Hunebed G5

Hunebed van de dag: G5 (Hevekesklooster)

14 september 2021

Het allernoordelijkste hunebed in Nederland is gevonden op een plek die bekendstaat als Hevekesklooster. Het geeft niet als u niet weet waar dat ligt, want het is een vlek op de landkaart. Het bijbehorende dorp Hevekes, even ten zuiden van Delfzijl, bestaat niet eens meer.

Archeologen die een wierde onderzochten, vonden het hunebed in 1982 en omdat het ter plekke niet viel te conserveren, brachten ze het over naar het Muzeeaquarium in Delfzijl. Het is in een oude Duitse munitiebunker, net over de zeedijk. Behalve het hunebed biedt het, zoals de naam al aangeeft, een aquarium met Waddenzeevissen. Ook zijn er zalen met uitleg over geologie en archeologie, over de geschiedenis van de regio en over de Delfzijlse zeevaart.

Deel:
Categoriën: Prehistorie
Hunebed D54 bij Havelte

Alle hunebedden

14 september 2021

Het allerbeste was dus voor het laatste bewaard. Deze zomer vinkte ik de drie laatste exemplaren af op mijn lijstje van hunebedden. Anderhalf jaar daarvoor had ik het plan opgevat ze allemaal eens te bezoeken. Het plan beloofde immers allerlei leuke fietstochtjes voor de perioden zonder lockdown, en dat in een van de mooiste delen van Nederland: Drenthe. Het laatste deel van de buit haalde ik binnen op 20 augustus in Havelte, waar twee van die monumenten zijn, en in Diever, waar ook hunebeddenvorser Albert van Giffen (1884-1973) begraven ligt. Het laatste drietal behoorde tot het mooiste en lag in een zonovergoten, schitterend landschap. Fiets van Diever verder via de radiotelescoop van Dwingeloo en je dag is goed.

Trechterbekercultuur

Vermoedelijk ten overvloede: hunebedden zijn van enorme zwerfkeien gemaakte grafmonumenten en behoren tot de zogeheten Trechterbekercultuur. Die moet u tussen 3350 en 2750 v.Chr. plaatsen, dus terwijl in Egypte de Naqada-tijd overgaat in het Oude Rijk en terwijl in Mesopotamië de stedelijke cultuur zich ontwikkelt. De bouw van de hunebedden staat daarvan los, maar Drenthe was via Roemenië, waarvandaan zéér incidenteel metaal werd geïmporteerd, verbonden met het Nabije Oosten.

Deel:
Categoriën: Prehistorie
Mommsen (Humboldt-Universität, Berlijn)

De literatuurlijst bij het handboek

9 september 2021

Ik heb nu al een paar keer geblogd over de handboekstof voor oudhistorici, maar hoorde dat de begeleidende werkcolleges niet overal meer bestaan. Ook hoorde ik dat het voorkomt dat docenten geen tijd toegewezen krijgen om zich voor te bereiden. Het tweede is nog erger dan het eerste. Een docent die is gespecialiseerd in, pakweg, de laat-Romeinse stad, moet zich inlezen als het gaat over, pakweg, het Macedonische koningschap of de Midden-Bronstijd. Krijgt zo’n docent die voorbereidingstijd niet, dan is er grote kans dat hij terugvalt op kennis uit zijn eigen handboekencollege. Dan verstrekt hij zijn studenten dus verouderde informatie. Dat is dubbel jammer, want veel geschiedenisstudenten specialiseren zich na hun eerste jaar in een ander tijdvak. Over de Oudheid hebben ze dan eigenlijk alleen verouderde informatie gekregen.

Goed academisch onderwijs – waarmee ik weinig van doen heb maar waar ik wel bezorgd over ben – veronderstelt een docent die breed overzicht heeft en veronderstelt bovendien werkcolleges om de stof te bespreken. Misschien dat het gebrek aan discussie nog valt te compenseren met een goed hoorcollege. Ik wil zelfs nog aannemen dat zo’n hoorcollege digitaal kan. Maar die docent, die moet wel zijn tijd krijgen om zich te voorbereiden.

Deel:
Categoriën: Nog te categoriseren
Een gekooide en een vrije patrijs (Folklore-museum, Amman)

Geospatiale analyse en migratie

6 september 2021

In een eerder stukje heb ik verteld over lucht- en satellietfotografie, in een tweede stukje heb ik beschreven hoe LIDAR daaraan een derde dimensie toevoegde. Vandaag wil ik het combineren met de DNA-revolutie.

De naam “DNA-revolutie” is eigenlijk verkeerd. De voornaamste consequentie van het inzicht dat mensen in het verleden enorm beweeglijk zijn geweest, is dat er aanpassingen moeten komen aan de hermeneutiek, dat wil zeggen de uitleg van antieke cultuuruitingen. Waar mensen reizen, reizen hun ideeën immers mee, en die mobiliteit van ideeën dwingt oudheidkundigen tot nieuwe interpretatiewijzen. Een onderzoeker zou een Latijnse tekst van een auteur uit de stad Rome traditioneel het liefst hebben geïnterpreteerd door te kijken naar taaluitingen uit Centraal-Italië en, als het zo niet wilde, uit de West-Romeinse wereld. Het was immers niet bijster aannemelijk dat er veel verhelderende parallellen te vinden zouden zijn in bijvoorbeeld de Aramese literatuur, die vér weg was geschreven en in een andere taal. Nu ideeën zo mobiel blijken, is het criterium van geografische en talige afstand (de hermeneutische horizon) komen vervallen.

Deel:
Categoriën: Nog te categoriseren
Een vergeten doolhof bij Arcen (foto RAAP)

LIDaR en de gevolgen

30 augustus 2021

Een week of twee geleden blogde ik over de vernieuwing die de oudheidkunde in de twintigste eeuw heeft ondergaan dankzij lucht- en satellietfotografie. Daarbij werden soil marks en crop marks geregistreerd, die de aanwezigheid van gebouwen kunnen documenteren. Met radar werden oude rivierbeddingen opgespoord. Dit is allemaal tweedimensioneel. Onze eenentwintigste eeuw voegde er de derde dimensie aan toe: laserscans.

LIDaR

In feite gaat het om iets dat lijkt op een radar: een apparaat zendt een signaal uit en registreert de echo. Het tijdverloop tussen signaal en echo geeft de afstand aan. Alleen gaat het dit keer niet om een radiosignaal maar om een laserpuls. Die pulsen worden bij duizenden en duizenden gezet, waardoor heel gedetailleerde metingen mogelijk zijn en obstakels te omzeilen zijn. Als bijvoorbeeld een vliegtuig – het kan ook een satelliet zijn – pulsen uitzendt boven een bos, zullen negen van de tien pulsen terugkaatsen van het bladerdak maar zal de tiende puls de bodem raken. Zo ontstaat een dubbel signaal en zijn niet alleen de boomkruinen te registreren maar valt ook het bodemreliëf in kaart te brengen. De methode staat bekend als LIDaR ofwel Laser Imaging Detection and Ranging.

Deel:
De Vierde Grot van Qumran ligt recht tegenover de ruïne. Het is moeilijk voorstelbaar dat er geen relatie tussen de bewoners van het gebouw en de teksten in deze grot is geweest.

Nieuws of geen nieuws uit Qumran

29 augustus 2021

Eigenlijk had ik vandaag weer eens willen schrijven over het Nieuwe Testament, want ik beleef veel plezier aan het lezen van die tekst en het natrekken van parallellen in de joodse literatuur, maar ik heb er de laatste tijd de rust niet voor. Vandaag heb ik echter wel een verwant stukje. Er is namelijk een nieuwe – zegt men – theorie over Qumran, dat wil zeggen het gebouw bij de grotten waarin de Dode-Zee-rollen zijn gevonden. U vindt het artikel hier en in elk geval Ha’aretz is enthousiast: “New Study Solves the Mystery of the Dead Sea Scrolls”. De Israëlische krant legt uit:

Scholars have struggled how to explain the lack of more permanent residences at Qumran, but a new theory suggests that the grounds served as a religious competitor to Jerusalem.

