Gladiatoren (reliëf uit Kibyra, nu in het Archeologisch Museum van Burdur)

Dikke gladiatoren? Besluit

10 juni 2021

Kortom: de voorbarige aanname van de onderzoekers van de gladiatorenbotten uit Efese belandde in een tentoonstellingscatalogus, die werd gepubliceerd in een vroeg stadium van het onderzoek, en haalde vervolgens een archeologisch tijdschrift. Daarvandaan verspreidde idee dat gladiatoren dik waren zich naar een algemeen publiek. Het verdere debat en de recentere onderzoeksresultaten, die niet langer suggereren dat gladiatoren dik waren, kwamen niet verder dan geleerde kringen.

Sommige blogartikelen, die niet waren gericht op het grote publiek maar op gespecialiseerde belangengroepen, verwijzen naar het laatste onderzoek, maar richten zich nog steeds op de theorie van dikke gladiatoren, en weerleggen de ideeën over de mollige strijders. Helaas hebben Kanz en Grossschmidt nooit expliciet vermeld dat de gladiatoren geen strikt vegetarisch of veganistisch dieet hadden, waardoor een moderne misvatting over gladiatoren ruim baan kreeg.

Deel:
Categoriën: Romeinse Keizerrijk
Een murmillo (Efese)

Dikke gladiatoren?: Kritiek

9 juni 2021

Op Ben Millers blog over alles wat te maken heeft met schermen, “Out of this Century”, analyseerde gastauteur David Black Mastro in 2010 de dikke-gladiator-theorie. Hij verwerpt de aanname dat onderhuids vet een bescherming zou zijn tegen snijwonden, omdat dit “de verwoestende aard van antieke scherpe wapens negeert”.

In plaats van te kijken naar gladiatorenwapens, kijkt hij naar de militaire zwaard, de gladius hispaniensis. Wie echter kijkt naar afbeeldingen van gladiatoren, vooral degenen die een gladius gebruiken zoals de murmillo en de provocator, ziet echter dat hun zwaard korter is dan welk type militair zwaard dan ook. Michael Carter merkte op dat, vooral in het oostelijke deel van het Romeinse Rijk, er twee verschillende soorten gladiatorenwedstrijden waren. Een met dichtgeknoopte zwaardpunten, de andere met scherpe zwaardpunten. Romeinen achtten steken hoger dan snijden. De dodelijkheid van een stekend wapen zoals de gladius werd natuurlijk weggenomen met een dichtgeknoopte punt. Dit kan ook een reden zijn geweest, waarom geen gladiator van de school in Pergamon stierf toen Galenus daar als arts werkzaam was.

Deel:
Categoriën: Romeinse Keizerrijk
Gladiatorreliëf van de Villa van Dar Buc Ammera

Dikke gladiatoren? De eerste conclusies

8 juni 2021

Wanneer kwam dit idee van de dikke gladiatoren voor het eerst naar voren? De eerste keer dat dit wordt geopperd, is in de tentoonstellingscatalogus Tod am Nachmittag – Gladiatoren in Ephesos (2002) op pagina 64 in het hoofdstuk “Leben, Leid und Tod der Gladiatoren. Texte und Bilder der Ausstellung|  door Karl Grossschmidt en Fabian Kanz. In het latere rapport “Stand der Anthopologischen Forschungen zum Gladiatorenfriedhof in Ephesos” uit 2005 reppen ze echter met geen woord van dikke gladiatoren. Wel vergelijken ze gladiatoren met moderne vecht- en krachtsporters. Gladiatoren met een leeftijd tussen 19 en 25 jaar en een gemiddeld gewicht van 70 kg hadden een energiebehoefte van 4800 kcal bestaande uit 19% eiwitten, 30% vetten en 51% koolhydraten, wat neerkomt op een dagelijks rantsoen van 450g witte bonen, 280g gerst en 290g olijfolie. Om in de calciumbehoefte te voorzien, dronken ze de asdrank.

Deel:
Categoriën: Romeinse Keizerrijk
Twee gladiatoren in actie (Römisch-Germanisches Landesmuseum, Mainz)

Dikke gladiatoren: het onderzoek

7 juni 2021

In 2008 interviewde Andrew Curry voor Archaeology Magazine de Oostenrijkse paleopatholoog Karl Grossschmidt over diens onderzoek van de botten van gladiatoren van de begraafplaats in Efese. Grossschmidt vertelde: “Gladiatoren hadden onderhuids vet nodig”, want “zo’n vetkussen beschermt je tegen snijwonden en schermt zenuwen en bloedvaten af in een gevecht”. Hij baseerde dit op het voornamelijk vegetarisch dieet van de antieke vechters, dat bestond uit gerst en bonen. Al snel deed het idee de ronde dat gladiatoren dik waren. Hoe zit dit?

Deel:
Categoriën: Romeinse Keizerrijk
Het Belevi-mausoleum

Het Belevi-mausoleum

20 februari 2021

Ik had het over de Babylonische Oorlog en mijn oud-docent Bert van der Spek, tevens auteur van het handboek waaraan ik een reeks wijd, herinnert me er terecht aan dat de ambities van Antigonos Eénoog en Seleukos de Overwinnaar niet zó verschillend waren. Ze wilden allebei een zo groot mogelijk gebied regeren, ruwweg zoals Alexander had gedaan, en Seleukos is daarin eigenlijk verder gekomen dan Antigonos. Als er een verschil is, is het dat Antigonos’ poging plaatsvond toen het Alexanderrijk nog iets van een levende herinnering was, terwijl Seleukos het veertig jaar na de dood van Alexander probeerde, toen de verdeeldheid in feite een al voldongen feit was geworden.

Seleukos, die heerste over een groot deel van Azië, kreeg zijn kans in 281 v.Chr., toen hij in een conflict verzeild raakte met Lysimachos, een andere opvolger van Alexander. Deze had vanuit Thracië een rijk opgebouwd rond de Egeïsche Zee. Efese was voor hem een residentie en daar wilde hij worden bijgezet. Zijn grafmonument stond veertien kilometer verderop op de plek die Belevi heet. Hij zou er alleen niet worden begraven.

Deel:
Categoriën: Hellenisme
De grot van de Zevenslapers, Efese

De Profeet aan het werk

11 december 2020

Drie eeuwen slapen. En dan wakker worden en terugkeren naar je moederstad – een reis naar de toekomst, zogezegd. En de verbaasde burgers willen pas op grond van harde bewijzen geloven dat je écht ‘uit het verleden‘ bent gekomen. Dat is de kern van het 1500 jaar oude verhaal van de ‘Slapers van Efese’. Het heeft iets van een detective, van Sciencefiction, en mag daarom gerust uniek worden genoemd.

Wanneer en waar dit verhaal precies is ontstaan, weten we niet. De oudste teksten dateren in elk geval van rond AD 500 maar het is ongetwijfeld ouder. Het is waarschijnlijk ontstaan in Syrië, en geschreven in het Syrisch-Aramees . Maar het verhaal werd al spoedig vertaald in het Grieks, Latijn en nog meer talen. In totaal zijn zo’n tweehonderd versies bewaard gebleven (waarvan de helft in het latijn, maar dat is waarschijnlijk een onderzoek bias), wat erop duidt dat het verhaal immens populair moet zijn geweest. Ook Mohammeds volgelingen kenden het en Mohammed besteedde er uitgebreid aandacht aan. Dat wil zeggen, hij gaf er een persoonlijke draai aan die ons iets vertelt over hoe hij zijn volgelingen wist te boeien en aan zich wist te binden.

Deel: