnijdenis ook herkenden als een Joodse gewoonte. Lukas presenteert Jezus dus, voor iedereen begrijpelijk, als Jood.

Deel:
Categoriën: Christendom, Jodendom

Herders in de velden

25 december 2020

Een traditionele kerststal toont zowel de door Lukas vermelde herders als de door Mattheüs vermelde wijzen. Die laatsten hebben niets te maken met de geboorte van Jezus: Mattheüs spreekt van een paidion, een kind, en niet van een baby, brefos. Ik kom er nog op terug. Vandaag de herders, geciteerd in de Nieuwe Bijbelvertaling.

Uitschot

Niet ver daarvandaan brachten herders de nacht door in het veld, ze hielden de wacht bij hun kudde. Opeens stond er een engel van de Heer bij hen en werden ze omgeven door het stralende licht van de Heer, zodat ze hevig schrokken. De engel zei tegen hen: ‘Wees niet bang, want ik kom jullie goed nieuws brengen, dat het hele volk met grote vreugde zal vervullen: vandaag is in de stad van David jullie redder geboren. Hij is de messias, de Heer. Dit zal voor jullie het teken zijn: jullie zullen een pasgeboren kind vinden dat in een doek gewikkeld in een voederbak ligt.’ En plotseling voegde zich bij de engel een groot hemels leger dat God prees met de woorden:

Deel:
Categoriën: Christendom, Jodendom

Quirinius’ volkstelling

24 december 2020

Ik onderbreek de reeks over de Joodse context van het Nieuwe Testament even met een Romeins uitstapje. Van het Lukasevangelie heb ik het eerste hoofdstuk al behandeld, waarin de engel Gabriël de geboorte aankondigt van Johannes de Doper en vervolgens Maria vertelt dat ze moeder zal worden. Gisteren kwamen de geboorte en besnijdenis van Johannes aan de orde. Een en ander onderbroken door een lied van Maria en een lied van Johannes’ vader Zacharia. Het tweede hoofdstuk plaatst ons echter in een volkomen Romeinse context. Het is een van de allerberoemdste teksten uit de Oudheid.

Quirinius

In die dagen kwam er een besluit van keizer Augustus dat er een volkstelling moest gehouden worden in heel zijn rijk. Deze volkstelling had voor het eerst plaats toen Quirinius landvoogd van Syrië was.

Deel:

Gabriël en Maria

20 december 2020

Het mooiste gevelsteentje van Amsterdam is ook een van de oudste: het dateert uit 1571, bevindt zich aan de buitenzijde van de Oude Kerk, ziet uit over de Bierkaai en stelt de Annunciatie voor, het moment waarop de engel Gabriël in Nazaret aan Maria komt melden dat ze in verwachting is. Ik had graag hierboven de foto geplaatst die ik ooit bij de Oude Kerk heb gemaakt, maar ik kan die niet vinden, dus u moet genoegen nemen met bovenstaande Cypriotische icoon.

De lezers van het Lukasevangelie zullen er niet van hebben opgekeken dat Gabriël Maria groet met Χαῖρε, chaire, “wees blij”. Een standaardgroet die je ook in inscripties tegenkomt en werd gebruikt om bijvoorbeeld de keizer te groeten (Ave Caesar). Ook het vervolg, ὁ Κύριος μετὰ σοῦ, “de Heer is met je”, was een standaardformulering, die bijvoorbeeld ook de engel gebruikt die zich richt tot Gideon. En net zoals Gideon, die zo zijn bedenkingen heeft, weet ook Maria niet goed wat ze ermee aan moet. Hoe zal zij, een maagd toch, een kind kunnen krijgen? De engel legt uit dat “de Heilige Geest over haar zal komen” en dat “de kracht van de Allerhoogste” haar zal overschaduwen. Zie nogmaals de icoon hierboven.

Deel:
Categoriën: Christendom, Jodendom