Romeinse villa aan zee; wandschildering uit Stabiae

De laatste dagen van Plinius de Oudere

20 juli 2021

Laten we eerlijk zijn: archeologen zéggen dat ze heel goed zonder teksten kunnen – zeker Lewis Binford was op dit punt vrij expliciet – maar in de praktijk vinden ze het altijd leuk als ze iets vinden waarop een tekst valt los te laten. Nederlandse en Vlaamse archeologen zijn in dit opzicht overigens vrij gematigd. Toen ze onlangs bij Valkenburg (ZH) een Romeinse legioenskamp vonden, hadden ze kunnen roeptoeteren dat ze de plek hadden opgegraven waarvandaan Caligula zijn legionairs naar het strand had laten marcheren om schelpen te zoeken, maar voor zover ik weet hebben ze die claim, die niet eens zó gek zou zijn, niet gedaan. Elders gaan echter alle remmen los.

Dat is anders in Israël, waar archeologen elke vondst met de Bijbel in verband brengen, of in Italië, waar ze een algemeen principe hanteren dat er alleen maar dingen in de grond zitten die ook staan vermeld in geschreven bronnen. Twee voorbeelden daarvan hebben te maken met de Romeinse admiraal en encyclopedist Plinius de Oudere, wiens schedel zou zijn gevonden terwijl ook een van zijn manschappen zou zijn opgegraven. De vondsten hebben echter evenveel te maken met Plinius als sokken met computers, of kunst met Marc Chagall, of een boek met een stoomlocomotief.

Deel:

De Germanen in Bonn

19 juli 2021

Vorige week bezocht ik de tentoonstelling “Germanen. Eine archäologische Bestandsaufnahme” in het Landesmuseum in Bonn. De organisatoren nemen het begrip “Germanen” ruimtelijk breed: ze behandelen niet alleen de antieke bewoners van de Noordduitse Laagvlakte (de zogeheten Jastorfcultuur), maar ook Scandinavië en de Przeworskcultuur uit Polen. Dat ze de netten hiermee niet al te wijd werpen, zie je goed als je kijkt naar bijvoorbeeld de producten van de edelsmeden. Het met dieren versierde beslag van ceinturen, was overal hetzelfde.

Deel:
Categoriën: Germanië, Musea
Speelbord uit Vimose

Dobbelende Germanen

18 juli 2021

De Germanen, die verdobbelden hun vrouwen: ik weet niet waar het idee vandaan is gekomen, maar het lijkt een misverstand dat is ontstaan door een passage uit Tacitus’ Germania. Die passage is overigens al bizar genoeg. Hier is ze, vertaald door Vincent Hunink:

Dobbelen doen de Germanen, wonderlijk genoeg, nuchter en als iets ernstigs. Met zoveel fanatisme in winnen of verliezen dat ze als alles is verspeeld bij de laatste en uiterste worp hun vrijheid en lichaam inzetten. De verliezer gaat vrijwillig in slavernij: hoe jong ook, hoe sterk ook, hij laat zich dan boeien en verkopen. Zo ijselijk consequent kan men zijn in iets verkeerds. Zelf spreken ze van “erezaak”. Zulke slaven verhandelt men, om ook zelf de smaad van zo’n zege kwijt te raken. (Tacitus, Germania 24)

Deel:
Categoriën: Germanië
Fausta

Fausta

18 juli 2021

Over Trier heb ik al eens eerder geschreven: oppidum van de stam der Treveri, legioenkamp uit de tijd van Caesar, een Romeins fort op de Petriberg, brug over de Moezel, voornaamste nederzetting van een belangrijke Romeinse gemeente, residentie van de Gallische keizer Victorinus en van de Romeinse heerser Constantijn de Grote, ballingsoord van Athanasios van Alexandrië, woonplaats van de jonge Ambrosius, hoofdstad van Arbogast de Jongere, middeleeuwse bisschopsstad. De stad ook van Karl Marx, waar de plaatselijke krant al sinds jaar en dag de Trierische Volksfreund heet (zie ook onder Marat, Jean-Paul) en het lokale bier reclame maakt met “Das Bier von Trier”.

Twee oudheidkundige musea: het grote en wat onoverzichtelijke Rheinisches Landesmuseum, waar vondsten uit de wijde omgeving zijn te zien, en het Museum am Dom, dat voorwerpen toont die zijn opgegraven rond de grote kerk. Die gaan terug tot de Oudheid, toen in dit deel van de stad enkele prachtige huizen stonden, die ten tijde van Constantijn werden geïntegreerd in het keizerlijk paleis. (U kunt de basiliek die daar deel van uitmaakte, kennen, want het is een van de bekendste monumenten van Trier.)

Deel:
Categoriën: Romeinse Keizerrijk
Schildknop uit Gommern

Het werk van Wieland

17 juli 2021

Een van de bekendste figuren uit de Germaanse sagen is de smid Wieland, die de diverse soorten metaal adembenemend knap kon bewerken. Volgens een van de bekendste verhalen, opgenomen in de Lied-Edda, waren zijn beenspieren doorgesneden om te verhinderen dat hij het hof van zijn koning zou ontvluchten; het motief van de hinkende smid is natuurlijk ook bekend uit de Griekse verhalen, waarin de god Hefaistos mank loopt.

Wieland neemt wraak door de twee zonen van de vorst te doden, sierraden van hun lichaamsdelen te maken, ’s konings dochter te verkrachten en na dit geweldsexces à la Daidalos weg te vliegen. (Het verhaal eindigt met woorden waarin de prinses, die een ongewild kind zal baren, haar onmacht benoemt.) Er zijn andere verhalen, ook vanaf het Europese vasteland, en ook afbeeldingen, zoals de Steen van Ardre.

Deel:
Categoriën: Germanië
Dobbeltoren (Rheinisches Landesmuseum, Bonn)

Teerlingen werpen

16 juli 2021

Vorig jaar publiceerde Vincent Hunink zijn vertaling van de boeken 13 en 14 van Martialis, Feest in het oude Rome, waarvoor ik de beeldredactie verzorgde. In deze boeken wijdt de dichter gedichtjes aan allerlei hapjes en cadeautjes zoals de Romeinen die aan elkaar gaven tijdens het feest van Saturnus. Een van de gedichtjes was gewijd aan een turricula, een “torentje”. Dat was een instrument waarmee mensen eerlijk konden dobbelen. In het gedichtjes is de dobbeltoren aan het woord.

Een slinkse hand gooit kootjes graag zoals hij zelf heeft voorgekookt. Maar lukt dat metterdaad met mij? Dan heeft hij puur geluk.

Deel:
Categoriën: Romeinse Keizerrijk
Trajanus als stuurman

Trajanus, de grote roerganger

15 juli 2021

Voor de collega’s van Historizon begeleid ik deze week een reis door het Rijnland. We bezochten de gereconstrueerde Romeinse stad Xanten, de Germanen-expositie in het Landesmuseum in Bonn (aanrader!) en het Romeinse fort Saalburg. Gisteren, de dag waarop de Mainzer Beobachter jubileerde, waren we stomtoevallig in Mainz, waar we onder andere het scheepvaartmuseum en de Isistempel bezochten.

Hoewel enkele mensen in de groep de gebrandschilderde ramen van Marc Chagall wilden zien, ondanks mijn verzekering dat die in Keulen waren, was het leuk terug te zijn in deze stad, waar ik rond 2003 ooit bij toeval belandde en waarvoor ik altijd een zwak heb gehad. Later deze week bezoeken we in Belginum en Mehring locaties van het Romeinse platteland, en via de keizerlijke hoofdstad Trier en de mooie Romeinenexpositie in Tongeren keren we naar Nederland terug, als dat niet in de tussentijd is weggespoeld.

Deel:

Eigenlijk zou de DNA-revolutie “hermeneutische revolutie” moeten heten

12 juli 2021

Ik heb het regelmatig over de DNA-revolutie. Dat zou momenteel het belangrijkste thema in de oudheidkunde moeten zijn. Simpel gezegd: het bioarcheologische onderzoek toont dat mensen in het verleden opvallend mobiel waren en dat heeft vérstrekkende implicaties voor de bestudering van de oude teksten. Het zou misschien beter een “hermeneutische revolutie” kunnen heten, dan hadden was duidelijker waar het over gaat.

Deel:

Door berg en dal met Hannibal: de Rhône

7 juli 2021

In januari verschijnt mijn boek Hannibal in de Alpen, dat in maart zal worden gevolgd door de prequel over de Eerste Punische Oorlog, waarover ik het al eens had. Er moesten over het Hannibalboek, waarin ik uitleg waarom we niet weten kunnen waar deze de Alpen overstak, nog wat inhoudelijke puntjes op de i worden gezet en dus huurde mijn zakenpartner een auto en zijn we maandag naar de Alpen gereden. Of beter, we reden maandag tot Beaune en wilden vandaag via Avignon de Alpen in, maar de Ronde van Frankrijk en een reeks regenbuien zorgden ervoor dat we niet verder dan zijn gekomen dan Avignon. Wat al mooi genoeg is.

Deel:
Het flesje uit Tell Siran (Jordan Museum, Amman(

Amminadab

6 juli 2021

Tell Siran is een ruïneheuvel in Jordanië, in de IJzertijd bewoond door Ammonieten, het volk waaraan de witte hoofdstad van het Hasjemitische koninkrijk zijn naam Amman dankt. In Tell Siran is bovenstaand flesje gevonden, dat is voorzien van een inscriptie. Het wordt paleografisch gedateerd rond 600 v.Chr. maar een koolstofdatering van de inhoud (gerst, tarwe, gras en sporen metaal) is anderhalve eeuw jonger.

Het Ammonitisch is geen heel bekende taal, als de taal al is geschreven in die taal. Het kan namelijk ook een Aramees dialect zijn. (Het schrift lijkt daar het meest op.) Omdat dit onduidelijk is, zijn er diverse vertalingen, zoals deze:

Deel:
Categoriën: Levant