Deel:
Categoriën: Christendom, Jodendom

En de sloop van de geesteswetenschappen, die gaat natuurlijk gewoon verder deze zomer

18 augustus 2021

O ja, hoe gaan de oudheidkundige disciplines ook alweer ten onder? Ik blogde er begin juni over en schreef er, omdat ik toen toch bezig was, ook een stuk over in Handelsblad. Uit dat laatste citeer ik mezelf:

Deel:
Categoriën: Nog te categoriseren
Adorp

De wierde van Adorp

13 augustus 2021

Ik mopper weleens over de hypes waarmee archeologen vissen naar fondsen. Over het badhuis in Heerlen dat, door een heel specifieke definitie van “gebouw” te hanteren, het oudste gebouw van Nederland zou zijn. Over de wijze waarop het vele junk nieuws over de limes ons zicht belet op verdieping. Of over de Cuijkse affaire. Het valt inmiddels op als een archeoloog niet overdrijft en dus ging ik, toen ik dit artikel had gelezen, op de koffie bij de mensen die momenteel aan het werk zijn in Adorp, halverwege Groningen en Winsum.

De wierde

Het is al langer bekend dat daar in de Oudheid een belangrijke wierde heeft gelegen, vlakbij een kreek die wel in verband zal hebben gestaan met de Hunze. Nu daar een fietspad wordt aangelegd, wordt er onderzoek gedaan en de opgravers stonden versteld over hun vondsten. Het waren er meer dan verwacht, veel meer zelfs, en ze dateerden allemaal uit de tijd van de eerste eeuw v.Chr. tot eind tweede eeuw n.Chr.

Deel:
Ramses III maakt korte metten met wat Zeevolken, herkenbaar aan hun hoofddeksels.

De Zeevolken: meer problemen

12 augustus 2021

In de vorige vier stukken (één, twee, drie, vier) over de Zeevolken heb ik uitgelegd dat het bewijsmateriaal een consistent verhaal mogelijk maakt: een klimaatcrisis rond 1200 v.Chr. bracht een migratiegolf op gang van het Egeïsche-Zee-gebied richting Egypte en de Levant. Ik was begonnen uit te leggen dat het bewijsmateriaal echter zo eenduidig niet is. Het is lastig te dateren.

Het aardewerkprobleem

Een andere manier om migratie vast te stellen is kijken naar de verspreiding van deze of gene archeologische cultuur. Als we de voorwerpen die vóór 1200 v.Chr. gangbaar waren op Sardinië na een tijdje ook aantreffen in het Midden-Oosten, en als het daarbij niet alleen gaat om handelsaardewerk maar ook om keukenaardewerk, dan hebben we een aanwijzing voor migratie. Maar aardewerk is in deze periode niet alleen moeilijk te dateren, het is ook lastig te kwalificeren.

Deel:
Het verwoeste paleis van Ugarit

De Zeevolken: de problemen

11 augustus 2021

In de stukken die ik tot nu toe wijdde aan de Zeevolken vatte ik samen hoe De Blois en Van der Spek in Een kennismaking met de oude wereld uitleggen wat er aan de hand was. Ze doen dat met alle voorzichtigheid die het onderwerp vereist, want veel is onduidelijk. Wat echter inmiddels wél zeker is, is dat er een klimaatverandering is geweest die het maatschappelijke aanpassingsvermogen te boven ging. Ik keek naar het bewijsmateriaal en wees erop dat dit viel te presenteren als een consistent verhaal: zo rond 1200 v.Chr. was er een klimaatomslag; volken uit het Griekse gebied raakten op drift; er was een noordwest-zuidoost-beweging van Zeevolken; steden werden geplunderd; het Hethitische Rijk ging ten onder; de vraag naar tin nam af; de interregionale handelsnetwerken stortten in; men schakelde over op ijzer. We zouden de migratie van de Frygiërs vanaf het zuidelijke Balkanschiereiland naar Anatolië nog kunnen toevoegen.

Complicaties

Het is mogelijk het bewijsmateriaal zo te presenteren, maar er zijn complicaties. De voorgaande alinea past mooi in een negentiende-eeuws frame dat beschavingen à la het West-Romeinse Rijk ten onder gingen door migraties. Dat was destijds een populaire analyse – om niet te zeggen: een koloniaal angstbeeld – maar het is voor de transitie van Oudheid naar Middeleeuwen achterhaald. Op drift geraakte stammen assimileerden en de veranderingen in het Mediterrane wereldrijk hadden vooral te maken met het feit dat het al van binnenuit verzwakt was. Iets dergelijks kan natuurlijk ook spelen bij de Zeevolken: die werden gevaarlijk doordat de oosterse grootmachten al verzwakt waren, waarbij de klimaatomslag die de Zeevolken het ruime sop deed kiezen, slechts één factor was. Moeten we niet zoeken naar andere factoren?

Deel: