Drusus (Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, Brussel)

Valt te weten waar de Drususgracht lag?

4 oktober 2021

In mijn komende boek Hannibal in de Alpen behandel ik een topografisch probleem: hoe bepaal je de locatie van een in de antieke bronnen genoemde plek? Deze problematiek is gangbaar en elke oudheidkundige weet dat atlassen (zoals) veel schijnzekerheid bieden. Waar lag Waššukanni? Waar op de Atheense Akropolis stond het Parthenon? Welke ruïnes zijn die van Ubar? Zulk onderzoek is te reduceren tot vier deelproblemen.

Tekstkritiek: wat staat er precies in de geschreven bronnen? Bronkritiek: vergelijking van de bronnen om informatie te distilleren Reconstructie van het antieke landschap Plaatsing van de informatie (2) in het landschap (3)

In het geval van Hannibals Alpentocht zijn er voldoende tekst- en bronkritische problemen om te weten dat er onvoldoende informatie is om in het landschap te passen. Einde speurtocht. Dat het Alpenlandschap niet noemenswaardig is veranderd zou stap #3 makkelijk hebben kunnen maken, maar zover komen we dus niet eens. Iets dergelijks, bedacht ik onlangs, speelt op onschuldiger niveau bij de zogeheten Drususgracht, een waterbouwkundig werk dat is vernoemd naar de Romeinse veldheer Drusus.

Deel:
Frankische schijffibula (Rheimisches Landesmuseum, Bonn)

It Belongs in a Museum

29 juli 2021

Mooi hè, deze broche. Ik fotografeerde haar in het Rheinisches Landesmuseum in Bonn. Het voorwerp is gevonden bij Wezel, tegenover Xanten aan de Rijn, en komt uit een vrouwengraf uit de Merovingische tijd. Afgezien van deze gouden broche – de technische term is “schijffibula” – was er was ook een ring, een goudstuk dat als hanger werd gebruikt, een koperen armband, een gordel en een doosje waarin een amulet had gezeten. Dat was niet er niet, dus niet alle voorwerpen zijn geborgen.

In elk geval: de overledene was een chique Frankische dame. Dat blijkt natuurlijk vooral uit de broche, die is gemaakt met een goudsmeedtechniek die bekendstaat als granaat-cloisonné. Als ik het goed begrijp werden daarbij draadjes over de schijf gelegd en vastgesoldeerd, waardoor kleine hokjes ontstonden, die vervolgens werden gevuld met stukjes glas, granaat en andere mineralen. Ik weet niet of ik het helemaal correct uitleg maar de reageerpanelen staan voor u open.

Deel:
Categoriën: Germanië
Ptolemaios’ “Geografie” (Gutenbergmuseum, Mainz)

De wereldkaart van Ptolemaios

22 juli 2021

Vorige week was ik in Mainz en we bezochten het Gutenbergmuseum. Als u het niet kent, moet u er zeker heen gaan. Nergens ter wereld zie je op één plek zoveel wiegedrukken (boeken gedrukt vóór 1500) bij elkaar. Leuke teksten ook, zoals de uitgave van het Corpus Iuris die een van Gutenbergs leerlingen vervaardigde (een ander exemplaar is in Zutphen), teksten van Erasmus en Luther (akkoord: post-1500), de Germania van Tacitus en natuurlijk bijbels, gedrukt door de uitvinder zelf.

Ook het bovenstaande boek is er: een uitgave van PtolemaiosGeografie, een fundamenteel werk. Onze reconstructie van de antieke topografie gaat er voor een belangrijk deel op terug. De landkaarten zijn beroemd. Hierboven ziet u één voorbeeld, maar er zijn in Ptolemaios’ Geografie diverse kaarten opgenomen.

Deel:
Categoriën: Musea, Romeinse Keizerrijk
Fausta

Fausta

18 juli 2021

Over Trier heb ik al eens eerder geschreven: oppidum van de stam der Treveri, legioenkamp uit de tijd van Caesar, een Romeins fort op de Petriberg, brug over de Moezel, voornaamste nederzetting van een belangrijke Romeinse gemeente, residentie van de Gallische keizer Victorinus en van de Romeinse heerser Constantijn de Grote, ballingsoord van Athanasios van Alexandrië, woonplaats van de jonge Ambrosius, hoofdstad van Arbogast de Jongere, middeleeuwse bisschopsstad. De stad ook van Karl Marx, waar de plaatselijke krant al sinds jaar en dag de Trierische Volksfreund heet (zie ook onder Marat, Jean-Paul) en het lokale bier reclame maakt met “Das Bier von Trier”.

Twee oudheidkundige musea: het grote en wat onoverzichtelijke Rheinisches Landesmuseum, waar vondsten uit de wijde omgeving zijn te zien, en het Museum am Dom, dat voorwerpen toont die zijn opgegraven rond de grote kerk. Die gaan terug tot de Oudheid, toen in dit deel van de stad enkele prachtige huizen stonden, die ten tijde van Constantijn werden geïntegreerd in het keizerlijk paleis. (U kunt de basiliek die daar deel van uitmaakte, kennen, want het is een van de bekendste monumenten van Trier.)

Deel:
Categoriën: Romeinse Keizerrijk
Dobbeltoren (Rheinisches Landesmuseum, Bonn)

Teerlingen werpen

16 juli 2021

Vorig jaar publiceerde Vincent Hunink zijn vertaling van de boeken 13 en 14 van Martialis, Feest in het oude Rome, waarvoor ik de beeldredactie verzorgde. In deze boeken wijdt de dichter gedichtjes aan allerlei hapjes en cadeautjes zoals de Romeinen die aan elkaar gaven tijdens het feest van Saturnus. Een van de gedichtjes was gewijd aan een turricula, een “torentje”. Dat was een instrument waarmee mensen eerlijk konden dobbelen. In het gedichtjes is de dobbeltoren aan het woord.

Een slinkse hand gooit kootjes graag zoals hij zelf heeft voorgekookt. Maar lukt dat metterdaad met mij? Dan heeft hij puur geluk.

Deel:
Categoriën: Romeinse Keizerrijk
Trajanus als stuurman

Trajanus, de grote roerganger

15 juli 2021

Voor de collega’s van Historizon begeleid ik deze week een reis door het Rijnland. We bezochten de gereconstrueerde Romeinse stad Xanten, de Germanen-expositie in het Landesmuseum in Bonn (aanrader!) en het Romeinse fort Saalburg. Gisteren, de dag waarop de Mainzer Beobachter jubileerde, waren we stomtoevallig in Mainz, waar we onder andere het scheepvaartmuseum en de Isistempel bezochten.

Hoewel enkele mensen in de groep de gebrandschilderde ramen van Marc Chagall wilden zien, ondanks mijn verzekering dat die in Keulen waren, was het leuk terug te zijn in deze stad, waar ik rond 2003 ooit bij toeval belandde en waarvoor ik altijd een zwak heb gehad. Later deze week bezoeken we in Belginum en Mehring locaties van het Romeinse platteland, en via de keizerlijke hoofdstad Trier en de mooie Romeinenexpositie in Tongeren keren we naar Nederland terug, als dat niet in de tussentijd is weggespoeld.

Deel:
Celtic Fields bij Wekerom (fotoJan van Uffelen)

Celtic Fields

1 juli 2021

De naam “Celtic Field” is een eeuw geleden bedacht door Britse archeologen en is eigenlijk een beetje misleidend. Het begrip suggereert immers dat deze akkers door de Kelten zouden zijn gebruikt. In feit zijn ze veel ouder en jonger: zo oud als de Vroege Bronstijd (ca. 1800 v.Chr.) en zo jong als de Vroege Middeleeuwen (ca. 650 n.Chr.). Bovendien vinden we Celtic Fields bijna altijd buiten het gebied van de La Tène-cultuur: in België, Denemarken, Engeland, Duitsland, Nederland, Polen, en Zweden. Anders gezegd, in heel Noordwest-Europa maar zelden op een plek waar ze Keltisch spraken. Misschien is het halfvergeten Nederlandse woord “raadakker” beter.

Het gaat om kleine, vierkante of rechthoekige akkers. Een typisch voorbeeld meet ongeveer 35×35 meter, hoewel ze ook iets kleiner (30×30 meter) of iets groter (50×50 meter) kunnen zijn. De grootte doet vermoeden dat elke akker door één familie of misschien zelfs door één individu kon worden bewerkt.

Deel:
Categoriën: Lage Landen, Prehistorie

De schepen van Mainz

27 november 2020

Ik ben al jaren niet in Mainz geweest. Dit najaar heb ik even gespeeld met de gedachte er weer eens naartoe te gaan, maar de reisbeperkingen zijn te streng voor een onbekommerd weekendje weg. Niettemin: er zijn daar prachtige musea, waarvan het Gutenberg-Museum het belangrijkste is. Er is ook een tempel voor Isis en de Grote Godenmoeder met een leuke expositie; even verderop is het Landesmuseum met een prachtig lapidarium vol inscripties en sculptuur; nog even verderop is, in dezelfde straat, het Römisch-Germanisches Zentralmuseum. Dat biedt meer dan de naam suggereert, namelijk een overzicht van de antieke cultuur van Egypte tot Byzantium, alsmede een Biergarten.

Maar wat echt bijzonder is, is het Museum für Antike Schifffahrt. De spelfout waar u als de kippen bij bent, is niet de mijne, of beter: sommigen menen dat het museum zijn naam moet spellen zoals het historisch is gegroeid, anderen vinden dat de spelling mee moet gaan met de Rechtschreibreform van ’96. Althans, dat hoorde ik de laatste keer dat ik er was. Van een suppoost die ook vertelt dat de expositiehal ooit is gebouwd als zeppelinfabriek, ben ik echter op alles bedacht. De website toont in elk geval nog steeds beide spellingen.

Deel:
Categoriën: Romeinse Keizerrijk