Speelbord uit Vimose

Dobbelende Germanen

18 juli 2021

De Germanen, die verdobbelden hun vrouwen: ik weet niet waar het idee vandaan is gekomen, maar het lijkt een misverstand dat is ontstaan door een passage uit Tacitus’ Germania. Die passage is overigens al bizar genoeg. Hier is ze, vertaald door Vincent Hunink:

Dobbelen doen de Germanen, wonderlijk genoeg, nuchter en als iets ernstigs. Met zoveel fanatisme in winnen of verliezen dat ze als alles is verspeeld bij de laatste en uiterste worp hun vrijheid en lichaam inzetten. De verliezer gaat vrijwillig in slavernij: hoe jong ook, hoe sterk ook, hij laat zich dan boeien en verkopen. Zo ijselijk consequent kan men zijn in iets verkeerds. Zelf spreken ze van “erezaak”. Zulke slaven verhandelt men, om ook zelf de smaad van zo’n zege kwijt te raken. (Tacitus, Germania 24)

Deel:
Categoriën: Germanië
Celtic Fields bij Wekerom (fotoJan van Uffelen)

Celtic Fields

1 juli 2021

De naam “Celtic Field” is een eeuw geleden bedacht door Britse archeologen en is eigenlijk een beetje misleidend. Het begrip suggereert immers dat deze akkers door de Kelten zouden zijn gebruikt. In feit zijn ze veel ouder en jonger: zo oud als de Vroege Bronstijd (ca. 1800 v.Chr.) en zo jong als de Vroege Middeleeuwen (ca. 650 n.Chr.). Bovendien vinden we Celtic Fields bijna altijd buiten het gebied van de La Tène-cultuur: in België, Denemarken, Engeland, Duitsland, Nederland, Polen, en Zweden. Anders gezegd, in heel Noordwest-Europa maar zelden op een plek waar ze Keltisch spraken. Misschien is het halfvergeten Nederlandse woord “raadakker” beter.

Het gaat om kleine, vierkante of rechthoekige akkers. Een typisch voorbeeld meet ongeveer 35×35 meter, hoewel ze ook iets kleiner (30×30 meter) of iets groter (50×50 meter) kunnen zijn. De grootte doet vermoeden dat elke akker door één familie of misschien zelfs door één individu kon worden bewerkt.

Deel:
Categoriën: Lage Landen, Prehistorie
Een van de "Hoby cups"

Foto van de dag: Achilleus en Priamos

17 april 2021

Priamos vraagt aan Achilleus de teruggave van het lichaam van zijn gesneuvelde zoon Hektor op een van de “Hoby cups”

[Meer foto’s hier.]

Deel:
Montelius

De vaart der volkeren (2)

12 november 2020

Ik vertelde gisteren hoe de archeologie een op Turgot en De Condorcet teruggaand model van de menselijke geschiedenis, waarin de vooruitgang centraal stond, benutte om de oudheidkundige vondsten te interpreteren. In de negentiende eeuw werd de empirische basis van de theorie steeds verder verbreed en ik ben niet op de hoogte van serieuze wetenschappelijke tegenwerpingen.

De eerste echte synthese werd in de late negentiende eeuw opgesteld door de Zweed Oscar Montelius. Hij onderscheidde (niet als eerste) drie tijdperken, waarin de mensheid achtereenvolgens stenen, bronzen en ijzeren werktuigen had gebruikt. De tijdperken vielen niet helemaal samen met de drieslag wildernij – barbarij – beschaving waar ik het gisteren over had, maar het idee van vooruitgang zit er wel in.

Deel:
Priamos en Achilleus (Nationaal Museum, Kopenhagen)

Cynische grap

11 november 2020

Dit is een van de twee Hoby-bekers, gemaakt door een Griekse zilversmid die Cheirisofos heette. Het voorwerp wordt stilistisch gedateerd in de eerste eeuw v.Chr. De afgebeelde scène is afkomstig uit het laatste boek van de Ilias: koning Priamos van Troje bezoekt Achilleus om het stoffelijk overschot van zijn zoon terug te kopen. Er is een tweede beker waarop is te zien hoe de held Filoktetes, die een lelijke slangenbeet heeft opgelopen, wordt behandeld. Elco Brinkman zou dit edelsmeedwerk hebben aangeduid als “topkunst”.

Het leuke is de vindplaats waarnaar de bekers zijn vernoemd: het dorpje Hoby op het Deense eiland Lolland. Daar heeft archeoloog Knud Friis Johansen ze in 1920 aangetroffen in het graf van een ongeveer dertig jaar oude Germaanse krijger. Ze zijn nu te zien in het Nationale Museum in Kopenhagen, dat een van de beste oudheidkundige collecties ter wereld bezit en een reis naar Denemarken waard is. Serieus.

Deel: